De diesel van het internationale zwemmen

Marathonzwemster Linsy Heister is pas 21, maar staat nu al bekend om haar enorme motor. Bij de WK zwemmen in Rome start ze op de 10 en 25 kilometer. „Fysiek gezien kan ze met de toppers mee.”

Marathonzwemster Linsy Heister is pas 21, maar staat nu al bekend om haar enorme motor. Bij de WK zwemmen in Rome start ze op de 10 en 25 kilometer. „Fysiek gezien kan ze met de toppers mee.” Nederland, Eindhoven, 04-07-2009; Linsy heister, lange-afstandzwemster. Foto Vincent van den Hoogen Hoogen, Vincent van den

Linsy Heister dacht dat haar coach Marcel Wouda helemaal gek was geworden toen hij opperde mee te doen aan de Maratón Acuática Rio Coronda. De race op de Argentijnse rivier gaat over 57 kilometer. Zwemmen. Stroomafwaarts, dat wel. Maar negen uur zwemmen, non-stop?

Toch schreef Heister zich in februari in voor de klassieker. De laatste twee jaar hadden Wouda’s ideeën altijd goed uitgepakt. En hij was niet voor niets coach geweest van olympisch kampioen Maarten van der Weijden, haar oud-ploeggenoot. De eerste uren verveelde ze zich wat. „Ik herinner me nog dat we een beetje door de rimboe zwommen. En dat er langzaam zwemmers moesten lossen.” Wat heet: na 8 uur, 55 minuten en 27 seconden zwom Heister als eerste over de streep, 17 seconden voor de Duitse favoriete Britta Kamrau, een fenomeen in het openwaterzwemmen.

„Haar kracht is haar enorme motor”, vindt Marcel Wouda, nu bijna drie jaar coach van Heister. „Ze kan enorm lang in één tempo doorzwemmen.”

Eerder was dat Maarten van der Weijden al opgevallen tijdens hun eindeloze trainingsuren in de voorbereiding op de Olympische Spelen in Peking. „De 25 kilometer is wel wat voor jou”, had Van der Weijden zijn collega na een training voorgehouden. „Hou op, joh”, had Heister geschrokken geantwoord. „Zieke geest. Dat wil ik helemaal niet.” Ze wist zeker dat ze nooit wedstrijden langer dan tien kilometer zou zwemmen.

Inmiddels maakt ze in het trainingsbad van het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion in Eindhoven trainingsweken die oplopen tot 110 kilometer per week. Daarbij zitten dagen waarop ze met haar vaste trainingsmaatje Maaike Waaijer 24 kilometer zwemt: 480 baantjes in een vijftigmeterbad. Een uurtje of zes in het water. Met nog twee uur ‘droog’ trainen maakt ze haar achturige werkdag compleet. Maar, erkent ze: „Het is niet elke ochtend feest. Wel wen je er aan.”

In de binnenlanden van Argentinië, begeleid door haar moeder in een volgbootje, leerde Heister een belangrijke levensles, zo zegt ze over haar ‘onmogelijke’ uitdaging. „Ik heb geleerd dat ik mezelf vaak onderschat. Ik ben veel sterker dan ik denk. Ik ben een diesel: hoe langer ik zwem, hoe beter ik word. Tien kilometer is relatief kort voor mij.”

Ze is net 21 geworden, een ruwe diamant nog. Toch zal de wereldtop Linsy Heister deze week in de gaten houden bij de wereldkampioenschappen zwemmen in Rome. Woensdag staat bij Ostia, in de warme golven van de Middellandse Zee, de tien kilometer op het programma, het nummer met de olympische status. Zaterdag volgt de 25 kilometer.

Als er maar geen kwallen zijn.

Haar gedachten maken wilde sprongen als ze wordt geconfronteerd met haar debuut op de wereldkampioenschappen openwater, ruim twee jaar geleden in Melbourne. Door de enorme kwallen die ze tijdens het voorbereidende trainingskamp in Geelong had gezien, was ze bevreesd voor wat haar te wachten zou staan in Port Phillip Bay bij St. Kilda, waar de wedstrijden werden gehouden. Haar ergste nachtmerries kwamen uit tijdens de WK-race over tien kilometer, waarop ze zo graag wilde schitteren met het oog op een nominatie voor de Olympische Spelen van vorig jaar in Peking. Want kort na de start kwam ze terecht in een school kwallen van een omvang die ze nog nooit had gezien. Laat staan gevoeld.

