Clinton is voorzichtig in argwanend India

India heeft de bezoekende Amerikaanse minister Clinton te verstaan gegeven dat het geen bindende afspraken maakt over de uitstoot van broeikasgas.

De Indiase minister van Milieu en Bossen, Jairam Ramesh, laat zich niet gauw verleiden tot diplomatiek stilzwijgen. Bijna drie jaar geleden, bij een bezoek van de Chinese premier Hu Jintao, zei hij dat India en China niet zijn verwikkeld in een race om economische superioriteit. ,,Zij (de Chinezen) hebben die wedstrijd al gewonnen”, zei hij.

Gisteren liet minister Ramesh, een vertrouweling van Sonia Gandhi, weten dat India niet van plan is zomaar op elk front te capituleren. Met de bezoekende Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton aan zijn zijde zei hij dat de VS er niet op hoeven te rekenen dat India zal buigen voor de westerse wens de uitstoot van broeikasgas te beperken.

„We verkeren eenvoudigweg niet in de positie om ons wettelijk te binden aan doelstellingen voor vermindering van onze uitstoot”, zei de minister. Los daarvan: „We bezien jullie houding (van de ontwikkelde landen) met wantrouwen, want jullie zijn jullie beloftes niet nagekomen.”

Toch is het onjuist om te veronderstellen dat het gebeuren een schaduw werpt over Clintons bezoek, dat vrijdagavond begon in Mumbai en vooral is bedoeld om kennis te maken. Clinton zelf reageerde ontspannen op de uitval. Ze zei dat niemand India’s economische groei wil ondermijnen, ,,nodig om miljoenen uit de armoede te halen”. Maar, vervolgde ze nuchter, de VS geloven dat het mogelijk is armoede uit te bannen en tegelijk de uitstoot van kooldioxide te verlagen. Ze noemde Ramesh’ standpunt „gerechtvaardigd”. Maar ze zei ook dat India „aan kracht verliest”, gezien de „dramatische” uitstootverhoging.

De woordenwisseling onderstreept het aftastende karakter van de relatie tussen de twee landen. Ze bezien elkaar als partners (beide democratieën), maar verdoezelen de meningsverschillen niet. Behalve het klimaat lokken vrijwel alle andere gespreksonderwerpen stevige discussie uit: nucleaire handel, handel in het algemeen, verkoop van vliegtuigen, Iran, Pakistan. In India, dat zichzelf nog graag beschouwt als leidende natie in een ‘ongebonden’ wereld, bestaat van oudsher groot wantrouwen tegen de VS. Sommige commentatoren spreken nu al over ‘De Vier Verloren Jaren’ onder het presidentschap van Obama.

Dat wantrouwen wordt, ironisch genoeg, mede gevoed door het baanbrekende nucleaire akkoord dat premier Manmohan Singh en de vorige Amerikaanse president George W. Bush sloten. Veel critici in India hebben die overeenkomst veroordeeld als een onderwerping aan Amerikaanse belangen. Nu storen diezelfde commentatoren zich aan pogingen van Obama de discussie over het tegengaan van verspreiding van kernwapens vlot te trekken. Clinton heeft verzekerd dat de VS het akkoord naar letter en geest zullen naleven. Maar in India blijft wantrouwen overheersen.

Minstens zo gevoelig ligt de Indiase argwaan over de Amerikaanse bedoelingen met Pakistan. Dat Clinton eerst Mumbai aandeed is niet zonder betekenis. De stad was eind november doelwit van Pakistaanse terreur. Dat zij India omschrijft als bondgenoot in de strijd tegen terrorisme, wordt met instemming aangehoord. Maar zo gauw ze het heeft over een verandering ten goede in de Pakistaanse houding, worden de wenkbrauwen gefronst. Te zeggen dat Pakistan zijn leven betert ,,heeft meer te maken met realpolitik dan met feiten”, schreef een commentator.

Ook Singh zelf werd de oren gewassen over zijn ‘knieval’ jegens Pakistan. Vorige week spraken hij en zijn Pakistaanse ambtgenoot Gilani af eventuele hervatting van de Indiaas-Pakistaanse dialoog los te koppelen van berechting van de Pakistaanse daders van ‘Mumbai’. Met die verklaring kun je alle kanten op, maar in India werd boos gereageerd. Clinton haastte zich te verklaren dat de VS toenadering tussen India en Pakistan toejuichen, maar geen enkele druk uitoefenen.