De maan was een halte te vroeg

Vandaag veertig jaar geleden zette de mens voor het eerst een voet op de maan. Het was een begin, daarna raakte de bemande ruimtevaart in het slop.

Voet in het maanstof van Buzz Aldrin, de tweede Amerikaan die op de maan stond. De afdrukken liggen er nog altijd, want op de maan is geen regen of wind. Bekijk NASA’s special ‘Apollo 40’ via nrc.nl/wetenschap Foto’s uit het boek Moonfire van Norman Mailer uitg. Taschen. Vandaag veertig jaar geleden zette de mens voor het eerst een voet op de maan. Het was een begin, daarna raakte de bemande ruimtevaart in het slop.

De mens moet naar Mars en de Amerikaanse politiek moet daarvoor geld vrijmaken. Die oproep deden gisteravond Edwin ‘Buzz’ Aldrin en Michael Collins, twee van de drie leden van de Apollo-11-expeditie, die veertig jaar geleden de eerste mensen op de maan bracht.

„Soms denk ik wel eens dat ik naar de verkeerde bestemming ben gevlogen”, zei Michael Collins. „Als kind was Mars altijd al mijn favoriet en dat is het nog steeds.” Collins cirkelde destijds in een commandomodule boven de maan, terwijl Neil Amstrong en Buzz Aldrin er werkelijk op liepen. Het beroemde astronautentrio sprak gisteren in het Amerikaans museum voor Lucht- en Ruimtevaart in Washington. Aldrin wil dat Amerika een uitvalsbasis maakt op de maan. Van daaruit zou de missie naar Mars op touw kunnen worden gezet.

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft zich ten doel gesteld om in 2020 opnieuw mensen naar de maan te brengen. Ook staat, voor het midden van deze eeuw, een bemande missie naar Mars op het verlanglijstje. Maar niets wijst erop dat de Amerikaanse president Barack Obama bereid is om de daarvoor benodigde miljarden dollars uit te trekken.

Wetenschappelijk gezien was het meest interessante wapenfeit van de Apollo-expeditie de 22 kilo maansteen die de bemanning naar de aarde bracht. Al op 30 januari 1970 publiceerde het wetenschappelijk tijdschrift Science in een ruim 300 pagina’s dikke aflevering de belangrijkste resultaten van het onderzoek van het gesteente. Wat voor de gemiddelde leek misschien wel het interessantst was, had de Science-redactie zuinigjes achterin het nummer opgenomen: op de maan was geen spoor van leven gevonden. De microscoop liet geen bacteriën zien en ook kweekproeven leverden niets op. De maanstenen bleken zelfs geen interessante organische verbindingen te bevatten. Met zuur was wat methaan en koolmonoxide uit de stenen vrij te maken, maar de gevonden hogere organische verbindingen bleken bij nader inzien afkomstig uit de uitlaat van de daalraket van de landingsmodule. Of van de handen van de onderzoekers.

Intussen houden in de Verenigde Staten historici en antropologen zich bezig met de vraag hoe de historische resten geconserveerd moeten worden van de 40 onbemande en bemande expedities die sinds 1959 het maanoppervlak hebben beroerd. De Apollo-expedities hebben 23 grote objecten op het maanoppervlak achtergelaten, zoals maanwagentjes, generatoren, instrumenten, de lanceerinrichtingen van de maanlanders en de Amerikaanse vlag die bij de eerste expeditie is neergezet. Ook de voetafdrukken in het maanstof van Aldrin en Armstrong liggen er nog net zo als veertig jaar geleden – op de maan is geen wind of regen. Dat schept een bijzondere verantwoordelijkheid, zei antropoloog P.J. Capelotti vorige week in het Britse wetenschapsblad New Scientist. „Niemand zegt dat de hele maan verboden gebied moet blijven, maar toekomstige maanbezoekers moeten zich bewust zijn van die plekken en ze met rust laten.” Er zijn nu plannen gemaakt om de historische plekken te beschermen door middel van doorzichtige koepels.

De landing vond plaats in een periode dat de Nederlanders in snel tempo televisietoestellen aanschaften. In 1965 stond in 68 van de 100 huishoudens een toestel, in 1970 waren het er al 82. Volgens de NOS is ongeveer eenderde van de kijkers opgebleven om te kijken.

Commentaar: pagina 7

Norman Mailers maanreportage:pagina 16

Bekijk NASA’s special ‘Apollo 40’ via nrc.nl/wetenschap