De stad moet niet leuk dorps worden

Stadsbestuurders willen de ‘samenhang’ tussen bewoners stimuleren.

Maar mensen komen juist naar de stad om vrij en anoniem te zijn.

(Illustratie Lobke van Aar) Aar, Lobke van

Stad en land groeien naar elkaar toe. Dorpen krijgen ‘stadse trekken’, terwijl steden steeds meer buurten kennen waar een ‘dorpse gemoedelijkheid’ heerst. Deze ontwikkeling werd afgelopen vrijdag beschreven in een artikel in nrc.next.

De trend zou onder meer blijken uit het rapport ‘Thuis op het platteland’ van het Sociaal Cultureel Planbureau, waarin staat dat Nederlanders tijdens hun leven vaker zowel in de stad als op het platteland wonen. Of deze ontwikkeling inderdaad zo verloopt laat ik in het midden, maar in het ‘dorpser worden’ van de stad schuilt een groot risico.

De stad is de plek waar mensen vaak heen trekken om zich aan de (sociale) druk van hun omgeving, zoals op het platteland, te onttrekken. In de stad kan de boerenzoon een studie naar keuze volgen in plaats van in het familiebedrijf te gaan werken. Hier kan de homo eindelijk zichzelf zijn, in plaats van een schijnhuwelijk aan te gaan. En hier kan de moslima haar eigen weg vinden binnen het geloof in plaats van de weg te volgen die haar imam en familie voor haar hebben uitgestippeld.

Zij, en vele anderen, komen juist naar de stad omdat die zo anders is dan hun dorp. Omdat hier niet de gemoedelijkheid heerst, maar de dynamiek. Niet de voorspelbaarheid, maar het onverwachte. Niet het veilige, maar juist het spannende, het verlokkelijke. Hier kunnen ze hun eigen gang gaan, opgaan in de grote en diverse massa aan mensen van de stad.

Door de hoge dichtheid en de diversiteit aan mensen, en de ontmoetingen tussen die mensen, ontstaan in steden nieuwe ideeën én worden deze uitgevoerd. Ook daarom trekt de stad mensen aan die hier hun kans willen grijpen, hier hun ideeën willen uitwerken en verkopen. Zij willen weg van de dorpsheid, waar nieuwe ideeën en producten pas veel later aankomen, als ze er al ooit komen.

Het ‘dorpser’ worden van de stad leidt ook tot het verlies van de mogelijkheid je eigen weg te zoeken in de stad, en om daarbij anoniem te zijn. Dit wordt al steeds moeilijker door maatregelen als cameratoezicht, preventief fouilleren en de legitimatieplicht. Maar daar komt nog eens bij dat het creëren van meer ‘samenhang’ tussen bewoners door bestuurders actief wordt aangemoedigd.

In Amsterdam is in dit kader bijvoorbeeld het actieprogramma ‘Wij Amsterdammers’ van start gegaan. Directe aanleiding was de moord op Theo van Gogh in 2004. Het idee achter het programma was dat als mensen elkaar goed kennen, men het eerder merkt als de buurman, klasgenoot of collega radicaliseert. Daarom is er een breed scala aan projecten opgezet, zodat bijvoorbeeld buren en buurtgenoten elkaar beter leren kennen.

In stadsdeel Oud-Zuid in Amsterdam wil het bestuur bepalen dat bewoners van wijken elkaar meer moeten ontmoeten. Hiervoor wijzen zij aan waar ‘plekken voor ontmoeting’ moeten gaan komen. Op één van die plekken móet bovendien gedanst worden, het ‘Salsa-pleintje’.

In het Oosterpark werd een alcoholverbod ingesteld om de daar massaal aanwezige alcoholisten – die natuurlijk gewoon bij de stad horen – weg te krijgen. Dit betekende ook dat goedwillende mensen er geen biertje meer mochten drinken.

Het doel van dit soort maatregelen is de veiligheid van en samenhang tussen de bewoners van Amsterdam te verhogen. Maar waar sommige mensen zich veiliger voelen doordat ze voortdurend bekeken worden of hun buren goed kennen, zullen anderen zich hierdoor juist minder prettig voelen in de stad. En die tweede groep bestaat voor het merendeel uit de mensen die bewust voor de stad als woon- of werkplek hebben gekozen. Zij voelen zich thuis in de stad, omdat die juist de dynamische, onvoorspelbare omgeving biedt waarin ze zichzelf kunnen ontplooien.

De boerenzoon, de homo en de moslima zijn naar de stad gekomen om aan deze ‘samenhang’ en daarmee gepaard gaande sociale druk te ontsnappen!

Ook in de huidige economische tijden zijn steden de motoren van de economie. Hier wemelt het van de zzp’ers, ontstaan nieuwe bedrijven en groeien bestaande bedrijven uit tot multinationals. De drijvende krachten hierachter zijn vaak de mensen die voor de ‘stadsheid’ gekomen zijn, niet omdat het hier zo leuk dorps is. Als zij hier in de stad ook mee geconfronteerd worden, zullen ze misschien weer verder trekken. Want de wereld wordt steeds kleiner; een ticket naar Londen, Brussel of Barcelona is dan snel geboekt.

Andersom geldt dit ook. De magneetfunctie van de stad trekt niet alleen dergelijke mensen uit het binnenland aan, maar ook steeds meer mensen uit het buitenland: expats, of ‘internationals’, zoals ze nu vaak worden genoemd. Die zullen minder snel een ticket naar Amsterdam boeken, als daar slechts een dorpse ‘gemoedelijkheid’ heerst.

Natuurlijk zijn er buurten in de stad waar het dorps is, waar mensen elkaar al jaren kennen en wellicht zelfs de deur niet op slot gaat. Dat is prima, maar de stad als geheel moet wel spannend blijven. Zij moet vooral een plek blijven waar mensen hun eigen weg vinden en ook anoniem door het leven kunnen gaan. In de stad geldt soms toch: ‘liever een verre vriend dan een goede buur’.

Sebastiaan Capel is stadsgeograaf en zelfstandig beleidsadviseur

    • Sebastiaan Capel