De bank krijgt wat overblijft

De nieuwe inleg van spaargeld is in een jaar tijd met 60 procent opgevoerd.

Dat kan extra gemakkelijk nu ons besteedbaar inkomen nog toeneemt.

Illustratie Hajo Hajo

Nederlanders laten het geld rollen. Maar het geld rolt niet naar winkels, maar naar banken, naar spaarrekeningen en naar deposito’s waarop mensen hun geld voor een bepaalde periode vast zetten, meestal in ruil voor een wat hogere rente.

Nederlanders hebben het saldo van nieuwe inleg op hun spaarrekeningen in de eerste vijf maanden van dit jaar met 60 procent opgevoerd ten opzichte van de vergelijkbare periode in 2008, zo blijkt uit cijfers over de spaargelden van huishoudens op de website van De Nederlandsche Bank.

In de eerste vijf maanden van 2008 stegen spaar- en depositorekeningen bij banken per saldo met 12,3 miljard euro. In de eerste vijf maanden van dit jaar lag de toename op bijna 20 miljard euro.

Eind mei hadden Nederlanders een bedrag van 284 miljard euro op spaar- en depositorekeningen staan. Ter vergelijking: de complete Nederlandse staatsschuld bedroeg eind mei volgens het ministerie van Financiën 290 miljard euro. Deze twee economische grootheden gaan al jarenlang gelijk op. De afgelopen jaren steeg het spaargeld wat harder, nu groeit de staatsschuld extra doordat het kabinet een hoger begrotingstekort toestaat om de economische bedrijvigheid aan te moedigen.

De stijging van de spaargelden van huishoudens is het saldo van de inleg van nieuw spaargeld, opnames van spaarrekeningen, rentebijschrijvingen en verschuivingen in het spaar- en beleggingsbeleid van huishoudens. Het is voor de statistici bij De Nederlandsche Bank en bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) razend ingewikkeld de verschillende geldstromen tijdig en adequaat in kaart te brengen. Wel duidelijk is dat huishoudens deposito’s met een vaste looptijd laten aflopen nu de rente is gedaald en dat geld weer terugzetten op reguliere spaarrekeningen.

Als de economische onzekerheden in rap tempo toenemen, zoals nu, vertonen huishoudens de reflex om meer te gaan sparen. Dat kan nu extra gemakkelijk omdat het besteedbaar inkomen van huishoudens dit jaar nog stijgt. De onzekerheid komt naar voren in scherp dalend en laag consumentenvertrouwen en wordt gevoed door oplopende werkloosheid. In het eerste kwartaal kromp de economie met 4,5 procent, de grootste terugval in zestig jaar. „Ook de angst voor het verliezen van werk wakkert de behoefte om te sparen aan”, zegt het Centraal Planbureau (CPB) in zijn laatste economische raming.

Wie zich opeens armer voelt, zo heeft onderzoek uitgewezen, gaat extra sparen om de verliezen te compenseren. De bankencrisis in het vierde kwartaal stimuleert mensen bovendien om meer geld op spaarrekeningen te zetten bij solvabele en veilige banken, hoewel de rentetarieven de laatste tijd substantieel zijn gedaald.

De stijgende besparingen gaan gepaard met dalende omzetten in de detailhandel. Het CBS meldde vorige week dat zogeheten non-food winkels, zoals kleding- en elektronicazaken, in de maand mei de grootste omzetdaling (min 11 procent) in bijna tien jaar hadden meegemaakt.

Volg het spoor in de economie terug, van de winkels naar de producenten, en de trend wordt nog wat duidelijker. Grote fabrikanten als Philips zien hun afzet van tv’s, maar ook van koffiezetapparaten en keukenmachines terugvallen. In een reactie daarop brengen fabrikanten hun personeelomvang terug in een poging verliezen te vermijden. Zo ontstaat de vicieuze cirkel van dalende consumentenbestedingen, reorganisaties en angst voor banenverlies wat weer aanzet tot hogere besparingen en het afknijpen in consumptieve bestedingen.

De ‘kopersstaking’ in de winkels drukt de economische bedrijvigheid, maar de staking is niet algemeen. Ja, elektronica doet het slecht, maar Marktplaats bloeit. Ja, restaurants doen het slecht, maar supermarkten, snackbars en McDonald’s merken dat mensen nog steeds geld te besteden hebben. Ze besteden minder en ze besteden het anders.

    • Menno Tamminga