Taalverandering (2)

Is het zo dat de gevoelswaarde van woorden verandert naarmate je ouder wordt?Hier een proef op de som.

Sommige woorden krijgen voor ons, naarmate we ouder worden, een andere betekenis, stelde ik vorige week.

Om deze vorm van innerlijke taalverandering te toetsen vroeg ik drie kinderen om een definitie te geven van vader en moeder. Niet van hun eigen ouders, zo luidde de opdracht, maar van een vader of moeder in het algemeen.

De jongen van elf schreef: „Een moeder: is er altijd voor je. Troost je altijd. Helpt als je het moeilijk hebt. Heel af en toe streng (bijna nooit). Is meer van het huishouden. Is gevoelig.”

Over vader schreef hij: „Een vader: is sterk. Moedig en stoer. Heeft meestal gevoel voor humor. Vaker streng. Staat beter in zijn schoenen.”

De jongen van vijftien schreef: „Een vader is een persoon die sterk is, alles weet, en naar alles luistert. Een vader kijk je tegen op, je vader stelt regels op. Een vader is de persoon waar je naartoe gaat als je bang bent of bescherming nodig denkt te hebben.”

Over moeder schreef hij: „Een moeder is een persoon die lief, zachtaardig en begripvol is. Je moeder brengt je naar bed en verzorgt je als je ziek bent. Degene die je vertelt dat je voor het eerst met een meisje hebt gezoend.”

En het meisje van achttien schreef: „Ik heb er twee voor moeder: een moeder is de persoon die een kind gebaard heeft. En: een moeder is de persoon die voor je zorgt tijdens je jeugd en degene waar je altijd naar terug kan en de persoon die onvoorwaardelijk van je houdt.”

Over vader schreef zij: „Een vader is de persoon die een veilige omgeving voor zijn kind creëert (geruststellen, beschermen, zekerheid, regels?), degene waar je altijd naar terug kan en de persoon die onvoorwaardelijk van je houdt.”

Je kunt veel uit deze drie omschrijvingen halen. Ze zeggen iets over de rolverdeling tussen de vader en de moeder, over de verwachtingen van de kinderen, over hun vermogen om met afstand te kijken, enzovoorts. Maar ze laten vooral zien hoe snel de woorden in ons innerlijke woordenboek veranderen; al na een paar jaar zijn de verschillen groot.

Wanneer dit stopt weet ik niet – waarschijnlijk pas aan het eind van ons leven.

Ik heb me weleens een woordenboek voorgesteld waarin al deze associaties wél zijn vastgelegd, gekoppeld aan leeftijdscategorieën. Moeder (0 tot 12): diegene die je troost en die zo goed mogelijk voor je zorgt.

13 tot 18: vrouw die je allerlei regels oplegt, over hoe laat je thuis moet zijn bijvoorbeeld. 19 tot 30: iemand op wie je altijd kunt terugvallen. 30 tot 45: een oma voor je kinderen, zeker in het begin een vraagbaak bij problemen met jonge kinderen.

Enzovoorts.

Hoewel het aanleggen van zo’n woordenboek weinig zin heeft (er zijn allerlei uitzonderingen denkbaar), is het wel goed om te beseffen hoezeer ons innerlijke woordenboek in de loop van ons leven wordt aangepast. Woorden rijpen, veranderen van kleur of betekenis, worden lichter of zwaarder.

De gevolgen zijn groter dan je denkt, want wij duiden de wereld met woorden. Wij veranderen met de woorden mee – langzaam, maar onherroepelijk.

Reacties naar sanders@nrc.nl of via www.nrc.nl/woordhoek