Trappenklimweek

In augustus krijgen we een nationale Trappenklimweek. Een paar grote bedrijven hebben al hun medewerking toegezegd. De liften en roltrappen worden buiten werking gesteld, het hele personeel, van de jongste bediende tot de CEO, werkt zich met beenkracht naar boven. Ga op de weegschaal staan, u weegt tachtig kilo. Hoe hoog is een trede? Ik heb hier en daar onderzoek gedaan. Gemiddeld 18 centimeter. Tel de treden; laten we aannemen dat het er 45 zijn. Dat is dus iets meer dan acht meter. Dit betekent dat u in één werkweek uw eigen gewicht bijna 40 meter boven de begane grond tilt. Voor uw eigen bestwil, want het gaat om uw gezondheid. U bent net als 63,7 procent van de Nederlanders te dik. U moet meer aan lichaamsbeweging doen. Aan het einde van de Trappenklimweek gaat u weer op de weegschaal. Nog steeds precies tachtig kilo! Ongelofelijk.

Nederland is het land van de nationale acties. En ook het land dat niet van deze nationale vergeefsheid leert. Ik geef toe: ik heb er eerder over geschreven. Het heeft niet geholpen. Beschouw dit stukje als mijn bijdrage tot de vergeefsheid.

In de jaren twintig (v.d.v.e.) lanceerde de Algemene Nederlandsche Wielrijders-Bond de eerste actie. Slagzin: ‘Laat niet als dank voor ’t aangenaam verpoozen, den eigenaar van ’t bosch de schillen en de doozen.’ Driekwart eeuw later weer een actie. De anonieme Dichter des Vaderlands maakte er dit keer van: ‘Een blikje op de grond zwerft nog tien jaar in het rond.’

Toen bleek dat ze zich in het effect van de vermaning vergist hadden kwam er een nieuwe campagne. De held was een zekere Rob, een fictieve jongeman voor wie de openbare zindelijkheid boven alles ging. Er zijn nog plannen geweest om een standbeeldje voor hem op te richten. Niets van terecht gekomen.

Over de rommel, de rotzooi op straat heb ik mijn eigen theorie die ik van tijd tot tijd propageer (ook vergeefs). De schuld ligt niet alleen bij degenen die de troep om zich heen gooien. Het ligt ook aan onze publieke vuilnisbakken waarvan de opening op een esthetische manier is afgeschermd of te klein is om er een plastic anderhalve literfles in te wurmen. Wij hebben designbakken. Kijk in Parijs of New York. Daar hangen groene zakken, staan grote tonnen waar je met plezier je blikje in mikt. Altijd raak. Voor de eigentijdse jonge zelfbevestigers een pure triomf; en het is er onwaarschijnlijk schoon op straat.

Maar dit terzijde. Het gaat nu over het gezonde trappen klimmen. Beschouw het als een verticaal joggen. Vooral op ochtenden in het weekeinde zie je de horizontale joggers, zelfbewust dravende jonge tot betrekkelijk jonge mensen, geen onsje te dik.

Waarom zijn ze aan het joggen? Niet om mager te worden – dat zijn ze al – maar om zichzelf in stand te houden. Daarvoor draven ze per week misschien wel tien kilometer, en dit in alle seizoenen, jaar in jaar uit. Een gewichtverplaatsing die in de verste verte niet valt te vergelijken met één week veertig meter trappen klimmen. Een enkele keer zie ik een dikke jogger. Dik zijn op zichzelf geeft al niet zo’n gezonde aanblik. Zie je een dravende dikkerd, dan denk je onwillekeurig: als dat maar goed afloopt.

Zal het ook zo gaan in de Trappenklimweek? Worden in de Rembrandttoren de liften ook buiten werking gesteld? En hoe zal het gaan met de roltrappen in het Centraal Station en het gebouw van onze redactie? Van kindsbeen af heb ik de roltrap een van de mooiste middelen van vervoer gevonden. Diagonaal vervoer waarbij je zowel verticaal als horizontaal wordt verplaatst zonder dat je er zelf iets aan hoeft te doen.

De roltrap naar boven is vooral comfortabel maar heeft ook al iets vorstelijks. Probeer eens een roltrap in het Centraal Station. Waardig stijg je op, betrekkelijk langzaam ontrolt zich het beeld van het nieuwe panorama, het tweede perron. De afdaling vind ik nog mooier. Eerst zie je het gedrang in de hal beneden je. Dan ga je op je trede staan en statig nader je tot het volk. De trede schuift in de vloer en je bent weer een gewoon mens, één onder de velen. De kleine roltrapdroom is afgelopen.

Een roltrap hoort altijd in beweging te zijn. Een stilstaande roltrap is als een dood dier, een geconcentreerde ontgoocheling. En het plezier van de bewegende roltrap kan maar op één manier worden bedorven: door mensen die beginnen te dringen omdat ze nog vlugger beneden willen zijn. Dringen naar boven heb ik, voorzover ik me kan herinneren nooit meegemaakt.