Een strijd van man tot man

U wilt liever niet onderhandelen, zegt de stem van de radiocommercial voor een nieuw model BMW, ,,maar u wilt wel uw vrouw kunnen vertellen dat u na een keiharde strijd van man tot man, als overwinnaar uit het strijdperk gekomen bent”.

Aha. Dat wilt u uw vrouw kunnen vertellen. BMW-kopers zijn mannen, dus, en hun vrouwen vinden het fantastisch als die mannen keiharde man-tegen-man gevechten leveren.

Oorlogscultuur. De Israëlische krijgshistoricus Martin van Creveld schreef er een boek over en als je eenmaal op het fenomeen bent geattendeerd, zie je het overal. Oorlogscultuur is niet hetzelfde als oorlog, of de wens om oorlog te voeren, maar alles wat er bij oorlog hoort: paraderen, uniformen, oorlogskleuren, afspraken over hoe de strijd gevoerd hoort te worden, oorlogsverklaringen, wapens, het trainen van rekruten, oorlogsmonumenten enz. Je staat er niet altijd zo bij stil, maar oorlog is vaak veel meer dan een gewapend conflict om een duidelijk doel. Er horen allerlei parafernalia en rituelen bij, zoals dat bij cultuur nu eenmaal gaat.

Lang niet alles wat met het militaire te maken heeft is nuttig – iets waarin het krijgswezen zich niet onderscheidt van welke belangrijke menselijke activiteit dan ook, maar zoals gezegd, als het om oorlog en om vechten gaat ben je geneigd om te denken dat alles in het teken van de doelgerichtheid staat. Al kan een kind zien dat de vaak mallotige petten die hoge officieren van allerlei krijgsmachten graag dragen geen enkel praktisch doel dienen, evenmin als de vele onderscheidingen en versierselen.

Sommige van die verschijnselen zijn misschien wel als iets praktisch’ begonnen – afschrikking bijvoorbeeld als het om kleuren of lawaai gaat – maar ze worden na een poosje ook een doel in zichzelf – denk aan het paraderen.

Van Creveld vindt het uitgesproken gevaarlijk dat de oorlogscultuur vandaag de dag zo weinig gewaardeerd wordt, dat vermindert de bereidheid en het vermogen om te vechten wanneer het werkelijk nodig is, betoogt hij. Hij lijkt het ook regelrecht onnatuurlijk te vinden, die afkeer van krijgshaftig vertoon en de tegenzin om over de aantrekkelijkheid van oorlog te spreken: alsof die kant, naast de afschuwwekkende waar hij niet blind voor is, niet ook aan het krijgsbedrijf zit.

Het is enigszins schokkend om de voorbeelden te lezen van de vreugde van het gevecht, al wéét je heus wel dat winnen vreugde geeft en dat soldaten, uiteraard, zich verheugen als ze de vijand verslaan. En ‘de vijand verslaan’ betekent in het echt: mensen doden.

Van Creveld geeft veel voorbeelden van getuigenissen over het genot daarvan.

Dat wil je liever niet, maar ook dingen die we niet willen, bestaan. En Van Creveld attendeert er ook wel op dat die vreugde en dat genot altijd snel verdwenen zijn bij verlies. En dat de wereld van de strijd niet de normale is – de gewone wereld wordt achtergelaten en de mannen gaan een andere wereld in.

De vrouwen blijven achter. Zij dienen de mannen aan te moedigen, ze te steunen, ze bewonderend aan te kijken, ze blijmoedig binnen te halen als overwinnaars. Ze zijn ook, volgens Van Creveld die een woeste en ongenuanceerde afkeer van elke vorm van feminisme heeft, vaak de oorzaak of toch in ieder geval de reden van de oorlog: zonder de spiegel die de vrouwen vormen en waarin de mannen zichzelf geflatteerd weerkaatst zien, zouden oorlogen minder zin hebben.

Bovendien worden veel oorlogen gevoerd om vrouwen, in de zin van ‘bezit van de mannen’ en hun ‘eerbaarheid’ te beschermen.

Het is heel raar om zulke dingen te lezen – ineens is de wereld weer volstrekt ouderwets verdeeld in een mannen- en een vrouwenwereld en vraag je je af of het over oorlog gaat of over strijd tussen de seksen. Net als bij die BMW-reclame. Zoiets is toch niet meer van onze tijd denk je dan, maar blijkbaar wel. Blijkbaar is er nog steeds een wereld, de onze, waarin het zo toegaat.

Het weekblad De Groene Amsterdammer had onlangs een special over seks. Op de omslag was het beroemde, lange tijd uitsluitend achter gordijntjes getoonde schilderij van Gustave Courbet afgebeeld, l’ Origine du monde.

Een opmerkelijke keus – is dat wat seks is? Dat je een vrouw tussen haar benen kijkt? Dat ‘je’ je dus meteen een man moet voelen die een pornografische blik werpt? Het schilderij is eigenlijk heel intiem, maar zodra het in de openbaarheid gebracht wordt, verandert er iets aan. Dan wordt de intimiteit geschonden, de vrouw is tentoongesteld, ze is als het ware een beloning voor kijkende mannen. Want zoiets zit er diep in, dat vrouwen mannen belonen met seks.

Niet in de ideale verhoudingen die we het liefste zouden zien, maar wel in de oorlogscultuur van Van Creveld en in de porno- en de machocultuur die in het Groene-nummer nogal eens aan de orde komt. Oorlogsterminologie is vaak niet ver weg bij de beschrijving van wat mannen met vrouwen doen: veroveren, binnendringen, onderwerpen, nemen, zich toe-eigenen.

Gewone hedendaagse jongens kunnen elkaar doodrustig vragen: ,,Mag ik haar als jij klaar met haar bent?” Marja Pruis schrijft over de nieuwe machoschrijvers die eens lekker onverbloemd misogyne helden opvoeren en daarmee literaire prijzen winnen.

Oorlogscultuur.

Het is niet prettig, maar het is er wel. Schrijver Willem Jan Otten zegt in een interview dat we niet moeten denken dat we het probleem van de seksualiteit kunnen oplossen en dat geldt evenzeer voor het probleem van oorlog. Maar hij zegt ook: ,,Ik ben er erg voor om trouw te blijven aan je ontsteltenis.”

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/vos (Bijdragen worden openbaar na beoordeling door de redactie.)

    • Marjoleine de Vos