Bouwdrift der Belgen

De afgezaagde bewering dat de Belg met een baksteen in de maag is geboren, blijkt niet eens zo uniek. Een Senegalees vertelde me laatst dat hetzelfde over zijn landgenoten wordt gezegd. Toch blijft het waar dat de meeste Belgen het belangrijk vinden een eigen huis te bezitten en dat zij dit, alle renovatiepremies ten spijt, het liefst zelf bouwen.

De laatste decennia dragen de producten van Belgische bouwlust steeds vaker sporen van een andere nationale hobby: reizen. Her en der worden Spaanse en Mexicaanse haciënda’s, Oostenrijkse chalets en zelfs Chinese pagodes in Vlaamse dorpen neergepoot.

De schepen (wethouder) van Ruimtelijke Ordening van Sint-Pieters-Leeuw kan er niet meer tegen. Onlangs droomde hij luidop van een haciëndaverbod. Daarin werd hij bijgestaan door de adjunct-Vlaamse Bouwmeester, die spreekt van „een cultureel gegeven dat hier eigenlijk niet thuishoort”.

Dat de meeste Spaanse villa’s in Vlaanderen, met hun vergrote ramen en andere aangebrachte ‘correcties’, eerder mislukt dan mooi overkomen, is een oordeel dat ik deel. In het dorp waar ik opgroeide, had een stel een lachwekkend grote Oostenrijkse chalet op hun sanitairwinkel gebouwd, die zich na één aanblik nooit meer liet vergeten. (De dochters van dat stel werden verplicht een dirndl te dragen.) Maar zijn de ‘typisch Vlaamse’ fermettes en pastoriewoningen dan wel mooi? Nee, dat zijn doorgaans enkel uitingen van een andere vorm van nostalgische kitsch, gebaseerd op het verlangen naar een veronderstelde vervlogen tijd in plaats van naar een voorbije reis.

Dat buitenlanders zich vrolijk maken over de kakofonie van bouwstijlen die de Belgische wijken kenmerken, wijst er volgens mij op dat we deze aberratie moeten koesteren. Ze is een opvallend voorbeeld van hoe een gebrek aan nationale identiteit via een bobbelig pad van wansmakelijk exotisme en persoonlijke vrijheid toch weer tot een unieke identiteit kan leiden, die er op de koop toe een zweem van surrealisme door bekomt. Wijken vol hoogstaand modern design zullen er in België nooit komen en Victor Horta is helaas dood. Dus waarom zouden we onze exotikitsch niet aan enige regeldwang onderwerpen? Laat vanaf nu elke Vlaamse lintbebouwing bestaan uit achtereenvolgens een haciënda, een Chinese pagode, een Oostenrijkse Chalet, een retro-pastorijwoning, een Vietnamese paalwoning, een fermette (ingebouwd karrewiel verplicht!), een Canadese blokhut, een grotwoning en een luxe-iglo. Nu nog een testdorp zoeken. Sint-Pieters-Leeuw bijvoorbeeld.

    • Annelies Verbeke