China erkent twaalf Oeigoeren te hebben doodgeschoten

Tijdens de etnische botsingen in Urumqi, de hoofdstad van de West-Chinese provincie Xinjiang, hebben leger en politie twaalf demonstrerende Oeigoeren doodgeschoten.

Volgens de gouverneur van deze provincie waren de demonstrerende Oeigoeren van plan met vuurwapens een „gecoördineerde aanval’’ uit te voeren op winkels en bedrijven van Han-Chinezen.

Tijdens de rellen die op 5 juli begonnen en drie dagen duurden, kwamen 197 inwoners van Urumqi om het leven, onder wie 137 Han-Chinezen. Een aanvankelijk vreedzame demonstratie van de islamitische Oeigoeren sloeg om in een plundertocht door de stad, waarbij Han-Chinezen en hun bezittingen het doelwit waren. Vervolgens gingen gewapende groepen Han-Chinezen de straat op om zich te wreken.

De erkenning dat leger en politie op de Oeigoeren met scherp hebben geschoten, is in China hoogst ongebruikelijk. Doorgaans wordt geen informatie van deze aard verstrekt.

De politie en de verantwoordelijke bestuurders in Urumqi worden op het Chineestalige internet door de Han-Chinese bevolking in steeds scherpere bewoordingen bekritiseerd, omdat zij de Han-Chinese bevolking niet heeft kunnen beschermen tegen de Oeigoeren. De politie zou alleen de kantoren van de partij en de overheid hebben verdedigd, niet de winkels en bedrijfjes.

Op het partijbureau van de provincie en in Peking stromen de klachten van Han-Chinezen binnen die familieleden hebben verloren of tijdens de rellen tevergeefs om politiebescherming hadden gevraagd. Volgens gouverneur Nur Bekri toont het feit dat de politie twaalf Oeigoeren heeft doodgeschoten aan dat de politie wel degelijk in actie is gekomen en tegelijkertijd „op beheerste wijze” heeft gehandeld.

In Xinjiang houden de politie- en veiligheidsdiensten op het ogenblik tientallen Oeigoeren aan die ervan verdacht worden deelgenomen te hebben aan de rellen. Het aantal arrestanten zou zijn opgelopen tot ruim 1.500.

Oeigoerse organisaties in de VS en Duitsland zeggen dat de Chinese overheid geen enkel oog heeft voor de diepere oorzaken van de rellen. De Oeigoeren, die een aan het Turks verwante taal spreken, voelen zich door de Han gediscrimineerd. In de Kazachstaanse stad Almaty zijn gisteren ruim 5.000 Oeigoeren de straat op gegaan uit protest tegen het Chinese geweld. In Kazachstan wonen 300.000 Oeigoeren, de grootste gemeenschap buiten China.