Zieltjesoffensief

Het leek op de voorbereiding van een massasprint. In een furieus tempo verdrongen de treintjes zich om de beste plaatsen. Maar het waren niet de sprinters die in stelling werden gebracht, het waren de klimmers en klassementsrijders. Aan de voet van de klim naar Verbier werd zondagmiddag eindelijk de Tour geopend.

De ploeg Liquigas trok fel van leer. Hadden Roman Kreuziger en Vincenzo Nibali dan de benen om acht steile kilometers te overleven? Milram trok zo te zien de kaart Gerdemann. Ach, Linus Gerdemann. Vrijdag in de Vogezen viel hij nog als een aangeschoten eend uit de lucht. Niettemin, hoop doet leven. Astana was uiteraard solide aanwezig met Lance Armstrong en Alberto Contador in de luwte. Vanaf mijn comfortabele positie op de bank gaf ik Contador het advies meteen aan te vallen om de worm in het hoofd genaamd Armstrong eruit te fietsen. Onpartijdig als ik ben kreeg Armstrong de raad eerst zijn eigen ritme te zoeken.

Toen, in de eerste stijgende meters, reed de trein Saxo Bank het karretje van de eigen frontman Andy Schleck in de poep. Zo hels was het tempo dat het bloed uit zijn gezicht trok. Het dankwoord kwam van Contador. De acceleratie was onmenselijk – met de bekende gevolgen.

Parijs is nog ver, zo heet het. Maar kan iemand de beste klimmer van het moment nog uit het geel rijden? Armstrong reageerde poeslief: vanaf nu alles voor Alberto. Sommige kenners omhelzen het wantrouwen: Armstrong blijft een killer. Ik denk dat hij een politieke vriendschap ten toon gaat spreiden; een zieltjesoffensief voor de massa. Lance verliest nooit.

De strijd gaat vanaf vandaag om de plaatsen achter Contador. De broertjes Schleck willen met zijn tweeën op het podium. Cadel Evans en Carlos Sastre mikken op de toptien. Denis Mensjov speculeert erop in het roze de Champs-Élysées te bereiken. De grote verrassing Bradley Wiggins bekijkt het per dag want „als je drie dagen vooruit kijkt, vergeet je de twee voorafgaande”.

Wiggins is een revolutionair. De achtervolgingskampioen van de piste is een klimmer geworden. Kwestie van afvallen, zegt hij. De klimmersbenen waren er al, ze hoefden alleen maar te worden blootgelegd. Zijn ploegleider Jonathan Vaughters roemt de grote motor. In het voorjaar liet hij bij inspanningstesten cijfers optekenen die gelijk waren aan die van Armstrong in zijn beste jaren.

Wiggins kent het gefluister rondom zijn prestaties: die móét wel aan de dope zitten. Hij windt zich er niet over op. Toen een interviewer hem confronteerde met de insinuaties antwoordde hij droogjes: „O, ik dacht dat je bekend ging maken dat ik homofiel ben.”

Kan de nummer drie in de rangschikking ook de gevreesde derde week aan? Met een gewapend gevoel voor humor kom je volgens mij een heel eind.