Hoogvliet pakt nu de jeugd aan

Om de uitval onder de eigen schooljeugd tegen te gaan, bouwt de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet een campus. „Zodat ze zelfredzaam zijn.”

Artist's impression van de Campus Hoogvliet.

Een Antilliaan op straat doodgeschoten? Op naar de zuidwestpunt van Rotterdam. Jarenlang wisten de media feilloos de weg te vinden naar Hoogvliet, constateert Eric Geraets, sectorhoofd projecten van de Rotterdamse deelgemeente. „Zelfs als de trekker hier niet eens was overgehaald.”

Nog altijd telt het voormalige vissersdorp (35.000 inwoners) een opvallend grote Antilliaanse gemeenschap: 2.100 mensen. Maar anno 2009 gaat Hoogvliet niet langer gebukt onder het stigma van „Nederlands eerste no-go-area”, zoals toenmalig burgemeester Bram Peper ‘de uithoek’ in 1991 omschreef. „We zien tegenwoordig niet zoveel camera’s meer”, grijnst Geraets.

Vandaag de dag geldt Hoogvliet vooral als een modeldorp. Ruim tien jaar geleden begon daar de grootste binnenstedelijke herinrichting van Europa. Met succes. Sloop en nieuwbouw gingen en gaan hand in hand, met – opmerkelijk genoeg – instemming van de bewoners. Tussen 1999 en 2015 worden 5.000 van de in totaal 17.000 woningen afgebroken en vervangen door nieuwbouw.

Maar ‘af’ is het stadse dorp aan de Oude Maas nog allerminst, ondanks de toegenomen veiligheid en verbeterde sociale cohesie. Die waarschuwing doet dagelijks bestuurder Jacqueline Cornelissen, verantwoordelijk voor onderwijs en ruimtelijke ordening, en lid van de lokale partij IBP (Initiatiefgroep Boomgaardshoek en Platen). Zorgen maakt zij zich vooral over „onze jeugd op wie we onvoldoende zicht en grip hebben”. Tijdens het schooljaar fietsen dagelijks naar schatting 1.300 leerlingen vanuit Hoogvliet over de brug naar Spijkenisse, rekent Cornelissen voor. „Daar is het makkelijker spijbelen dan hier onder toeziend oog van een winkelende buurvrouw of tante.”

Net als de rest van Rotterdam telt Hoogvliet een verhoudingsgewijs hoge schooluitval. Tot voor kort belandde 40 tot 60 procent van de eigen jeugd zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt, aldus Cornelissen. „Schooluitval betekent maatschappelijke uitval, en dus op termijn een opeenstapeling van problemen.” Problemen die alle fysieke en sociaal-economische ingrepen van de laatste jaren teniet zouden doen.

Vandaar dat Hoogvliet twee maanden geleden officieel de bouw aankondigde van een eigen campus waar, in de woorden van projectleider Peter de Regt van Woonbron, „onderwijs en vrijetijdsbesteding zullen samenvloeien”. Zijn woningcorporatie is de drijvende kracht achter de samenwerking met onder meer de deelgemeente, drie onderwijsinstellingen en vervoersmaatschappij RET. De regionale vervoerder heeft toegezegd het nabijgelegen metrostation Zalmplaat te zullen opknappen. Eerder overwoog de RET de verloederde halte nog te sluiten.

Campus Hoogvliet (30.000 vierkante meter) is begroot op 90 tot 100 miljoen euro. De Regt spreekt van een diepte-investering: „Door mee te betalen voorkomen wij waardevermindering van ons vastgoed.” Op het ontwerp van architect Wiel Arets zijn vijf gebouwen ingetekend: twee scholen voor voortgezet onderwijs, een judocentrum, een sporthal, een kinderdagverblijf en een woonblok voor jongeren. Komend voorjaar gaat de eerste paal de grond in.

Hoge verwachtingen hebben de initiatiefnemers vooral van de doorlopende mbo-opleiding, die over anderhalve maand al van start gaat. Ook daarmee breekt Hoogvliet met het verleden, zegt Cornelissen. „We bieden ouders de perspectieven die hun kinderen hier tot voor kort niet hadden, én gaan de versnippering tegen.”

Bovendien zou de krachtenbundeling de algehele onderwijskwaliteit ten goede komen, is de gedachte. Een van de deelnemende scholen, het Einstein Lyceum (vmbo, havo, vwo), stond tot vorig jaar officieel te boek als een ‘zeer zwakke school’. Vorig voorjaar nog constateerde de onderwijsinspectie dat ook de dertien basisscholen in Hoogvliet ondermaats presteerden: kinderen die in Hoogvliet van de basisschool komen, hebben meer kans om op het vmbo terecht te komen dan leerlingen elders in Nederland.

Met enige regelmaat komen ambtenaren van elders op werkbezoek. Dan houdt Cornelissen haar collega’s onder meer voor het onderwijs vooral niet te vergeten. „Sociale en fysieke ingrepen zijn óók noodzakelijk. Maar als ik nu terugkijk, dan zeg ik: bij de start van de herstructurering in 1998 hadden we het onderwijs meteen bij de kop moeten pakken. Door jongeren perspectieven te bieden en bij de gemeenschap te betrekken, voorkom je heel veel ellende.”

    • Mark Hoogstad