Ik zou dus wél dat bootje naar Europa nemen

Kamerlid Dibi vindt dat jongeren in Marokko aan hun toekomst moeten bouwen.

Maar in Marokko heb je alleen kansen als je geld hebt of invloedrijke vrienden.

Als ik in Marokko mijn bestaan zou moeten opbouwen, dan stapte ik toch op het eerste het beste gammele bootje richting Europa. De kans op overleving is groter dan in Marokko iets wezenlijks te bereiken.

Dat was mijn eerste gedachte toen ik op nu.nl las dat het GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi vond dat de jongeren in Marokko hun rechten moesten opeisen in plaats van hun koffers te pakken om naar Europa te reizen. Volgens Dibi moet Nederland de regels voor het toekennen van uitkeringen aanscherpen en moet het utopische imago van Nederland in Marokko actief worden bestreden.

Wat een onzin: jongeren hebben in Marokko helemaal geen kansen. En ik zeg dat niet zomaar. Na drie jaar in Marokko gewerkt te hebben, wil ik hier weg. Toen ik pas hierheen kwam, dacht ik nooit dat ik weg zou willen. Inderdaad, Marokko beweegt, borrelt, er is overal dynamiek. Maar of het goede ontwikkelingen zijn? En wie profiteert daarvan? Voorlopig zijn er in Marokko alleen mogelijkheden als je geld hebt of invloedrijke vrienden.

Er zijn veel jongeren die de moed erin houden en uit principe handelen. Maar op den duur wordt het ook hun te veel. Ik ken een school, een van de eerste scholen in Marokko die met het montessorisysteem werkt. Idealisme op en top. Maar geen goed salaris voor de jonge leraren, zo’n 250 euro per maand en dat kregen ze pas na lang onderhandelen.

Maar wat je ziet is dat de leraren elke dag bezig zijn met een gevecht. Hun salaris krijgen ze zelden op tijd en soms wordt er zomaar wat op gekort. Ze werken zonder contract, dus onverzekerd. En telkens weer krijgen ze de belofte dat het contract eraan komt. Vlak voor de zomervakantie kregen ze een contract voorgelegd, maar een met heel slechte voorwaarden. Wat moesten ze doen?

De directie heeft het wel eens gewaagd te zeggen dat ze hun ouders om geld moesten vragen. En dat in een land waar het gros van de jongeren juist zo snel mogelijk aan de bak moet om de familie te onderhouden!

Deze jonge leraren houden het twee jaar uit, omdat ze het niet op hun geweten willen hebben dat de school mislukt. En daarbij komt dat ze het geld nodig hebben.

Jongeren weten heus wel dat je in Europa niet zomaar aan een uitkering komt en dat het geld niet voor het oprapen ligt en dat er steeds meer racisme voorkomt. Ze weten misschien meer dan wat Nederlanders zelf weten.

Een van de leraressen zei tegen mij: „We weten best dat het in Europa ook moeilijk is. Maar je krijgt tenminste wel de kans om een pensioen op te bouwen en verzekerd te werken. Je doet moeite en daar staat iets tegenover, je krijgt het gevoel dat je werk wordt gewaardeerd. Hier niet.” En daar gaat het om: waardigheid. Je bent in Marokko een nobody als je niet de juiste mensen kent en hun niet het juiste bedrag toeschuift.

Politiek is vooralsnog voorbehouden aan de elite van de Marokkaanse samenleving. De mensen die het minder hebben, mogen tegen verkiezingstijd wel opdraven: om te helpen bij de campagnes en als stemvee. Daarna worden ze aan de kant geschoven.

Om je op de School voor Journalistiek in te schrijven, moet je ook van goeden huize komen. En dat is niet kwalitatief bedoeld. Zelf heb ik als journalist moeten ervaren wat de consequentie is van gewoon je werk doen. In een ziekenhuis waren op een ochtend zestien baby’s overleden. Daar wilde ik een artikel over schrijven. Binnen een week had de veiligheidsdienst mij in de gaten en werd mijn werkgever telefonisch geïntimideerd. In Marokko is in aanraking komen met de veiligheidsdienst gelijk aan een soort paria zijn. Ik heb mijn baan moeten opgeven.

Ik heb een keer Mohamed Erraji geïnterviewd, de blogger die een kritisch artikel schreef over de koning en daarvoor de gevangenis in moest. Erraji moest toen wel bedenken hoe hij verder moest met zijn schrijversactiviteiten. Hij werkt daarnaast namelijk in de hamam (badhuis) en daarvan moet hij zijn familie onderhouden. Schrijven en telkens in de gevangenis terechtkomen zou betekenen dat hij niet meer kan werken en zijn broertjes niet meer naar school kunnen.

Feit is: er zijn jongeren die hun nek uitsteken, die opkomen voor hun rechten en die van anderen. Ze deinzen niet terug voor de klappen die er vallen. Maar het dikke, betonnen plafond dat boven Marokko hangt, is niet te doorboren met alle jongeren die dit land telt. Wel met geld, maar dat is nou net wat de jongeren niet hebben.

Naima Elmaslouhi is freelance journaliste en woont in Marokko.