Het ontslagrecht, dat gaat nu sluipend op de helling

Het kabinet slaagde er niet in het ontslagrecht te versoepelen.

Maar in de praktijk rekken rechters allang de grenzen op. Tot afgrijzen van de sociale partners.

Het ontslagrecht leek bevroren nadat minister Donner (Sociale Zaken, CDA) zijn hervormingsplannen twee jaar geleden had moeten inslikken. Inmiddels dwingen de crisis en rechters, die dagelijks over ontslag beslissen, versoepeling van de regels af. Het zijn kleine veranderingen. Maar „de geest is uit de fles”, menen arbeidsrechtjuristen.

Vorige week besliste Donner dat werkgevers meer vrijheid krijgen om bij reorganisaties deskundige werknemers vast te houden. Ondernemers kunnen bij ontslag voortaan meer op kwaliteit selecteren en minder op basis van anciënniteit.

Ook besloot hij dat bedrijven jongeren tot 27 jaar langer in een tijdelijk dienstverband mogen laten werken; vier in plaats van drie jaar.

En waar het kabinet er niet in slaagde de ontslagvergoeding verlaagd te krijgen, wordt dit door rechters afgedwongen. Werknemers die in de huidige crisis bij hun bedrijf moeten vertrekken, krijgen een structureel lagere ‘handdruk’ mee. Nadat de ontslagvoorstellen van Donner waren vastgelopen op verzet van de vakbeweging, besloot de Kring van Kantonrechters zelf tot versobering van de vergoeding over te gaan.

Met deze nieuwe kantonrechtersformule krijgen werknemers bij ontslag gemiddeld eenderde minder mee. Het kabinet en de sociale partners werden het er vorig jaar in het Najaarsakkoord alleen over eens, dat werknemers met een inkomen boven 75.000 euro hooguit één jaarsalaris vertrekpremie zouden meekrijgen.

„Omdat het de politiek niet lukt het voortouw te nemen, wordt de minister links en rechts ingehaald”, zegt Jaap van Slooten, arbeidsrechtdeskundige en advocaat bij Stibbe in Amsterdam. „Je kunt rechters niet kwalijk nemen dat ze hun eigen beslissingen nemen.”

De gerechtshoven hanteren verschillende formules. Onlangs bleek dat de hoven in Leeuwarden, Den Bosch en Amsterdam bij ‘kennelijk onredelijk ontslag’ een eigen, soberder formule voor ontslagvergoeding hanteren.

Ongelukkig, vindt Van Slooten. Maar het gegoochel met ontslagformules is het gevolg van de vastgelopen discussie over het ontslagrecht. Naar zijn mening is het dringend aan revisie toe. „De ontslagwetgeving is een bouwval waar de politiek een slot op heeft gezet. Politici vergeten dat rechters dagelijks moeten werken in een gebouw waar het voortdurend tocht en kiert.”

De Tweede Kamer grijpt de recessie aan om de smalle marges die er zijn, te benutten. Maar de vakbonden zijn bezorgd. „Het anciënniteitsprincipe wordt losgelaten”, stelt FNV-bestuurder Wilna Wind. Werkgevers kunnen kiezen wie ze buiten het afspiegelingsbeginsel houden, dat gebaseerd is op leeftijdsgroepen waarbij degenen met de minste dienstjaren worden ontslagen.

Evert-Jan Henrichs, arbeidsrechtadvocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek, meent dat de verruiming van het zogenaamde onmisbaarheidscriterium niet moet worden overtrokken. Het ontslagrecht zelf staat niet ter discussie. De preventieve ontslagtoets door het UWV, die heilig is voor de vakbeweging, wordt met deze maatregel niet wezenlijk aangetast, meent Henrichs. De kans op willekeur bij ontslag acht hij klein. „Werkgevers wordt het lastig gemaakt, want ze moeten op alle mogelijke manieren aantonen waarom iemand voor het bedrijf van bijzonder belang is.”

Henrichs beschouwt de besluiten van Donner hooguit als „marginaal gesleutel aan een gammel systeem”. De hervorming van het ontslagrecht die volgens hem nodig is om het starre systeem en de tweedeling op de arbeidsmarkt (insiders en outsiders) te doorbreken, wordt niet gemaakt.

Vergeleken met andere Europese landen zijn de Nederlandse ontslagregels nadelig voor ondernemingen, stelt Axel Gerberding, directeur van de Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel. „Vooral kleine en middelgrote bedrijven die onzeker zijn over de toekomst, zijn bang nog mensen in dienst te nemen.”

Ute Acker, advocaat van kantoor DVDW in Den Haag, pleit er daarom voor tegen de achtergrond van de crisis de eis voor een ontslagvergunning voor kleinere bedrijven te laten vallen. Ze verwijst naar Duitsland waar een clausule geldt dat ontslagbescherming niet van toepassing is voor ondernemingen met tien of minder medewerkers.

Toch kan de verruiming van de keuzevrijheid voor ondernemers bij ontslag, die op 1 augustus ingaat, volgens arbeidsrechtjurist Van Slooten meer teweegbrengen dan verondersteld. De wetswijziging schept wel „een gevaarlijk precedent”, meent hij. Kantonrechters, bij wie werkgevers ontbindingsprocedures beginnen, zullen de deur verder openzetten om de regels op te rekken.

Bovendien is de regeling, die als tijdelijk is bedoeld, volgens de arbeidsrechtjurist niet zomaar van de baan. De maatregel duurt tot 1 september 2011, Donner of zijn opvolger moet de verruiming zelf ongedaan maken.

Donner hoopt met de verruiming een dubbelslag te maken: werkgevers krijgen meer keuzevrijheid bij ontslag, maar ze moeten wel aantonen dat ze investeren in scholing. Dat is positief, meent Van Slooten. „Nadeel is wel dat meer werknemers met een zwakkere positie op de arbeidsmarkt de laan uit vliegen.”