Tijgermotten storen de sonar van vleermuizen

This photograph is protected by Copyright. No reproduction may be made without permission of NHPA. Source: NHPA@NHPA.co.uk GREY, MELVIN;NHPA

Een bepaald soort tijgermot weet aan vleermuizen te ontsnappen door zelf ultrasone geluidspulsen op te wekken, die het echolocatie systeem van de vleermuis ontregelen. Vleermuizen produceren hoogfrequente geluidspulsjes waarmee ze navigeren en prooidieren vangen. Dat sommige insecten zelf ook ultrasoon geluid genereren, was al bekend, maar tot nu toe was het onduidelijk of ze daarmee de vleermuis schrik probeerden aan te jagen, een waarschuwingssignaal uitzonden of daadwerkelijk het sonarsysteem van de vleermuis in verwarring brachten. Experimenten van Amerikaanse biologen hebben dat laatste nu aangetoond (Science, 17 juli). Aaron Corcoran en zijn collega’s van Wake Forest University deden onder gecontroleerde omstandigheden experimenten met een aantal vleermuizen en hun prooi, tijgermotjes van de soort Bertholdia trigona. Daarbij legden ze de ultrasone geluiden vast en maakten met een supersnelle infraroodcamera opnamen van aanvallende vleermuizen om te kunnen bepalen hoe vaak de vleermuizen aanvielen en of ze daarbij succesvol waren.

Als de sonarpulsen van de tijgermotten de vleermuizen alleen maar schrik zouden aanjagen, dan zouden de vleermuizen daar na verloop van tijd aan gewend moeten raken, waarna ze de motten alsnog zouden vangen. En als de tijgermotten met hun ultrageluid een waarschuwing af zouden geven omdat ze bijvoorbeeld niet eetbaar waren, dan zouden de vleermuizen de motten aanvankelijk wél vangen, maar daar langzamerhand mee ophouden. Terwijl in het eerste geval het aantal gevangen motten in de tijd zou toenemen, gebeurt in het laatste geval het omgekeerde. Corcoran en zijn collega’s stelden eerst vast dat tijgermotten die geen ultrasoon geluid meer konden produceren zonder uitzondering aan de vleermuizen ten prooi vielen. Als de tijgermotten echter wél eigen geluidspulsen konden produceren werd de kans dat ze slachtoffer werden vier tot vijf keer zo klein. Die kans bleef bovendien gedurende het experiment gelijk: de vleermuizen stopten na een lange tijd eenvoudig met aanvallen. Blijkbaar waren ze niet in staat de motten te vangen en gaven ze de strijd op.

    • Rob van den Berg