Racer van lange adem

Gisteren werd op Zandvoort voor de negende keer een DTM-race verreden. De Deense coureur Tom Kristensen racete voor het laatst in Nederland.

Veteraan Tom Kristensen (42) is de man van de lange adem in de autosport. Acht keer won hij de beroemdste autorace ter wereld, de 24 Uur van Le Mans. Van 2000 tot en met 2005 zegevierde de Deen zelfs zes keer achtereen, evenveel als het destijds onbereikbaar geachte record van de Belg Jacky Ickx. In tegenstelling tot zijn triomfen bij de sportwagens, is hij minder succesvol bij de DTM, de Duitse toerwagenserie, die veel publiek in de ban houdt door vaak spannende races tussen twee merken, Audi en Mercedes. De man die de koosnaam PhanTom kreeg toebedeeld van zijn supporters, reed gisteren voor het laatst op het circuit van Zandvoort in de DTM. Met de Audi A4 DTM werd hij onopvallende elfde.

Kristensen beleefde een grillige carrière in de autosport. Als vijftienjarige bezocht Tom in 1982 de Grand Prix van Nederland. Hij herinnert zich het oorverdovende lawaai van de Ligier-Matra met Laffite en was op slag verliefd op het duinencircuit aan de zee. Zijn vader was een niet onverdienstelijk amateurcoureur en de eerste Deen die deelnam aan de woestijnrally Parijs-Dakar. De passie voor de racerij zat er bij Tom vroeg in. De geschiedenis herhaalde zich met Toms oudste zoon Oliver (12) die vijf jaar geleden opzien baarde. Met zijn mobieltje en vijftig euro op zak stapte hij in Denemarken opgewekt in een bus met supporters die Kristensen gingen aanmoedigen bij de DTM-race in het Duitse Oschersleben. Vader won de race, zoonlief woonde trots de persbijeenkomst bij. Dat viel niet op totdat zijn telefoon afging en hij de lachers op zijn hand kreeg. „Niet nu mama. Ik zit bij de persconferentie.”

Iedere ambitieuze jonge autocoureur heeft maar één doel: Formule 1. Voor de man uit Hobro in Noord-Denemarken was dat niet anders. Hij hanteerde echter ongebruikelijke toevoegingen. „Ik dacht ook aan de 24 Uur van Le Mans of aan de Champ Car-racerij toen dat in Amerika nog een hoog aangeschreven kampioenschap was.”

Aanvankelijk volgde hij de normale route, via de kart naar de Formule 3. In zijn eerste F3 seizoen, 1991, won Kristensen de prestigieuze Duitse titel. „Te vroeg om sponsoring te vergaren voor de volgende stap, Formule 3000. Gelukkig kreeg ik de kans in Japan te rijden. Ontving een salaris, leerde er veel en bleef vier jaar. Omdat de races niet op tv waren kreeg ik weinig belangstelling in eigen land.”

Formule 1 doorkruiste zijn carrière. In 1993 kreeg hij een aanbod van Eddie Jordan, maar hij kon de gevraagde tien miljoen kronen niet opbrengen. Het beoogde contract met Lola ging in 1997 niet door wegens faillissement van het team. Wel testte hij voor Minardi, Tyrrell, Williams en Jaguar.

„Niet starten in Grote Prijzen was geen gemiste kans. Ik weet zeker dat ik een goede F1-coureur was geweest onder de juiste omstandigheden. Maar die kwamen nooit. Dat was wel het geval met Le Mans. Dat was een unieke kans. Die zou ik van mijn leven niet willen ruilen voor een paarFormule 1-wedstrijden.”

Sinds zijn winnende Le Mans debuut in 1997, is hij verknocht aan de Franse klassieker. Via twee keer BMW, belandde hij vanaf 2000 bij Audi. „Een perfecte keuze, de beste zet in mijn carrière.” Van de F1 keerde hij zich af. „Met rijders die Le Mans hebben gewonnen, zoals Ickx, Bell, Van Lennep of Lammers, kun je goede gesprekken voeren. Niet met die gasten uit de F1. Die hebben oogkleppen voor.” Na zijn zesde DTM-seizoen, legt hij zich vanaf 2010 uitsluitend toe op lange afstandsraces. „In de DTM won ik vier keer, maar het is uitsluitend een serie voor specialisten. De kampioen is altijd iemand die zich volkomen concentreert op de DTM.” Zijn belangrijkste doel is Le Mans. „Mijn laatste jaren in de racerij wil ik daar een prettige tijd hebben.” Van fans is hij verzekerd; dit jaar werd hij gevolgd door een slordige 30.000 landgenoten.

Kristensen weigert zich de eretitel van Ickx (‘Monsieur Le Mans’) aan te meten. Hij beseft als geen ander dat succes behalen op het circuit de la Sarthe een kwestie is van perfecte organisatie, teamwork met twee andere coureurs en een portie geluk. Bij Audi Sport kan de sympathieke Deen nog een paar jaar mee. Tienmaal Le Mans winnen? Wie weet.