Dak van Arena laat geluid U2 galmen

Frontman Bono en bassist Adam Clayton gisteravond in de Amsterdam ArenA. (Foto: Andreas Terlaak) Frontman Bono en bassist Adam Clayton van U2 tijdens de 360 tour in de Amsterdam ArenA. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

Popmuziek U2, 20/7 Arena Amsterdam. Herhaling 21/7.****

Alsof er een ruimteschip in de Arena was neergedaald, zo imposant stond U2’s podiumopstelling erbij. De Ierse topgroep gaf een indrukwekkend concert in het kader van hun 360º-toer, zo genoemd omdat het publiek van alle kanten mocht meekijken naar bandleden die met bewegende loopbruggen een eindje de zaal in konden. Tot verdriet van de fans mocht het dak niet open, wegens geluidsoverlast. Jammer, want het geluid kwam nu om in galm en U2’s futuristische decor hield op bij het dak, waar het naar de sterren had moeten reiken.

Blakend van zelfvertrouwen begon de band met vier nummers van het recente album No Line On The Horizon, die meteen al stevig werden meegezongen. Nog groter was de publieksparticipatie bij bekendere nummers als I still haven’t found what I’m looking for, waarbij frontman Bono de zang voor een deel aan het stadion kon overlaten. Als gewoonlijk haalde hij citaten uit het popverleden aan: een stukje Blackbird van The Beatles en een falsetstemmetje in Don’t stop til you get enough, als eerbetoon aan Michael Jackson.

U2 heeft een reputatie hoog te houden als het gaat om spectaculaire stadionshows waar zelfs de Rolling Stones nog iets van zouden kunnen leren. Een groot videoscherm met beelden rondom torende hoog boven de bandleden uit. Later in de show kwam het hele scherm als een cocon naar beneden, terwijl Bono memoreerde hoe hij als jongetje onder de indruk was geweest van de eerste maanlanding, veertig jaar geleden.

Bono had zich wellicht de kritiek ter harte genomen dat hij eerder op de tournee te lange preken had gehouden. Hij hield het relatief sober met een korte ode aan Amsterdam, waar U2 zich in het dertigjarig bestaan altijd thuis heeft gevoeld, en een betoog over Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi. Op het videoscherm verschenen beelden van Desmond Tutu met de mededeling dat U2-fans allemaal „beautiful people” zijn. Voor de rest hield U2 het bij haar specialiteit: meeslepende en groots klinkende rockmuziek die steeds harder het stadion in gepompt werd.

Tussen relatief recente succesnummers als Beautiful day en Vertigo was er plek voor het oude Sunday bloody sunday; ooit het nummer waarbij op Pinkpop en in Ahoy de vlaggen en spandoeken tevoorschijn werden gehaald. In plaats van vlagvertoon was er nu massale samenzang bij Where the streets have no name en het tot bombastische proporties opgeblazen One, als één man gezongen door een publiek dat U2 op handen droeg.

Voor de band was het een gewone maandagavond: nog maar enkele minuten nadat ze hun show besloten met een gedragen Moment of surrender, scheurden ze in konvooi en onder politiebegeleiding terug naar het Amstelhotel, om vandaag weer uitgerust aan het tweede Arenaconcert te beginnen.