Armoe is fnuikend voor de liefde

In Ivoorkust hebben de begrippen ‘jong’ en ‘oud’ meer te maken met sociale status dan met leeftijd.

En dus is Armand (31) nog steeds een jeune, geen monsieur.

Armand op zijn bed op de campus van Abidjan in Ivoorkust. Hij deelt zijn slaapkamer – annex ‘keuken’ – met een bevriende student. Foto Ky Chung Chung, Ky

Hemelsbreed ligt de smalle kamer van Armand (31) op nog geen kilometer van het imposante kantoor van de organisatie waarvoor hij zo graag had willen werken: de Wereldbank. Vanaf het balkon van zijn studentenflat zou hij het gebouw zelfs kunnen zien, als er tussen de campus en de luxueuze villawijk niet zoveel bomen stonden.

Een baan bij de Wereldbank. Ooit was dat de reden dat Armand economie ging studeren. Het is een droom die in de loop der jaren is vervaagd, een ideaal dat steeds verder buiten bereik is gekomen. Vijf jaar na het behalen van zijn doctoraal is Armand niks opgeschoten. De gedachte dat zijn leven hem door zijn vingers glipt, houdt hem ’s nachts uit zijn slaap. „Iedere dag bij het opstaan denk ik: ik mag niet nog meer tijd verspillen.”

Armand is een lange magere jongen met een ernstig gezicht. Hij praat met zachte stem en zit met kromme schouders, maar zodra hij lacht, breekt de zon door. Zoals wanneer hij zijn onderkomen laat zien. Op een smoezelige plank achter de computer staat een gasfles met een kookpit. „Dit is de keuken”, zegt hij stralend van zelfspot. Armand betaalt geen huur. Een bevriende student geeft hem onderdak. Er is ruimte voor één eenpersoonsbed: onder een afdak op de galerij staat een versleten matras die ’s avonds op de grond wordt gelegd.

De studenten delen de kamer nu drie jaar. Armand is blij dat hij op de campus zit. Hij moet rondkomen van anderhalve euro per dag. „Je hebt hier niet steeds de ogen van je familie in je rug en je bent omringd door mensen in hetzelfde schuitje. Dit is de beste plek voor contacten en tijdelijk werk.”

Een groeiend leger afgestudeerden in Ivoorkust zoekt vergeefs naar werk. Armand had niet gedacht dat hij zo lang werkloos zou blijven. „Ik was een van de besten van de klas.” Hij wist wel dat de toekomst onzeker was. „Als je iets wilt bereiken, moet je contacten hebben. Als je die niet hebt, is er maar één manier om ergens binnen te komen: politiek actief worden. Veel jongeren doen dat – uit opportunisme. Als je je in het vizier werkt van een partijbons, kan zo iemand ervoor zorgen dat je een functie krijgt bij de overheid.”

Het is een moedeloos makend systeem, zegt Armand, maar nepotisme is hier nu eenmaal een trieste realiteit. Hoe slaagt hij erin positief te blijven? „Ik sta mezelf geen sombere gedachtes toe. Als ik depressief word, ga ik voetbal kijken.”

Toch raakt hij altijd van streek als hij zijn vader aan de lijn heeft en voor de zoveelste keer moet zeggen dat hij nog geen werk heeft. Als één na oudste zoon uit een gezin met tien kinderen wil Armand voor zijn ouders kunnen zorgen. Dat geldt ook voor Armands oudste broer, die evenmin een vast inkomen heeft. Samen ontvluchtten ze na het uitbreken van de burgeroorlog in 2002 hun geboortestad Bouaké. De oorlog zette alles op z’n kop: het openbaar vervoer verdween, de banken sloten, de universiteit ging dicht. Armand en zijn oudste broer hervatten hun studie in Abidjan, de grootste stad van Ivoorkust. Ze zijn nooit meer teruggeweest naar Bouaké, een rit van vijf uur.

Armand wil niet uitleggen waarom, hij kijkt verlegen lachend weg, hij schaamt zich. Pas na aandringen legt hij uit dat hij kleding en cadeaus wil meenemen als hij teruggaat. En daar heeft hij dus geen geld voor. „Het wordt absoluut niet verwacht dat ik dingen meeneem, het is gewoon iets wat ik vind dat ik moet doen. Het is een teken van erkentelijkheid waartoe ik me als zoon verplicht voel.” Mist hij zijn ouders? „Zeker. Maar ik draag ze in mijn hart.”

Armoede is fnuikend voor liefdesrelaties. Armand maakte het pasgeleden uit met zijn vriendin. Zij wilde meer zekerheid. Armand vond dat hij haar niets te bieden had. „Ik kan me niet binden zolang ik niets aan de horizon zie. Mijn ex-vriendin was de oudste van het gezin en stond onder druk van haar ouders om zich te vestigen, zodat ze zich over haar jongere zussen kon ontfermen. Bij ons is het zo dat de man dat dan allemaal betaalt. Ik moest voor haar zorgen, terwijl ik niet eens voor mezelf kan zorgen.”

Het valt niet mee om een jongere te zijn in West-Afrika. Wat een rotwoord trouwens, snuift Armand. Jongere. Jeune. In Ivoorkust zijn jong en oud begrippen die meer met sociale status dan met leeftijd te maken hebben. „Jong zijn is relatief. Als je geen werk hebt, geen huis, geen vrouw, dan ben je een jongere, ook al ben je ruimschoots de veertig gepasseerd. Je wordt pas voor vol aangezien als je verantwoordelijkheden hebt. Wie een baan heeft en getrouwd is, is een monsieur. Een monsieur kan voor zichzelf zorgen. Een jeune heeft nog niets bereikt.”