Lagere straffen in zaak ongeval vlot

Het gerechtshof in Arnhem heeft fors lagere straffen opgelegd dan de rechtbank in de zaak over het ongeval met een vlot op de Berkel in september 2007.

Het hof veroordeelde het evenementenbureau Sportwijzer en een van zijn directeuren, Marco P., gisteren tot een boete van 5.000 euro en 120 uur werkstraf. De rechtbank Zutphen had een boete van 50.000 euro, voorwaardelijke celstraf van drie maanden en 180 uur werkstraf opgelegd.

Het bedrijf organiseerde een bedrijfsuitje voor drogisterijketen Kruidvat. Bij een vaartocht kwamen twee medewerkers om. Dat gebeurde toen het vlot waarop zij met zestien collega’s zaten over een stuw voer en een val van anderhalve meter maakte.

Zowel hof als rechtbank verwijt het bedrijf en de directeur dood door schuld. De vrouwen waren niet gewaarschuwd voor de stuw en er was een onervaren instructeur ingezet. Het hof deelde echter veel lagere straffen uit omdat het bedrijf in het algemeen de bedrijfsvoering wel op orde had en geen economisch voordeel heeft behaald „bij het bewezenverklaarde feit”. Bovendien zou het bedrijf door de vele publiciteit in deze zaak omzet zijn misgelopen.

Hans Nijboer, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Leiden: „Ik ben geneigd te zeggen dat het eerder een opmerkelijke zaak is dan een opmerkelijk arrest.” Nijboer doelt op het feit dat tot circa twintig jaar geleden dit soort kwesties niet snel voor de strafrechter kwam. Over de hoogte van de straffen zegt hij: „Mocht de Hoge Raad er aan te pas komen, dan zal die het ‘verbazingscriterium’ toepassen.” Daarmee wordt bedoeld dat de Hoge Raad zal kijken „of deze straf, gelet op de gegeven motivering van het hof, verbaast”.