Geen overhaaste opsplitsing van Lloyds en RBS graag

Lloyds Banking Group en Royal Bank of Scotland (RBS) hoeven niet te worden opgesplitst – althans niet op de verkeerde manier. Beide oppositiepartijen in Groot-Brittannië, waaronder de Conservatieven die over een jaar waarschijnlijk aan de macht zullen komen, overwegen de belangen van de staat in deze banken te gebruiken om ze te dwingen zich op te splitsen. De zorg dat ze te groot zijn geworden is begrijpelijk. Maar als ze inderdaad te groot zijn, is het aandelenbezit van de staat het verkeerde instrument om deze banken – en andere reuzen van de sector – weer het juiste formaat te geven.

Er zijn twee legitieme zorgen over de omvang van de banken. In de eerste plaats zouden ze daardoor veel ellende kunnen veroorzaken als ze weer in problemen komen. Maar dat geldt niet alleen voor Lloyds en RBS. Barclays en HSBC zijn ook ‘te groot om failliet te mogen gaan’. Een betere manier om dit probleem aan te pakken is het ‘belasten’ van grote instellingen, door ze te verplichten meer kapitaal- en liquiditeitsbuffers vast te houden dan hun kleinere concurrenten. Het zou dan de verantwoordelijkheid van iedere bank zelf zijn om te bepalen of de schaalvoordelen groot genoeg zijn om het betalen van de belasting te rechtvaardigen.

De tweede zorg is dat de consolidatie op de bankenmarkt de keuze van de consument te veel zou beperken. Dit betreft vooral Lloyds, dat met de redding van HBOS op het hoogtepunt van de bankencrisis heeft gezorgd voor het creëren van een organisatie met zo’n 30 procent van de Britse rekeningen-courant en hypotheken in de boeken.

Een dergelijke concentratie kon zich slechts voltrekken doordat Gordon Brown de vergissing beging het gebruikelijke mededingingsrecht opzij te schuiven. De oplossing luidt dat dat mededingingsrecht alsnog moet worden toegepast, al zal daar eerst een regeringswisseling voor nodig zijn. In eigen land betekent dit dat de mededingingsautoriteit in de gelegenheid wordt gesteld Lloyds te onderzoeken en een opsplitsing aan te bevelen. Het betekent ook dat het onderzoek van de Europese Commissie niet mag worden gedwarsboomd inzake de vraag in hoeverre in Lloyds en RBS moet worden gesnoeid in ruil voor de staatssteun die ze hebben ontvangen.

Het is goed om te zien dat de Conservatieven zich zorgen maken over het mededingingsrecht. Gezien het enorme gat in de overheidsbegroting zouden ze in de verleiding hebben kunnen komen om het bredere publieke belang te negeren in een poging het maximale te halen uit de staatsbelangen in Lloyds en RBS. Maar ze moeten bedenken dat er ook minderheidsaandeelhouders zijn, wier belangen moeten worden beschermd. Deze banken kunnen niet louter als beleidsinstrument worden gebruikt. De staatsbelangen moeten op afstand worden beheerd – en andere doelen moeten via de geëigende kanalen worden nagestreefd.

    • Hugo Dixon