Harlingen dreigt 'wereldafvalstad' te worden

Een afvaloven aan de Waddenkust van Harlingen zorgt voor onrust. Een team van deskundigen moet die wegnemen. „Wij knokken voor onze gezondheid”, zegt een tegenstander.

De omstreden afvalverbrandingsoven in Harlingen is in aanbouw. Tegenstanders hopen de bouw stil te leggen via de Raad van State. (Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer) Bouw van de Energiecentrale in de Nieuwe Haven van Harlingen Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 21-7-2009 Boyer, Maurice

‘Harlingen met de geur van zee’. Het welkomstwoord van de gemeente is inmiddels verdwenen. Terecht, zegt Sikke Jellema van de Stichting Afvaloven Nee. „Er moet straks staan: met de geur van afval. Want Harlingen wordt wereldafvalstad.” Wethouder Frans Zomers (partijloos) riep tegenstanders van de omstreden Reststoffen Energiecentrale (REC) onlangs op hun protestborden weg te halen, omdat ze het imago van de havenstad aan het wad zouden schaden. Jellema: „Hij heeft gelijk, maar we halen ze pas weg als hij de bouw stilzet.”

Zo’n 3.500 protesthandtekeningen mochten niet baten: de bouw van de afvaloven pal achter de Waddendijk in de Harlinger Industriehaven is in volle gang. Toch geven de tegenstanders de strijd niet op. Jellema noemt het „absurd” dat er in een gebied met de status van Werelderfgoed een verbrandingsoven verrijst. Ook de Waddenvereniging, Natuur en Milieu en de Friese Milieufederatie zijn tegen. De Stichting Afvaloven Nee en de Waddenvereniging betwisten de door de provincie verstrekte milieuvergunning bij de Raad van State. Hun argumenten: de oven is overbodig, want in 2011 telt Nederland te veel verbrandingsovens.

Hoogleraar milieukunde Lucas Reijnders meent dat nu al sprake is van overcapaciteit. Nederland kan zich redden met één à twee verbranders, stelt hij. Tegenstanders vrezen dat door de relatief korte pijp (44 meter) van de REC de kans groter is op het neerdalen van schadelijke stoffen. Verder is er zorg over het lozen van ongefilterde rookgassen in het geval van een storing. „Heel griezelig”, vindt Jellema. „Wij knokken voor onze gezondheid.”

Afvalverwerker Omrin, eigendom van 31 Friese gemeenten, bouwt de eigen oven om het Friese huisvuil te verwerken. In de verbrandingsinstallatie (kosten 150 miljoen) wordt jaarlijks 228.000 ton afval verbrand, voor 80 procent afkomstig uit Friesland. De keuze viel op Harlingen omdat de restwarmte van de centrale kon worden benut door de nabijgelegen zoutfabriek Frisia. Directeur Ton Doppenberg van Omrin bestrijdt de suggestie dat er geen plaats voor een nieuwe oven zou zijn. „Zelfs als we optimaal recyclen is er tot 2020 7,5 miljoen ton niet-recyclebaar afval. Dat moet worden verbrand.” Bovendien is de afvalafname door de recessie van tijdelijke aard. Doppenberg noemt de REC „een van de modernste van Europa. Wij halen de laagste uitstootwaarden, door de nieuwste meet- en regeltechnieken. Bovendien hebben we met meer dan 80 procent het hoogste energierendement van Nederland.”

Van het type oven als in Harlingen staan er tientallen in Europa, stelt Doppenberg. Hij is ervan overtuigd dat Omrin de gestelde uitstootnormen zal halen. In de praktijk zal de oven ‘slechts’ tien uur per jaar buiten werking zijn. In die periode mogen de luchtvervuilingsnormen tijdelijk worden overschreden. In de vergunning staat overigens dat dit zestig uur per jaar mag zijn. „Dat is wettelijk zo geregeld”, aldus Doppenberg. Tegenstanders ontkennen dit met klem.

In een brief van 25 mei 2007 schreef minister Cramer (VROM, PvdA) aan Omrin dat de REC een „belangrijke bijdrage” levert aan het „terugdringen van broeikasgassen”. Wel onderstreepte ze dat „de zorgen van de bevolking serieus genomen dienen te worden”. Omrin, zo adviseerde ze, moest de „ongerustheid wegnemen”. Daarom organiseert Doppenberg binnenkort een zogeheten inloopdag. „Daar kunnen mensen met vragen terecht.”

Drie tegenstanders van de afvaloven uitten twee weken geleden hun grote zorg over de REC in een gesprek met Cramer. De bewindsvrouw wees hen erop dat ze bij de „lokale overheid” moesten zijn. Ook opperde Cramer om twee of drie deskundigen – aangedragen door tegenstanders, Omrin en de provincie Friesland – als „science court” de vergunning nog eens te laten bekijken. Cramer zou de kosten voor haar rekening nemen.

De Friese gedeputeerde Piet Adema (ChristenUnie) nam dit advies gedeeltelijk over. De positie van deze verantwoordelijke gedeputeerde ligt overigens onder vuur. De SP overweegt een motie van wantrouwen. Adema gaf toe niet de waarheid te hebben gesproken, toen hij zei dat er een vergelijkbare oven in Duitsland stond. De oppositie in Provinciale Staten eiste openbaarheid van twee rapporten op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Rapporten op grond waarvan Gedeputeerde Staten de milieuvergunning voor de oven hadden verstrekt.

Op een persconferentie zei Adema eerder deze maand dat zowel de deskundigen als de Statenleden inzage krijgen in de tot dusver geheime rapporten. Als ze zijn ontdaan van persoonlijke beleidsopvattingen – een argument dat hij eerder gebruikte om ze het stempel ‘niet openbaar’ te geven – mag iedereen ze inzien. De door hem geconstateerde „verharding van standpunten” onder de bevolking zijn „niet goed voor het draagvlak”.

Adema is overigens van mening dat de milieuvergunning „ruimschoots voldoet aan alle wettelijke normen”. Toch moet een team van deskundigen zich erover buigen. Hun oordeel zou bindend moeten zijn. Hij is dan bereid de vergunning aan te passen. Afvaloven Nee gaat niet op het aanbod in. „Het heeft weinig zin om alleen met Omrin te praten”, stelt Jellema. „De provincie, die de vergunning moet toetsen, moet er ook bij zijn. Ook zijn we ertegen dat het advies bindend moet zijn.” Doppenberg vindt Adema’s voorstel „sympathiek”, maar wil niet dat het team de juridische procedure voor de Raad van State dwarsboomt.