'Ik voel me niet Portugees'

Michael van der Schuyt (1989) is een adoptie- kind uit Portugal.‘Qua persoonlijkheid ga ik steeds meer op mijn ouders lijken.’

Michael Van der Schuyt (1989), student politicologie, fractiemedewerker VVD Amsterdam-Centrum

‘Er bestaan nauwelijks foto’s van mijn ouders en mij samen. Dat krijg je als je met z’n drieën bent: er staat er altijd eentje achter de camera. Dit is op het feest voor de tachtigste verjaardag van mijn opa. De familie van mijn vader is gezellig, iedereen is heel close. Mijn moeder en ik luisteren naar een van de vele speeches van die avond.

„Qua persoonlijkheid ga ik steeds meer op mijn ouders lijken. Ik kijk best tegen ze op. En als je achttien jaar met mensen hebt samengewoond, is het niet zo raar dat je bepaalde trekjes van ze overneemt. Ik ben ambitieus, net als zij. Ik word steeds socialer. Politiek zit ik in dezelfde liberale hoek. Je moet het zelf doen in het leven.

„Sinds een maand werk ik voor de VVD-fractie in Amsterdam-Centrum, als een van de jongsten die ze daar ooit hebben aangenomen. Ik dacht: dit wordt nu een keer een echte heterofunctie, maar ik ben weer omringd door homo’s, grappig genoeg. Een aantal fractieleden kende ik nog uit de bar waar ik gewerkt heb. Bij mijn studie zitten ook veel homo’s en lesbo’s. Voor politicologie moet je maatschappelijk geïnteresseerd zijn, en als homo ben je dat. Wij hebben nog een strijd te leveren om volledig geaccepteerd te worden.

„Mijn moeder was rond de dertig en vrijgezel toen een vriend haar een keer meevroeg op een avondje uit. Ze ging, met tegenzin, en daar was mijn vader: een grappenmaker, makkelijk in de omgang, vijf jaar jonger dan zij. Hij werkte als plugger voor een platenmaatschappij. Ze gaf hem haar telefoonnummer, en toen belde hij pas na een paar dagen. Dat was mijn moeder niet gewend, als aantrekkelijke blondine. Ze vond het wel interessant.

„Kort na hun huwelijk wilden mijn ouders aan kinderen beginnen, maar er bleek sprake te zijn van vruchtbaarheidsproblemen. Toen zijn ze over adoptie gaan nadenken. Mijn opa woonde in Portugal, en was daar bevriend met een advocaat. Een van diens cliënten was ongewenst zwanger en wilde haar kindje afstaan. Dat kindje ben ik. Met hulp van de advocaat konden mijn ouders me zeven dagen na mijn geboorte mee naar Nederland nemen.

„Mijn ouders zijn altijd eerlijk tegen me geweest. Al toen ik heel klein was, legde mijn moeder me uit dat ik niet uit haar buik kwam. Daardoor werd het nooit een probleem. In de zomer gingen we vaak naar mijn opa, dus ik kende Portugal, ik wist waar ik vandaan kwam. Ik voel me helemaal niet Portugees. Ik hou van vis en van zout eten, maar dat kan ook door die vakanties komen. Mijn biologische moeder heb ik nooit opgezocht. Ik weet dat het zou kunnen, maar het hoeft niet van mij.

„Als kind was ik rustig en zelfstandig, denk ik. Ik deed aan turnen, ik speelde piano, ik was goed op school. Ik mocht altijd vriendjes mee naar huis nemen – eentje was er zo vaak, dat werd een soort broertje. Alleen rond mijn zestiende, zeventiende heb ik een moeilijke periode gehad. De school waar ik op zat, was nogal macho. Ik was daar niet op m’n plek en kwam er juist toen achter dat ik op mannen val. Ik heb een tijd veel gespijbeld. Mijn ouders zagen dat het niet goed met me ging, maar drongen nergens op aan. Ze vertrouwen me, ze hebben me altijd als volwassene behandeld. Toen zij geen enkel probleem bleken te hebben met mijn coming-out en ik via internet met jonge homo’s in contact kwam, raakte mijn leven in een stroomversnelling.”

Zijn huis lijkt te groot voor hem, te zwaar. De leren vierzitsbank, de breedbeeld-tv, de zwarte wandkast omhullen zijn elfachtige gestalte als op de groei gekochte kledingstukken. Maar schijn bedriegt. Deze flat mag dan een erfstuk van opa zijn, op de vloerbedekking na heeft hij alles hier zelf uitgezocht.

Heeft u een suggestie voor een familiefoto met verhaal?

Mail naar weekblad@nrc.nl

    • Sandra Heerma van Voss