Als je een onderwijsplan jat, jat 't dan goed

Het programma ‘Eerst de Klas’ kan een wapen zijn in de strijd tegen achterstand in het onderwijs. Het is jammer dat het zich dit niet expliciet ten doel stelt, meent David Ehrhardt.

Uitblinkende afgestudeerden omvormen tot leiders in het bedrijfsleven. Dit is volgens staatssecretaris Van Bijsterveldt het hoofddoel van de nieuwe samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven: Eerst de Klas. In dit programma werken pas afgestudeerden twee jaar in het onderwijs voordat ze hun carrière in het bedrijfsleven beginnen. Daarnaast is het programma een middel in het gevecht tegen het lerarentekort en moet het de modernisering van het lerarenberoep bevorderen.

Dit zijn stuk voor stuk bewonderenswaardige doelen. Maar vergeleken met het Engelse Teach First en het Amerikaanse Teach for America ontbreekt bij Eerst de Klas de eigenlijke kern: een missie om achtergestelde kinderen te helpen en het onderwijssysteem rechtvaardiger te maken. Dit is niet alleen een gemiste kans om voortdurende leerachterstanden in het Nederlands onderwijs te bestrijden, maar ontdoet het programma ook van de uitzonderlijke motivatie en betrokkenheid van de deelnemers zoals we die zien in de Engelse en Amerikaanse programma’s.

Ondanks kinderbijslag en studiefinanciering hangen de kansen van een leerling nog steeds in hoge mate af van zijn sociaal-economische achtergrond. Niet voor niets worden de hulpgelden van het Nederlandse achterstandsbeleid verdeeld op basis van sociaal-economische indicatoren: scholen met veel leerlingen uit arme wijken krijgen extra geld om leerachterstanden aan te pakken. Op dit moment komen een kleine honderd scholen met in totaal ruim honderdduizend leerlingen in het voortgezet onderwijs in aanmerking voor dit leerplus-arrangement.

Daarnaast kent Nederland kwaliteitsverschillen tussen scholen in het voortgezet onderwijs. Volgens het Onderwijsverslag 2009 van de inspectie zijn er op dit moment 26 zeer zwakke scholen, die zowel op onderwijsprestaties als het primaire proces onder het landelijk gemiddelde scoren. Hierdoor krijgen 38.000 leerlingen onderwijs onder de maat. De inzet van de talentvolle en enthousiaste leraren van Eerst de Klas zou een deel van de problemen van deze zwakke en achterstandsscholen kunnen oplossen.

Het Engelse Teach First kan hier als voorbeeld dienen, omdat alle scholen in dit programma geselecteerd worden op hun ‘kansarme’ status. Ondanks de complexe problematiek op deze scholen oordeelde de Engelse inspectie (Ofsted) in 2008 dat het programma op het overgrote merendeel een duidelijk positieve invloed heeft. Niet alleen dragen de individuele Teach First-docenten bij aan de prestaties en aspiraties van hun leerlingen, maar ook hervormen ze afdelingen, herschrijven ze delen van de onderwijsprogramma’s en zetten ze allerhande buitenschoolse activiteiten op.

Het talent en de motivatie van de uitblinkende afgestudeerden komen zo terecht op de scholen waar ze de grootste impact hebben en waar ze het meest nodig zijn. Om dit mogelijk te maken zijn de huidige ingrediënten van Eerst de Klas onmisbaar (zorgvuldige selectie, intensieve begeleiding en samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven). Maar belangrijker nog is de motivatie van de deelnemers. En deze jonge talenten melden zich overwegend aan wegens het ideële doel van het programma: de uitdaging om de meest achtergestelde leerlingen op de moeilijkste scholen te helpen.

Teach First is een groot succes. Het programma is volgens de Britse krant The Times een van de tien beste werkgevers van het land, behaalt duidelijke resultaten en inspireert talentvolle academici om voor het onderwijs te kiezen. Hoewel 90 procent van de deelnemers aan het begin zegt dit niet te willen, blijft meer dan de helft van de deelnemers na afloop van de twee jaar in het onderwijs.

Het programma Eerst de Klas kan een vergelijkbaar succes worden. Alleen moet het dan wel recht doen aan de combinatie van factoren die van Teach First een succes hebben gemaakt: zorgvuldige selectie, intensieve begeleiding, samenwerking met het bedrijfsleven, en de missie om achterstanden in het onderwijs aan te pakken. Zonder dit laatste element is het risico groot dat het project verwordt tot een soort sociale dienstplicht of een baantje voor cv-jagers. Beide zouden eeuwig zonde zijn.

David Ehrhardt is promovendus aan de universiteit van Oxford. Hij is voorzitter van de Londense afdeling van D66.