Och, die provinciale kunstacademies

Fotograaf Theo Baart sluit zich aan bij de al jaren geleden opgelaaide discussie over het vermeende gebrek aan kwaliteit bij de Nederlandse beeldend kunstenaars en wijst met beschuldigende vinger naar slecht selecterende, alles met de mantel der liefde bedekkende, provinciale kunstacademies, die hun talentloze brekebeentjes voorbereiden op een sombere toekomst van werkloosheid en armoede (Opiniepagina, 14 juli). Wat is dat toch in de beeldende kunstwereld? Altijd weer dat ongefundeerde zelfondermijnende geklets over een teveel, een tekort, een nooit genoeg of een veel te weinig aan subsidie, verzamelaars, marktwerking etc etc. Terwijl het toch voor iedereen duidelijk moet zijn dat wij met alles in dit land, en zeker met de beeldende kunst, zonder enige twijfel leven in de beste van alle mogelijke werelden. Met wij, voor de duidelijkheid, wordt bedoeld de verwende witte middenklasse, die niet eens meer hoeft te sparen voor een nieuwe keuken en wier kinderen wel drie algemeen vormende studies kunnen doorlopen voor zij hun voorverwarmde ruimbetaalde positie in de echte economie kunnen gaan innemen. Waarom toch altijd die nadruk op het gemis, het gefaal en het verspilde geld. Calvijn mag dan 500 jaar geleden geboren zijn, hij is ook al 445 jaar dood.

Het zal wel nooit meer goed komen. Onze provinciale kunstacadamies kunnen nog zoveel internationale genieën en fulltime übermenschen als Joep van Lieshout voortbrengen, voor de Nederlander zal het niet genoeg zijn.

Rijk land, arme geesten.

    • Voormalig
    • Bert Sissingh