Heel veel kaas eten is erg slecht als je wilt afvallen

Twee auteurs verkennen Nederland bij nacht.

Vandaag deel 11: Marcel van Roosmalen neemt een kijkje bij Health Club Gold’s Gym waar je ’s nachts kunt sporten.

(Foto David Galjaard en Christian van der Kooy) Galjaard, David;kooy, christian van der

Origineel was ik niet.

„Je bent niet de eerste en niet de laatste journalist, die bij ons komt kijken”, zei mede-eigenaar Job van Oostrum (50) van Health Club Gold’s Gym, terwijl hij z’n witte BMW op een parkeerterrein in Nieuwegein zette.

Hij somde de kranten op, die al langs waren geweest.

Het waren alle kranten.

En ze hadden allemaal dezelfde insteek.

Gold’s Gym was 24 uur per dag open.

„Dus dat is iets unieks”, concludeerde Job. „We zitten nu drie jaar op deze locatie en we zijn nog geen minuut gesloten geweest. Uniek in de wereld.”

Ik noteerde het woord ‘uniek’.

We stapten uit de auto.

Job droeg een bruine polo op een beige broek en deed als bobsleeër mee aan de Olympische Spelen van 1984.

Daar was niets meer van te zien.

Job had een gedrongen figuur en een buikje.

De lucht was grijs.

De omgeving ook.

Voor een unieke plek was het er best lelijk.

Nieuwegein, een groeikern ten zuiden van Utrecht met 61.022 inwoners en wijken met namen als Zandveld en Wijkersloot, was niet iets om vrolijk van te worden.

Dat vond Job ook.

„Het is spuuglelijk allemaal.”

Hij wees naar de wasmiddelfabriek in de verte.

„Mogen ze van mij platgooien. Of niet dan?”

„Ja”, hoorde ik mezelf zeggen. „Gooi maar plat.”

„Ze hadden een onderzoek”, zei Job. „Daaruit kwam dat Nieuwegein de saaiste slaapstad van Nederland is. Grappig, want wij zijn altijd open. Uniek.”

Het gebouw van Gold’s Gym, een loods uit de jaren zeventig, was het pareltje van de buurt. Het had een frisse lik oranje verf gehad. De behuizing van de buren – een kapsalon, een internetcafé, een bromfietskeuringscentrale – stak er schril bij af, maar daar hoefden we ons geen zorgen om te maken. Dat ging allemaal plat. Op die plek had Gold’s Gym het grootste Zumbacentrum – Zumba was de nieuwste fitnessrage – van Nederland gepland.

Bij de ingang hing een briefje.

Sporters, na een uur ’s nachts even aanbellen.

Aan de plafonds hingen camera’s.

„Alles wordt gefilmd. Veiligheid staat voorop.”

Aan de bar zat Rob Geurts, de andere eigenaar.

Hij was ook een ex-olympische bobsleeër, maar leefde in tegenstelling tot Job nog steeds als een topsporter.

Hij dronk koffie met een zoetje erin, droeg twee T-shirts over elkaar en had dikke armen. Op zijn hoofd stond een sportbril.

Job en Rob spraken over hun bedrijf.

Ik was op een unieke plek beland, zoveel werd duidelijk.

Hier stonden de beste apparaten

Hier kon je televisiekijken tijdens

het sporten

Hier kreeg je hele goede begelei-

ding

Hier pikten ze de nieuwste ontwik-

kelingen op fitnessgebied snel op

En hier kon je 24 uur per dag, 365 dagen per jaar terecht.

Dat was mijn – niet originele – insteek.

Rob sprak liever over Zumba, de nieuwste fitnessrage gebaseerd op salsa en merengue, maar goed.

Echt druk was het ’s nachts nooit.

Soms kwamen er twee mensen.

Soms twintig.

Rob somde op wat voor mensen dat waren:

taxichauffeurs

marktmensen

drie Chinezen van een Chinees res-

taurant

andere horecamensen

mensen die vrachtwagens vulden

verplegers van het nabijgelegen

St. Antonius Ziekenhuis

En er kwamen ook met enige regelmaat twee vrouwen, die leden aan een zeldzame slaapziekte.

„Die kunnen niet slapen”, zei Rob. „Dan gaan ze sporten. Een van die vrouwen wordt nu behandeld. Ik heb niet doorgevraagd. Je moet ook niet te veel willen weten.”

Op oudejaarsavond had hij alleen in zijn Health Club gezeten.

Wachtend op die ene klant, die uiteindelijk kwam.

„Toen heb ik wel even gevraagd of thuis alles goed ging. Dat was het geval.”

Verder was de nacht niet anders dan de dag.

Job: „Er is iets niets bijzonders aan de nacht. Ze komen met de sporttas en ze gaan ook weer weg.”

Rob: „Zumba, dat is iets bijzonders... Ken je dat al?”

Daarna ging het gesprek over voeding.

Onder andere over ‘kaas’.

Kaas zat vol dierlijke vetten, het slechtste van het slechtste.

„Zestigpluskaas, de naam zegt het al”, zei Rob. „Dat bestaat voor meer dan 60 procent uit dierlijke vetten. Als je van je buikje af wilt komen, kun je dat beter laten staan.”

Job: „Dat is geen gelul. Dat is echt zo.”

Rob: „Kip, vis en rookvlees zijn beter voor op de boterham.”

Er was nog veel onwetendheid.

Soms – als een sporter aangaf dat hij echt wilde afvallen – kaartte hij weleens aan dat ‘kaas’ slecht was.

„Heel veel kaas eten is nog slechter dan een broodje frikadel.”

Met een Zumbales kon je die calorieën op een vrolijke manier verbranden. Tot wel duizend calorieën per keer.

„Dat is een flink stuk kaas.”

Rob ging thuis douchen en Job begon aan een eindeloze rondleiding door een vrijwel verlaten Health Centrum.

Alles kwam ter sprake.

De nieuwe vloer.

De cardiofiets, waarop je een eigen parcours kon uitstippelen.

De gemeente Nieuwegein, die de leus ‘Nieuwegein beweegt’ als slogan had.

En de huisregels, waarin stond dat het dragen van petjes en tanktops – T-shirts zonder mouwen – verboden was.

„Ja, mooi”, zei ik in de zoveelste zaal met glimmende apparaten.

Job knikte.

Ik was niet de eerste en zeker niet de laatste journalist, die tot die conclusie was gekomen.

Hij somde alle andere kranten op.

Daarna bracht hij me met zijn witte BMW naar het station van Utrecht.

Onderweg kreeg hij een astma-aanval.

Bij een benzinestation kocht hij een blikje Red Bull.

Hij nam een paar slokken. Dat hielp.

„Als Rob dit ziet, wordt hij helemaal gek”, zei Job. „Hij zegt: Red Bull is slecht. Te veel suiker. Te veel cafeïne. Maar ik sta er iets anders in. Ik eet ook weleens kaas.”