Na repressie volgt bescherming van burger

Terrorisme noopte in 2004 tot betere Europese samenwerking van opsporingsdiensten. Het ging vooral om repressie. Nu zijn de burgerlijke vrijheden aan de beurt.

Voor de Zweedse minister van Justitie, Beatrice Ask, is het maar de vraag wie er de afgelopen jaren meer geprofiteerd heeft van het opheffen van de Europese binnengrenzen: criminele organisaties of opsporingsinstanties als politie en justitie.

Europese samenwerking tussen opsporingsdiensten was in november 2004 een prioriteit, toen de EU-ministers van Justitie in Scheveningen het vijfjarige ‘Haagse Programma voor vrijheid, veiligheid en recht’ overeenkwamen. Samenwerking was nodig om terreurdreiging tegen te gaan, grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden én een Europees asielbeleid te vormen.

Deze week bereikten de Europese ministers van Justitie in Zweden overeenstemming over de opvolger van dat Haagse Programma, het Stockholm Programma. En de boodschap van de Zweedse minister was, dat een belangrijk deel van het Haagse Programma op papier wel bestond, maar nog moet worden waargemaakt.

In het Haagse Programma stond onder meer voor dat politie- en veiligheidsdiensten vertrouwelijke informatie moesten delen, politieteams in grensstreken samen moesten optrekken, asielprocedures moesten worden geharmoniseerd en de bewaking van de EU-buitengrenzen met een gezamenlijk dienst, Frontex, een zaak van alle lidstaten moest worden.

Het Haagse Programma leidde tot veel nieuwe regelgeving, zoals over het Europees Arrestatiebevel dat aanhouding en overbrenging van verdachten naar het land van herkomst regelt, over huiszoekingen en inbeslagname van bewijsmateriaal ten behoeve van strafzaken in andere lidstaten, over aanpak van cybercrime en over verplichte opslag van telefoon- en internetgegevens door providers. Maar in de praktijk haperden die Europese afspraken, omdat lidstaten er lang over deden om ze om te zetten in nationale wetgeving.

Alleen in kleiner verband lukte het om justitiële samenwerking van de grond te krijgen. Zoals de uitwisseling van vingerafdrukken en DNA-profielen, waarover in 2006 afspraken werden gemaakt in het Verdrag van Prüm. Dat was in eerste instantie een initiatief van de Benelux, Duitsland en Oostenrijk. Pas na successen bij het oplossen van misdrijven sloten andere lidstaten zich aan.

Staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) probeert nu ook dergelijke kleine stappen te zetten op het gebied van asiel- en immigratie. Zij maakte in Stockholm afspraken met Griekenland over gezamenlijke grenscontroles en ambtelijke hulp bij asielprocedures, zoals ze eerder ook met Malta deed. Ook zal Nederland materieel, marineschepen en bemanning leveren aan Frontex.

De buitengrenzen van Europa zijn ‘lek’, vooral in het zuiden en oosten. Dat is volgens Albayrak een Europees probleem. Want uiteindelijk gaat een groot deel van de migranten naar het noorden, en dus ook naar Nederland. Zij wil dat de huidige bilaterale afspraken op termijn leiden tot Europese, analoog aan ‘Prüm’.

De bomaanslagen in Madrid gaven het Haagse Programma vooral een repressief karakter: snellere opsporing van potentiële terroristen, voorkoming van aanslagen en beteugeling van illegale immigratie hadden prioriteit.

Het Stockholm Programma plaatst nu ook bescherming van burger- en grondrechten op het gebied van privacy en persoonlijke levenssfeer op de voorgrond. Sluitstuk kan daarbij volgens minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) de toetreding van de EU tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn. Dat stond ook op het Nederlandse verlanglijstje van vijf jaar geleden, maar strandde toen de Europese Grondwet bij referendum sneuvelde. Haar opvolger, het Verdrag van Lissabon, biedt een nieuwe kans.

„Bij krachtige Europese rechtshandhaving hóren garanties voor burgerlijke vrijheden”, zei Hirsch Ballin. „Als het Verdrag van Lissabon rond is, kan de EU toetreden tot het EVRM. Dat is nu ook opgenomen in het Stockholm Programma en ik vind dat een realistische ambitie.”

    • Jos Verlaan