Lopen is bijzaak in Nijmegen

Behalve lopers komen ook steeds meer feestgangers naar de wandelvierdaagse in Nijmegen. Ondanks de vrees voor verspreiding van de Mexicaanse griep. „De zorgen vallen van je af.”

Gezond leven, goed schoeisel en genieten van de natuur. Dat is de sleutel voor een succesvolle vierdaagse, zeggen Dik Koopman (78) en Bert van der Lans (77). Ze kunnen het weten. Koopman liep al zestig keer mee in de Nijmeegse wandelmars, die dit jaar voor de 93ste keer wordt gehouden. Van der Lans start vandaag voor de 63ste keer. „De vierdaagse wandelen is het mooiste wat er is”, zegt Koopman. „De zorgen vallen van je af, en je kunt weer genieten van het bestaan. Zeker in deze hectische tijden is dat een verademing.”

De Nijmeegse Vierdaagse is in de loop der jaren uitgegroeid tot veel meer dan een wandelevenement. Het is een waar cultureel festijn, waar de Nijmeegse economie gretig van profiteert. Sommige horecagelegenheden draaien deze week 20 tot 30 procent van hun jaaromzet. Er is een kermis met schiettenten, draaimolens en grijpautomaten. En er is muziek, dans en theater. Als de meeste wandelaars al op één oor liggen, treedt op Plein ’44 een band op die nummers van de Rolling Stones speelt. Een Nijmeegse omstander vindt het maar niets. „We zijn wereldberoemd om ons wandelevenement. Waarom moeten we dat verzieken met deze kermis?”

Maar de meeste bezoekers denken daar anders over. De sfeer is zo nu en dan uitbundig. Voor iedereen valt er wat te beleven. Bijvoorbeeld in het Hunnerpark, waar een bandje optreedt op een tot podium verbouwde ruïne. Net buiten het park speelt een Cubaanse band salsamuziek. Voor het podium is een speciale dansvloer gebouwd, waar enkele fanatiekelingen gewillig hun danskunsten vertonen aan Nederlandse meisjes.

Met al deze festiviteiten vergeet de argeloze bezoeker bijna op een wandelevenement te zijn. Een jongen reageert in eerste instantie dan ook verbaasd als hem gevraagd wordt naar zijn mening over de Vierdaagse. Daarna herinnert hij zich op lacherige toon weer waar het om draait. „Die komt duidelijk niet uit Nijmegen”, zegt een ander. Langs de Waal staat een reuzenrad, even verderop zijn enkele vrouwen aan het paaldansen.

De meeste feestgangers zijn nog op de been als marsleider Johan Willemstein om vier uur in de ochtend het startschot lost. Velen begeven zich naar de start om de wandelaars toe te juichen. „Dit is toch wel mooi om mee te maken”, zegt een jongen tegen zijn vrienden. „Volgend jaar doe ik ook mee, dan kunnen jullie naar me schreeuwen.” Ook onder de deelnemers heerst een uitgelaten sfeer. Sommigen banen zich direct een weg naar voren en zetten in straf tempo de pas erin. „Die moeten zeker de trein nog halen”, zegt iemand lachend. Anderen komen duidelijk meer voor de gezelligheid en lopen in groepsverband.

Ook zijn er opvallend veel internationale deelnemers: geüniformeerde politieagenten uit Beieren, Deense studenten, Engelsen, Grieken, Spanjaarden en Amerikanen. „We hoorden ooit via via over het evenement en we lopen alweer acht jaar trouw mee.” Daarnaast lopen er zo’n vijfduizend – vaak zwaarbepakte – militairen mee uit binnen- en buitenland.

Begin deze maand leek het er nog even op dat de Mexicaanse griep roet in het eten zou gooien. De Nijmeegse viroloog Joep Galama uitte in het Nederlands Dagblad zijn twijfels. „Het is een geweldige bron voor de echte introductie van het Mexicaanse griepvirus in Nederland. Het is niet aan mij om te zeggen: stop de Vierdaagse. Maar er is gerede grond er goed over na te denken.”

In overleg met de plaatselijke GGD en andere deskundigen besloot de organisatie het evenement echter door te laten gaan. Volgens een woordvoerder is nooit serieus overwogen af te lasten. „Er zijn zoveel evenementen waar mensen bij elkaar komen; waarom zou dit dan niet door mogen gaan? Zolang we bij de grens geen mensen tegenhouden, kan de Vierdaagse doorgaan.”

Wel zijn er dit jaar meer plekken waar mensen hun handen kunnen wassen. En mensen met griepverschijnselen wordt aangeraden thuis te blijven. Er is geen draaiboek, alleen een richtlijn.

Bij de drogisterijtent, vlakbij de startfinish, kunnen deelnemers behalve de gebruikelijke voetcrèmes en blaarpleisters ook desinfecterende gel kopen om hun handen mee te wassen. „Daar wordt wel meer naar gevraagd dan andere jaren”, zegt de verkoopster. „Mensen houden er toch meer rekening mee. Maar volgens mij is het allemaal onzin.”

Zo lijken ook de meeste deelnemers erover te denken. „Ik vrees meer voor blaren en spierpijn dan voor de griep”, zegt een van de lopers.

Ook oudgediende Bert van der Lans is niet bang voor het virus. „Eerst praten we elkaar een economische recessie aan en nu een griepvirus.” Dik Koopman sluit zich daarbij aan. „Virus of geen virus, als ik tijdens het wandelen mijn vrouw zie of een ander mooi meisje, dan geef ik haar gewoon een kusje.”

    • Arend Hulshof