Het zeeavontuur leverde haar een heus trauma op. „De steken waren niet eens het ergst, hoewel ik van één steek het gevoel had dat-ie een beetje verlammend werkte. Het gevoel is gewoon verschrikkelijk. Je voelt die beesten langs je nek, langs je kin, langs je armen, overal. Kansloos.”

Heister zwom de helft van de race in haar eentje. Het „ging nergens over”, zoals ze het zelf formuleerde nadat ze onlangs de tv-beelden van de race had teruggekeken. Onder het toeziend oog van toenmalig bondscoach Edith van Dijk, de zwemster met wie ze wordt vergeleken, eindigde Heister als 29ste, ruim dertien minuten na de Russische winnares Larisa Iltsjenko. Inmiddels zijn twee jaren verstreken. „Maar kwallen zijn mijn grootste angst in open water.”

Dat een jonge Nederlandse zwemster warmloopt voor lange afstanden is opmerkelijk in een land dat vooral sprinters voortbracht. ‘Sexy’ wil ze het marathonzwemmen zelf ook niet noemen, maar ze ziet ook niet de glamour van een 100 meter vrije slag, favoriet onder haar landgenoten. Heister blonk nu eenmaal nooit uit op de korte nummers.

Na haar rampzalige WK-debuut in Melbourne revancheerde ze zich vorig jaar met een knappe vierde plaats op de 25 kilometer tijdens de WK in Sevilla. En dat voor een zwemster die volgens haar coach nog steeds „in opleiding” is. Wouda: „Linsy kan nog veel leren. Maar ze is heel perfectionistisch, ze wil alles voor 120 procent goed doen.”

De oud-wereldkampioen lijkt in Heister soms meer mogelijkheden te zien dan de zwemster zelf. Dat hij zijn pupil wilde laten meedoen aan de zware wedstrijd in Argentinië was niet alleen om haar ‘inhoud’ te vergroten, maar had nadrukkelijk ook een psychologische bedoeling. „Als je weet dat je negen uur achter elkaar kunt zwemmen, kijk je heel anders aan tegen een wedstrijd die twee uur of vijf uur duurt”, zegt Wouda.

Hoewel Wouda zijn pupil soms beter lijkt te kennen dan zij zichzelf, verbaasde Heister hem met de manier waarop zij zich in april in Eindhoven kwalificeerde voor de tien kilometer van woensdag. Heister zwom met 1 uur, 58 minuten en 2 seconden niet alleen de WK-limiet, ze verbrak halverwege ook het nationale record op de vijf kilometer. Wouda: „Ze zwom heel hard. Ik durf te stellen dat niemand in de wereld dat kan. Fysiek gezien heeft ze laten zien dat ze met de wereldtop mee kan op de tien kilometer. Dat is waar we uiteindelijk voor gaan. Ze wil naar de Spelen.”

Een probleem is wel dat snelle tijden bij races in open water geen garantie zijn voor succes. Wouda: „Anders dan in gewone zwemwedstrijden ben je mede afhankelijk van wat andere zwemmers doen. Als het veld vroeg breekt, kun je de boot missen. Het komt ook aan op tactiek en strategie.”

Heister zou nooit verkondigen dat zij in Rome een gooi naar een wereldtitel wil doen. Integendeel. Ze ziet de hoge verwachtingen van zichzelf en anderen als haar grootste tegenstander – een onderwerp waar zij over sprak met sportpsycholoog Rico Schuijers. „Als we het analyseren, blijkt echt dat ik beter presteer als ik geen verwachtingen heb van mezelf. De beste vier races waren de wedstrijden waarvan ik oprecht geen enkele verwachting had, ook niet stiekem.”

Maar sinds haar laatste successen komen de verwachtingen vanzelf. „Dat ik mezelf teleurstel, oké, maar anderen teleurstellen vind ik erger. Als de mensen dit lezen, denken ze: Oh, Linsy Heister gaat zwemmen! Het voelt heel onnatuurlijk om geen verwachtingen te hebben: het is niet meer oprecht. Maar als ik verwachtingen van mezelf heb, ben ik blijkbaar niet rustig genoeg om te doen waarvoor ik daar ben: zwemmen.”

    • Rob Schoof