Nederlands maangruis

Nederland heeft het nog. Maangruis. Meegenomen na de eerste maandlanding, maandag veertig jaar geleden. De VS schonken maansteentjes aan verschillende landen. In het Museum Boerhaave is het te zien. Maar in veel landen is het zoekgeraakt. Of weggegooid.

Maansteentjes in kunststof

Op 20 juli 1969 zette de eerste mens, de Amerikaan Neil Armstrong, voet op de maan, maandag veertig jaar geleden. De bemande maanvluchten van het Apollo-programma dienden behalve de wetenschap ook het prestige van de Verenigde Staten. Dit samengaan van wetenschap en symboliek gold niet alleen het afzetten, en weer veilig terugbrengen, van astronauten op het maanoppervlak, maar ook voor de stenen die ze mee terugnamen.

Eind 1969 kreeg koningin Juliana van de ambassadeur van de Verenigde Staten een fineerhouten standaard overhandigd met daarop een Nederlands vlaggetje en een transparant kunststof bolletje van 2 centimeter doorsnee. In dat bolletje zaten drie stukjes gruis. Het vlaggetje bleek met de Apollo 11-raket te zijn meegevlogen op de allereerste bemande maanvlucht. Het gruis bestond uit heuse maansteentjes, door Neil Armstrong en de zijnen mee teruggenomen naar de aarde.

Het Apollo-programma was behalve een wetenschappelijke onderneming ook een prestigeproject van een grootmacht die zijn spierballen wilde tonen. De maanvluchten waren met symboliek omgeven. Dat gold voor de eerste voetafdrukken in het maanzand: Armstrong zei, toen hij zijn eerste voet op de maanbodem zette dat dit voor een mens een kleine stap was, maar „one giant leap for mankind”. En net zo goed gold die symboliek voor het maanpuin dat met de astrohelden mee terugkwam. De maanstenen vonden hun weg naar laboratoria waar ze in alle rust onderzocht werden op ontstaansgeschiedenis, samenstelling, enzovoort. Maar om de heroïek van de eerste bemande maanlanding uit te dragen besloot de regering-Nixon om een maansteenmonster toe te voegen aan de vlaggetjes die waren meegestuurd met Apollo 11, om later aan de staatshoofden van andere landen te schenken. Het ging niet alleen om bevriende naties, maar ook – misschien juist ook – om landen waarmee de Amerikanen op minder goede voet verkeerden, zoals de Oostbloklanden. Men wilde het Oostblok immers overtroeven.

Bij de laatste bemande maanvlucht, Apollo 17, besloot men er nog een schepje bovenop te doen. Bij deze missie werd een recordhoeveelheid van 111 kilo bodemmateriaal mee naar aarde genomen, zorgvuldig geselecteerd en losgebikt uit het gesteente van de Taurus Littrow-vallei door Harrison H. ‘Jack’ Schmitt, de geoloog van dienst onder de drie astronauten. Een van de stenen doopte hij de ‘Goodwill Rock’, die hij met Amerikaans gevoel voor pathos „aan de kinderen van de wereld” opdroeg. Eenmaal op aarde werd de steen in stukjes gehakt en wederom in een plastic bolletje op een (ontegenzeggelijk foeilelijk) fineerhouten plank gemonteerd. Ook het meegevlogen vlaggetje ontbrak weer niet. Het verschil was dat de bolletjes nu in plaats van wat gruis een enkele steen bevatte (van ongeveer 2 cm doorsnee en een massa van een gram).

Het is de vraag of Juliana – wellicht toch meer een type voor geneeskrachtige stenen dan voor symbolisch maangrind – erg gevoelig was voor het Amerikaanse gebaar. Ze schonk beide fineerhouten maansteenhouders aan het Rijksmuseum voor de Geschiedenis der Natuurwetenschappen (nu Museum Boerhaave). Daar verdwenen ze, na weliswaar tijdelijk te zijn geëxposeerd, in het depot.

Naspeuringen van Joseph Richard Gutheinz, een NASA-veteraan die zich heeft ingespannen om de lotgevallen van de geschonken maanstenen te achterhalen, leren dat Nederland niet alleen staat in zijn achteloosheid. Zo is de Afghaanse Goodwillsteen vermoedelijk tijdens plunderingen van het Nationale Museum in 1995 verdwenen, is het Ierse Apollo-11-gruis per ongeluk bij het vuilnis beland en is de Roemeense Goodwillsteen mogelijk als deel van het nalatenschap van Ceausescu verkocht. Een Nicaraguaanse dictator heeft zijn Goodwillsteen zelf verkocht, en die van Malta is gestolen. De eveneens gestolen Hondurese steen heeft Gutheinz zelf met een undercoveractie weer boven water gekregen. Niet alle landen delen kennelijk het Amerikaanse gevoel voor wetenschappelijke heroïek. Sterker, van slechts een twintigtal Goodwillstenen is momenteel lot en locatie bekend. Nadat de Nederlandse maanstenen een kleine vier decennia op een plank (aard)stof hebben liggen verzamelen, worden ze ten gelegenheid van veertig jaar mannen op de maan voor het eerst in Museum Boerhaave het Nederlandse volk getoond. De Amerikanen kunnen tevreden zijn.

Maanstenen: tot 30 aug Museum Boerhaave, Lange St. Agnietenstraat 10 Leiden. Ma-za 10-17u, zo 12-17u. Ad Maas is conservator Museum Boerhaave

    • Ad Maas