Bij het graf zingt een man 'Nooit zal hij dood zijn'

Zaterdag werd Simon Vinkenoog in Amsterdam begraven. Dichter F. Starik, schrijver en vriend van, brengt verslag uit.

Jan Bianchi met zijn portret van Vinkenoog Foto Maarten van Haaff Zaterdag werd Simon Vinkenoog in Amsterdam begraven. Dichter F. Starik, schrijver en vriend van, brengt verslag uit. begrafenis Simon Vinkenoog. kunstenaar Jan Bianchi met zijn portret van Vinkenoog bij het vreugdevuur. foto MAARTEN VAN HAAFF Haaff, Maarten van

EERSTE BEDRIJF. Vier mediaploegen, camera’s met waterdicht rouwkleed bedekt en een aanzienlijk groter aantal fotografen drentelen rond bij de ingang van de begraafplaats. Precies om negen uur komt de stoet aanrijden: de lijkwagen voorop, gevolgd door een hippe nostalgiebus, een rij auto’s. De bus stroomt leeg. Simon Vinkenoogs weduwe, Edith Ringnalda, wordt omstuwd door familieleden en vrienden. Haar hoofd trots geheven, smartelijk, nee koninklijk. Het gelukkige huwelijk bestaat, dat weet ik zeker.

De kist wordt uitgeladen. Een man met clownsneus declameert half zingend een vers. De menigte zwelt aan. Dan wordt het stil. Edith neemt het woord: „Het is tien over negen. Om tien over negen op 18 juli 1928 werd Simon geboren. Zijn éénentachtigste verjaardag begint nu.”

De aula stroomt vol, er is een route uitgedacht: we moeten linksaf door het zijpad op, af door het rechterzijpad. Zo ontstaat ruimte rond de open kist. Het is hem, onmiskenbaar. Ach, wat is hij smal. En dood. En wat hebben we veel bloemen voor hem meegenomen. We mogen iets schrijven op het deksel van de kist. ‘Mijn held’, ‘Dag mooiste + liefste bloem uit de tuin’.De kist raakt gevuld met kleine pafernalia: joints, briefjes, een ter plekke gehaakte bloem.

Bij de kist is de jongste zoon van Simon, Arthur, prominent aanwezig, als een opnieuw tot leven gebracht portret van zijn vader: Parijs, 1950. „Goede reis en hou je haaks”, zingt Erik de Jong, beter bekend als Spinvis. „Iedereen hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag”, besluit hij.

TWEEDE BEDRIJF. Precies om twaalf uur luidt de klok van de begraafplaats. De menigte is aangegroeid tot zo’n duizend man, schat meneer Degenkamp, de beheerder van de begraafplaats. Niet iedereen heeft al langs de kist kunnen lopen. De kist komt vanzelf naar hen toe, nu. ‘Woehoe’, roept iemand. ‘Simon! Bravo!’ Aan het graf begint iemand keihard op de wijs van ‘lang zal hij leven’ ‘nooit zal hij dood zijn’ te zingen.

DERDE BEDRIJF. In de kerk is er soep. Gratis joints achter de bar, met een tabaksvervanger erin, dan mag je binnen roken. Opnieuw wordt er van het hoge leven gezongen. Anekdotes. Buiten is een keurig vuur ontstoken. Aan het eind van de middag ben ik terug op de begraafplaats. Bij de kist is niemand meer. Honderd bijen vieren feest. Verzamelen stuifmeel, op zoek naar hoger honing.

    • F. Starik