Beleggers komen voorzichtig tevoorschijn

Zeven achtereenvolgende dagen van koersstijgingen hebben de beurzen op hun hoogste peil gebracht sinds de acute crisis van vorig najaar. Is dit de zwaluw die suggereert dat ook op de financiële markten de zomer is aangebroken?

Het is niet veel, maar het komt uit een goed hart. Gisteren sloot de AEX-index voor het eerst sinds 5 november vorig jaar weer boven de 270 punten. Voor 2009 bedraagt de koerswinst tot nu toe iets meer dan tien procent. Vanaf het dieptepunt van dit jaar, toen op 6 maart de index beneden de 200 punten sloot, is de winst zelfs 35 procent.

Dat is nog steeds bedroevend, voor een aandelenindex die september 2000 nog boven de 700 punten sloot. Beleggers zijn wat de koersniveau’s betreft niets opgeschoten sinds de AEX in het najaar van 1996 voor het eerst door de 270 punten brak.

Het koersherstel vindt over een brede linie plaats. De pan-Europese Stoxx-index stond vanmorgen eveneens op het hoogste punt van het jaar, en dat geldt ook voor de Amerikaanse indices, en al helemaal voor Azië, waar de aandelenkoersen sneller stijgen dan in de oude industrielanden. Gunstig nieuws uit China, waar de economie in het tweede kwartaal met 8 procent blijkt te zijn gegroeid, straalt uit naar de omringende landen, die eveneens een onverwacht gunstig herstel laten zien.

En dan zijn er uiteraard de bankaandelen, die de beurzen eerst omlaag trokken, maar nu het herstel leiden. Banken maken op dit moment een zevende deel uit van de totale marktwaarde van alle aandelen op de beurzen in de EU. Hun beurswaarde is sinds het begin van dit jaar met een kwart gestegen. Voor de VS geldt dat niet, maar aan beide kanten van de Atlantische Oceaan zijn de aandelenkoersen van banken sinds het dieptepunt van begin maart, toen de angst rond de banken na het Lehman-debacle van afgelopen najaar opnieuw toesloeg, meer dan verdubbeld. De markt voor credit default swaps (financiële instrumenten waarmee beleggers zich indekken tegen wanbetaling van leningen) geeft aan dat het nu 150.000 dollar kost om een krediet aan een Amerikaanse bank van 10 miljoen dollar te verzekeren. Dat was begin maart van dit jaar nog bijna 400.000 dollar. Voor Europese banken geldt min of meer hetzelfde, zij het dat die er nog wat minder goed voor staan.

Voor alle banken geldt dat niet alleen het vertrouwen van de buitenwereld, maar ook het onderlinge vertrouwen weer wat terug is. Vorig jaar was het grote probleem dat zij elkaar niet meer leenden op de geldmarkt, waardoor er grote liquiditeitstekorten dreigden te ontstaan, die met injecties van honderden miljarden euro’s en dollars moesten worden aangevuld door de autoriteiten. Dat werd destijds afgemeten aan de zogenoemde Ted-spread: het verschil tussen de rente die werd betaald om voor drie maanden geld te lenen, en de rente die werd ontvangen door veilig Amerikaans staatsschuldpapier te kopen. Normaal is dit verschil (de spread) vrij klein, maar destijds liep het tot ongekende hoogte op: er werd tegelijkertijd door banken overtollig geld geparkeerd in staatsleningen, terwijl er ook een schrijnend tekort op de geldmarkt was.

De Ted-spread is inmiddels bijna terug op normale niveaus. Dat geldt ook voor een andere bekende angstindicator, de Vix-index. Die geeft de beweeglijkheid van de beurskoersen weer, die bijvoorbeeld de prijs van opties en andere verzekeringen mede bepaalt. De Vix piekte rond de Lehmancrisis van vorig najaar, maar is inmiddels flink teruggezakt. En dat geeft beleggers moed.

Is het dus allemaal weer goed aan het komen op de financiële markten? Dat is onmogelijk te zeggen. Het heeft er de schijn van, maar het begin van de jaren dertig – nog steeds een referentiepunt voor de huidige crisis – kende ook een aantal herstelperiodes op de beurzen, waarna de koersen nóg verder daalden.

Dergelijke bear market rally’s kunnen zich nu ook voordoen. De voornaamste aanleidingen voor het beursherstel zijn betwistbaar. De economische groei van China van 8 procent wordt met een flinke korrel zout genomen en is bovendien voor een deel het resultaat van een reusachtig stimuleringspakket van meer dan 500 miljard dollar. Dat geldt in zekere zin ook voor de westerse economieën. Stimulering speelt een rol, evenals het weer aanvullen van voorraden door de industrie, waarop met name in het eerste kwartaal werd ingeteerd. Deze impulsen kunnen tijdelijke verschijnselen blijken.

En dan de banken: zij staan er weer wat beter voor, in de Verenigde Staten werd vorige week verheugd gereageerd op een forse winstverbetering van grootheden als Goldman Sachs. Daar staat tegenover dat de banksector nog steeds op doping leeft. De autoriteiten steunen en garanderen, en zorgen voor een ongekende liquiditeit. Twee weken geleden leende de Europese Centrale Bank de banksector nog het formidabele bedrag van 422 miljard euro voor een jaar, tegen een rente van slechts één procent.

Normaal is de toestand dan ook nog lang niet. Het Europese bedrijfsleven heeft geen last meer van het extreme wantrouwen dat er een half jaar geleden nog was – de zogenoemde Itraxx-index voor de verzekering van in principe kredietwaardige bedrijven laat een flinke verbetering zien – maar is nog steeds niet laag te noemen. Met nog flink wat moeilijke kwartalen voor de boeg valt het dan ook op dat de gemiddelde koers-winstverhouding op de beurzen (het aantal malen de winst per aandeel dat voor een aandeel wordt neergeteld) alweer even hoog is als vorig jaar rond deze tijd.

De vraag blijft daarbij of de beurzen het signaal geven dat de economie aan de vooravond van een herstel staat. Terwijl de markten voor kredieten al een jaar onder druk stonden, gaven aandelenbeleggers vorig jaar zomer nog de indruk dat de kredietcrisis zich niet zou uitbreiden tot de reële economie. De echte koersval op de beurzen vond pas plaats in de loop van september. Die ervaring mag tot enige terughoudendheid nopen: dat beleggers niet alles altijd weten of voorvoelen, is de afgelopen jaren al genoeg gelogenstraft.

    • Maarten Schinkel