Radicale netwerken moeten snel ontmanteld

Moslimextremistische groepen zijn de enige in Indonesië die in staat zijn zelfmoordterroristen te rekruteren.

Het moslimterrorisme in Indonesië was, tot gisteren, naar de achtergrond verdwenen. Vier jaar lang waren er geen aanslagen. Jema’ah Islamiyah, de islamitische terreurgroep die verantwoordelijk was voor eerdere aanvallen, was gekrompen door arrestaties en verminderde steun onder de bevolking. Vorig jaar november leefde de angst even op, toen de drie bommenleggers werden geëxecuteerd die in Bali 202 mensen de dood injoegen. Maar bloedige vergelding bleef uit; Indonesië was, zo leek het, af van het probleem.

Het was slechts schijn. Twee bijna gelijktijdige zelfmoordaanslagen in vijfsterrenhotels in Jakarta kostten gisteren aan negen mensen, inclusief daders, het leven. En weer vertoonde de aanval kenmerken van Jema’ah Islamiyah (JI). Het waren zelfmoordaanslagen, ze werden gelijktijdig gepleegd, met westerlingen als doelwit.

De politie deed gisteren nog geen mededelingen over het mogelijke motief van de daders. Maar als het echt zelfmoordaanslagen waren, wijst dat sterk in de richting van een moslimextremistische groep, zegt Sidney Jones, veiligheidsexpert van de Crisis Group in Indonesië. „Voor iets anders kun je in dit land geen zelfmoordterroristen vinden.”

Geen enkele veiligheidsexpert had dit soort aanslagen op dit moment verwacht. Maar toevallig waarschuwde gisteren het Australian Strategic Policy Institute in een rapport dat de kans op moslimterroristische aanslagen in Indonesië – hoewel nog steeds laag – weer groeide. Meer dan honderd JI-leden kwamen de afgelopen periode vrij omdat ze hun straf hadden uitgezeten, schreven de onderzoekers. Ook zouden sommige jonge militanten niet tevreden zijn met de gematigde koers die Jema’ah Islamiyah de laatste jaren had ingezet, en de organisatie met nieuwe aanvallen nieuw leven in willen blazen.

Want inderdaad was bekend dat een deel van de leiders van Jema’ah Islamiyah geen brood meer zag in grote aanslagen op buitenlanders. De organisatie zou er steun onder de bevolking mee verliezen, en bovendien zijn zulke aanslagen duur. „Het is onwaarschijnlijk dat het oude JI zoals wij dat kennen, hierachter zit”, zegt Sidney Jones. Zo kan ze zich nauwelijks voorstellen dat de geestelijk leider, Abu Bakar Bashir, die werd gezien als het brein achter de bomaanslag op Bali, hier iets mee te maken heeft.

De naam die wel veel wordt genoemd, is die van de voorvluchtige Maleisische explosievenexpert Noordin Top. Die zou zich hebben afgekeerd van Jema’ah Islamiyah, uit onvrede over de gematigder koers. Jones: „Er zijn zo’n dertien mensen zoals hij, die niets te verliezen hebben, en die anderen kunnen rekruteren. Voor een aanslag als deze heb je maar tien tot vijftien mensen nodig.”

Gisteravond kwamen meer aanwijzingen boven dat de dader in die hoek moet worden gezocht. De bommen leken op explosieven die de antiterreureenheid een paar dagen geleden vond in de tuin van de voortvluchtige leider van een islamitische kostschool. Deze Bahrudin zou volgens lokale media de schoonvader zijn van Noordin Top.

Voordat gisteren was vastgesteld dat het om zelfmoordaanslagen ging, zei de Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono in een emotionele toespraak dat hij een politiek motief vermoedde. De aanslag kon het werk zijn van lieden die ontevreden waren met zijn herverkiezing, aldus de president. Maar als iemand als Noordin Top echt betrokken is bij de aanslagen, is een connectie met de vorige week gehouden presidentsverkiezingen onwaarschijnlijk, zegt Sidney Jones. „Waarschijnlijk was het tijdstip van de aanslagen vooral afhankelijk van het moment waarop ze klaar waren met de voorbereidingen.” De opmerkingen van de president noemt ze daarom „prematuur”.

Toch had de president in zekere zin gelijk, zegt Rohan Gunaratna, terrorisme-expert van de Nanyang Technological University in Singapore. De aanslag had wel degelijk te maken met de verkiezingen, zegt hij. „Dit is geen aanslag op westerlingen. Dit is een aanslag op Indonesië, en op de net herkozen president.” Ook hij gaat ervan uit dat kringen rond Jema’ah Islamiyah verantwoordelijk zijn. Op deze manier laat de terreurgroep volgens hem zien dat ze nog altijd tegen de regering is, en met geweld blijft streven naar een islamitische staat.

Tijdens de verkiezingscampagne liet Yudhoyono zich juist voorstaan op zijn succesvolle antiterrorismebeleid. De door Australië en de Verenigde Staten getrainde eenheid Densus 88 was succesvol in het opsporen van terroristen en het verijdelen van aanslagen. Zoals vorig jaar, toen de eenheid een grote hoeveelheid explosieven in Palembang op Sumatra onderschepte en negen man arresteerde.

„Het zou echt fout zijn om de regering de schuld te geven van deze nieuwe aanvallen”, zegt Sidney Jones. Volgens haar doet de regering het juist erg goed. „Zelfmoordaanslagen zijn in het algemeen moeilijk op te sporen, en vaak onmogelijk te voorkomen.”

Maar Gunaratna vindt dat de regering méér moet doen. Niet alleen de terroristen moeten worden aangepakt, zegt hij. „Ze moeten ook de radicale uitgeverijen, de radicale scholen en de radicale geestelijken aanpakken: iedereen die deze ideologie van haat distribueert.” Yudhoyono was volgens hem te voorzichtig met het ontmantelen van deze netwerken, uit angst steun onder radicale moslims te verliezen. „Maar nu is hij herkozen, hij heeft een groot mandaat. Dat moet hij wijs gebruiken om Indonesië veilig te maken.”

    • Elske Schouten