Sappiger of beter dan de grauwe gratis middelmatigheid

Wereldwijd onderzoeken kranten hoe ze de overstap naar betaald nieuws op internet kunnen maken.

Dat is niet gek: waardevolle informatie wil ook duur zijn.

Op het station accepteert iedereen dat je voor sommige kranten betaalt, terwijl je andere gratis krijgt. Maar op het internet zijn we verwend: vrijwel alles is er gratis. Althans, voorlopig.

Binnen een jaar, voorspelde de hoofdredacteur van de Financial Times vorige week, zullen bijna alle nieuwsorganisaties geld vragen voor informatie die ze aanbieden op internet. Ze kunnen niet doorgaan met het weggeven van hun journalistieke producties, stelt hij. Met het teruglopen van de advertentie-inkomsten is er hard geld nodig om te kunnen blijven investeren in goede journalistiek.

En het is waar: overal, ook in Nederland, onderzoeken kranten hoe ze de overstap kunnen maken. Rupert Murdoch heeft al aangekondigd dat de websites van zijn kranten geld gaan vragen.

De topman van News Corp. is tot de conclusie gekomen dat het economische model van de gratis websites waaraan we de afgelopen jaren gewend zijn geraakt niet deugt. En steeds meer uitgevers zijn het met hem eens. Ook The New York Times zou al vergevorderde plannen hebben voor een betaald abonnement op de website.

Maar zullen de lezers hun beurs willen trekken voor online informatie? Of zijn ze zo gewend dat het gratis is, dat iedere andere prijs hun te hoog is? Dat zou heel goed kunnen, zeker voor de generatie die is opgegroeid met gratis kranten, websites en e-mail, een gratis online encyclopedie, gratis filmpjes op YouTube en muziek en films die zonder te betalen worden gedownload.

Information wants to be free, is de formule die vaak wordt aangeroepen door tegenstanders van kassa’s op het internet: informatie wil gratis zijn. Chris Anderson, hoofdredacteur van het blad Wired (over nieuwe media) en auteur van de bestseller The Long Tail, gelooft zo sterk in het concept ‘gratis’ dat hij het woord zelfs met een hoofdletter schrijft, alsof het gaat om een orkaan. ‘In de wereld van het internet kun je proberen Gratis op afstand te houden met wetten en sloten, maar op den duur zal de economische zwaartekracht het winnen’, schrijft hij in zijn nieuwe boek Free; The Future of a Radical Price. De gestage groei van Gratis in het digitale tijdperk is voor Anderson een natuurwet.

Deze week deed ook de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley een duit in het zakje. De afdeling onderzoek in Londen publiceerde een rapport over mediagebruik onder jongeren. Het stuk was weliswaar opgesteld door een 15-jarige scholier die een zomerstage liep, maar het bevatte zoveel „uitzonderlijk heldere en prikkelende inzichten” dat de bank het de wereld in stuurde.

Tieners hebben geen tijd om kranten te lezen („pagina’s en pagina’s tekst”), was een van die prikkelende inzichten – alsof ze twintig of dertig jaar geleden wél kranten verslonden. En tieners gebruiken steeds meer verschillende (digitale) media, maar in het algemeen hebben ze een grote weerstand tegen betalen.

Toen deze conclusies uitlekten, stroomden bij Morgan Stanley de telefoontjes en mails binnen van beleggers en topmannen uit het bedrijfsleven die er meer van wilden weten. Het leek de zoveelste nagel aan de doodskist van de traditionele media.

Maar zien de profeten van Gratis niet iets over het hoofd? Wie op internet zoekt naar de herkomst van de mantra Information wants to be free, leert op Wikipedia dat de uitdrukking in 1984 voor het eerst werd gebruikt door een zekere Stewart Brand, die helemaal niet beweerde dat álle informatie in het internettijdperk gratis zal zijn of zal moeten zijn. Wat hij zei is: „Informatie wil gratis zijn. En informatie wil ook duur zijn. Informatie wil gratis zijn omdat het zo goedkoop is om te distribueren, te kopiëren en opnieuw samen te voegen. En informatie wil duur zijn omdat het een onmetelijke waarde kan hebben voor de ontvanger. Die spanning zal niet verdwijnen.”

Daar zit hem de crux. Kranten die geld gaan vragen voor hun artikelen op internet moeten beter laten zien wat ze waard zijn. Voor de Financial Times, als gespecialiseerde krant voor een speciaal publiek, is dat relatief makkelijk. Voor andere kranten is het zaak zich op hún manier te onderscheiden in de zee van grauwe gratis middelmatigheid waar je op internet uren op kunt ronddobberen. De één zal dat moeten doen met betrouwbaarder nieuws of een betere uitleg. De ander met sappiger roddels, aantrekkelijker opgedist.

Op het station staan iedere dag mensen voor de vraag of ze hun kostbare half uurtje in de trein zullen doorbrengen met een gratis krant of een betaalde. De meesten kiezen voor gratis en zullen dat ook op internet doen. Een deel van die lezers overtuigen dat ze zichzelf daarmee tekortdoen: voor die taak staan de kranten, in de kiosk en op het web.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.