Wildgroei aan projecten tegen wildgroei regels

Regels van de overheid leiden tot irritaties bij burgers, zeker als de noodzaak niet duidelijk is. Het kabinet zegt in het aantal regels te snoeien. Maar lukt dat ook?

Ze lachten, ze dronken, en – het belangrijkste – ze stonden. Eerder deze maand werd de Amsterdamse Noordermarkt in een mum van tijd gevuld met een paar duizend demonstranten. Het ‘illegaal staande terras’ was een protest tegen de regel in de gemeente Amsterdam dat je alleen zittend op een terras mag consumeren. Voor de actie was een vergunning aangevraagd.

Regels zijn bedoeld voor de vrijheid van het collectief, maar het individu betaalt dat met een inperking van zijn vrijheid. Dat leidt vaak tot irritaties bij burgers, zeker als de noodzaak van een regel hen ontgaat. Waarom vraagt de gemeente een uittreksel uit zijn eigen Gemeentelijke Basis Administratie aan zijn burgers die willen trouwen of een partnerschap aangaan, een uittreksel waar ze vervolgens ook nog voor moeten betalen?

Politici, de regelmakers bij uitstek, zijn zich bewust van onvrede en proberen sinds 1994 het aantal regels terug te dringen. Het huidige kabinet zegt ‘op koers’ te liggen om de administratieve lasten voor burgers en bedrijven met een kwart terug te dringen.

Een kwart. Dat zijn cijfers die het bevattingsvermogen bijna te boven gaan: Balkenende IV heeft de regeldruk voor burgers binnen twee jaar met een vijfde verlicht. Toch zijn er weinig burgers die deze revolutie ook als zodanig ervaren. Hoe zou dat komen?

Wie zich verdiept in de materie van de administratieve lastenverlichting belandt in een schemerwereld van E-formulieren, I-teams, regiegroepen en heel veel onbekende afkortingen.

Paarse Krokodil en Walvis zijn wellicht nog de bekendste gezichten. Het zijn beide wetten die een eind moesten maken aan overbodige regelgeving. De naam Paarse Krokodil kwam van een reclamefilmpje van een verzekeringsmaatschappij. Operatie Walvis werd een symbool van mislukte regelgeving en leidde tot chaos bij de belastingdienst.

„Wat mij verbaast bij het verlagen van de administratieve lasten is dat er op zo’n eenzijdige manier naar gekeken wordt”, zegt Rob van Gestel, hoogleraar wetgeving uit Tilburg. „Er bestaat geen aandacht voor de baten van een regel, terwijl de last voor de één een bate voor de ander is. Als je spreekt over lastenverlichting is mijn vervolgvraag: voor wie?”

Nederland krijgt internationaal waardering voor het beleid om regels voor burgers en bedrijven te verminderen. Het kabinet versoepelde ziekmeldingen, vergemakkelijkte aangiftes voor de vennootschapsbelasting, gaat het verplichte advies van welstandscommissies afschaffen en vereenvoudigde de verpakkingbelasting. Het laatste was overigens mogelijk door eerst een complexe verpakkingbelasting voor het bedrijfsleven te introduceren.

Maar op veel hinderlijke regelgeving heeft Balkenende IV weinig grip. „Schaf die terrasvergunning af”, riep staatssecretaris Heemskerk (Economische Zaken, PvdA) eerder deze maand gemeentes op. Volgens hem kan dat makkelijk in andere plaatselijke verordeningen geregeld worden.

Het kabinet zelf introduceerde ook omstreden wetgeving. Het kwam met een wet voor gratis schoolboeken die moeilijk uitvoerbaar is. De vliegtaks kwam en verdween, en er wordt gewerkt aan een ingewikkeld systeem rond de kilometerheffing. Bureaucratische declaratieregels brengen medici tot wanhoop. Recente crisishulp zoals de deeltijd-WW en de staatsgaranties voor leningen aan bedrijven krijgen kritiek om hun bureaucratische procedures.

Toch ligt het kabinet ‘op koers’ met het terugdringen van regelgeving. Maar wat telt mee en wat telt niet mee in de sommetjes? Een blik op de cijfers over administratieve lastenverlichting is verwarrend. Zo werd in de eerste twee Paarse kabinetten afgesproken dat de administratieve lasten binnen acht jaar met een kwart zouden dalen. Maar daarvan kwam weinig terecht. In de eerste drie kabinetten van Balkenende werd die ambitie opnieuw omarmd.

In 2006 meldde het kabinet op gezag van onderzoeksbureau EIM dat de zaken voortvarend verlopen en dat de vier voorafgaande jaren de lasten voor midden- en kleinbedrijf volgens plan dalen. Maar een jaar later stelden de werkgevers van MKB Nederland op gezag van hetzelfde bureau dat de in 2007 door het kabinet geclaimde lastenverlichting niet 25 maar 7 procent bedroeg.

„Die cijfers zeggen mij niets”, stelt hoogleraar Van Gestel. „Ze wijzen telkens in verschillende richtingen. Het is maar welk rapport je erbij pakt. Wat ik wel weet is dat na dertig jaar deregulering bedrijven en burgers nog steeds klagen over de regelgeving.”

Het meten van de administratieve lasten ontwikkelde zich tot een heuse industrie, waar veel adviseurs van leven. Eenduidige cijfers over de omvang van de administratieve lasten ontbreken. Het Rijk heeft nulmetingen gebruikt voor 2002 van 9,3 tot 17 miljard euro per jaar. Dat zijn dus de kosten die bedrijven maken als gevolg van wet- en regelgeving. Het invullen van formulieren, het aanvragen van vergunningen, het kost bedrijven allemaal veel tijd, en dus geld.

Actal, het speciale adviescollege dat de vermindering in de regeldruk controleert, biedt ook weinig houvast over hoe het kabinet er voor staat. Het college schrijft in haar laatste jaarverslag dat het kabinet vooruitgang boekt, maar meldt tegelijkertijd dat zij op veel zaken geen zicht heeft. Over een tussenstand van staatssecretaris Bijleveld (Binnenlandse Zaken, CDA) zegt Actal dat „niet kan worden afgeleid wat de huidige administratieve lastendruk is en hoever de reductie is gevorderd”.

Ook waarschuwt het instituut dat bij een nieuwe meting van de lasten voor het bedrijfsleven de definitie is versmald en dat dit gevolgen heeft voor de representativiteit van de nieuwe nulmeting. Dat maakt veel uit, want zonder zo’n meting kunnen politici vooraf niet weten of nieuwe regelgeving een toe- of afname van lastendruk inhoudt. Zonder rookverbod gingen horecabezoekers niet zo massaal naar buiten. Nu mopperen buurtbewoners over lawaai voor de deur en klagen horecabazen over extra regels voor terrasverwarmers en zittend drinken.

Het ongrijpbare kabinetsproject van administratieve lastenverlichting kan tot absurdistische situaties leiden. Zo blijken de kosten voor het meten van de voortgang toe te nemen. En klaagden werkgevers onlangs over de wildgroei aan projecten om regels terug te dringen. Het geeft het kabinetsproject ‘administratieve lastenverlichting’ een steeds surrealistischer karakter.

    • Jeroen Wester