Duits-Nederlands geld voor infrastructuur in Afghanistan

Nederland en Duitsland gaan nauw samenwerken in Zuid-Afghanistan bij het opzetten van drie infrastructuurprojecten. In Berlijn is daar vandaag een overeenkomst voor getekend. In totaal is hiermee een bedrag van 23,3 miljoen euro gemoeid, waarvan 17,6 miljoen voor rekening van Nederland komt.

Het gaat om de aanleg van een vertrek- en aankomsthal bij het vliegveld bij Kamp Holland, de bouw van een technische school in Uruzgan en de renovatie van een bestaande technische school in Kandahar. Volgens de Nederlandse minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) zijn het „cruciale projecten voor de toekomst van twee van de armste provincies in een van de armste landen ter wereld”. Hij ziet de Duits-Nederlandse samenwerking als „een verdere uitwerking van onze 3D-benadering” – defensie, diplomatie en development (ontwikkeling).

De projecten van Nederland en Duitsland zijn door de Afghanen zelf aangedragen. De bouw van de vertrekhal betekent dat de landingsbaan ook gebruikt kan worden door de burgerluchtvaart. Onlangs begon een lijndienst van de hoofdstad Kabul naar Tarin Kowt. Koenders zegt dat Nederland gebruik kan maken van de jarenlange ervaring die Duitsland heeft op het gebied van technisch onderwijs in Afghanistan. Nederland heeft weer veel ervaring op het terrein van weg- en waterbouw.

Gisteren is de nieuwe staf voor de missie in Uruzgan vertrokken vanaf vliegbasis Eindhoven. Ieder half jaar worden het commando van de Taskforce Uruzgan vervangen. De nieuwe commandant is brigadegeneraal Marc van Uhm. Hij is de broer van commandant der strijdkrachten Peter van Uhm. Ook andere stafofficieren zullen worden vervangen. Medewerkers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking worden ook vervangen.

De nieuwe taskforce zal assisteren bij de presidentsverkiezingen op 20 augustus in Afghanistan. Nederland heeft reeds diverse keren laten weten volgend jaar te vertrekken uit Uruzgan. Onbekend nog is welk land Nederland zal opvolgen.