Morgen gebeurt het

Eind jaren vijftig – let nou op, opa vertelt – zond de televisie op woensdag- en zaterdagmiddag de kinderserie Morgen gebeurt het uit. Hoewel nog geen mens ook maar één voetstapje op de maan had gezet, ging de reeks over de ruimtevaart.

‘Het’, wat het ook was, gebeurde alleen nooit. Dat was ook gerechtvaardigd, want de titel van deze AVRO-serie beloofde tenslotte dat het pas morgen zou gebeuren. Het programma had eeuwig kunnen duren.

Zo was het de afgelopen week op enkele dagen ook gesteld met de Tour. De klassementsrijders betwistten elkaar de topposities niet. Dat is het ‘het’ van deze Tour. Je zag de wielrenners denken: morgen is er weer een dag.

Dat zijn de etappes die de tv-kijker maar het beste kan volgen met de krant of een boek bij de hand. Als er al iets gebeurt, dan wordt het toch wel herhaald. Tenzij de kijker wil bijhouden hoe vaak commentator Maarten Ducrot dit jaar over zichzelf zal vertellen dat hij vroeger ‘de koning van Biafra’ werd genoemd. (Wie liever termen als ‘het oude wielrennen’ of ‘het nieuwe wielrennen’ registreert, doet er goed aan de aandacht geen moment te laten verslappen.)

Toch was dat geklaag van sommige liefhebbers over de saaiheid van deze Tour niet terecht. Goed beschouwd is wielrennen zo. Op zichzelf zijn schijnbaar eindeloos fietsende mannen met een rare helm op het hoofd op den duur slaapverwekkend. Zeker als er niets gebeurt. De spanning zit dan ook in de idee dat er elk ogenblik wel iets kán gebeuren. Meestal gebeurt dat niet, maar toch.

Laten we niet vergeten dat elke Tour zijn duffe dagen kende, met een kopgroep waarvan zeker was dat hij zou worden ingehaald, alleen duurde dat dan nog drieënhalf uur. En de dominantie van renners als Armstrong, Indurain en Hinault beroofde de tv-kijker ook van veel spanning.

En gisteren gebeurde het toch? Trouwens, zaterdag gebeurde het ook al een beetje. En let maar op: niet vandaag, maar morgen gebeurt het.

john kroon

    • John Kroon