Hollands Facebook Wiskundetalent Maarten Roelofsma

‘Toen ik een jaar was.’

Maarten Roelofsma doet mee aan de 50ste Internationale Wiskunde Olympiade voor middelbare scholieren, dit jaar in Bremen. De deelnemers komen uit 108 landen. De winnaars worden komende dinsdag gehuldigd.

Ga je voor goud?

„Ha, nee, ik heb mezelf dit jaar als doel gesteld bij de beste helft van de wereld te eindigen. Vorig jaar, in Madrid, kwam ik op plek 368 of zo, op een totaal van 540 deelnemers. Ik heb dus nog een gaatje te dichten, maar ik ben wel een jaar ouder en beter geworden.”

Keihard getraind?

„Zeker. Eerst was er de selectie uit 4.400 kandidaten, naar 120, naar een stuk of 20, en uiteindelijk voor het olympisch team van zes deelnemers en een reserve. En daarna de aparte trainingen: drie dagen, twee weekeinden, een hele week – en tussendoor nog opgaven waarop je per e-mail feedback krijgt.”

En nog zijn de Chinezen en Russen niet te verslaan. Die worden altijd eerste of tweede...

„Die zullen altijd wel onverslaanbaar blijven. Tussen Nederlanders en Chinezen zit een enorm verschil in mentaliteit. Natuurlijk doen wij mee voor de wedstrijd, maar ook omdat wij het gewoon leuk vinden. Voor Chinezen telt maar één ding: winnen. Chinese kinderen die ergens goed in zijn, worden meteen in aparte scholen gezet. Zo heb je in China speciale wiskundescholen, waarop ze de hele dag bijna niks anders doen dan wiskundeopgaven maken.”

Wat is je favoriete wiskundeprobleem?

„Getaltheorie vind ik heel erg leuk: spelen met hele getallen en creatief eraan rekenen, zodat het een beetje leuk uitkomt allemaal. Zoals: wat is het kleinste getal dat niet deelbaar is door zus-of-zo, geen priemgetal is en nog zo wat voorwaarden. Dat vind ik fijne puzzeltjes.”

Zijn al je vrienden gek op wiskunde?

„In het Olympiade-team trekken we intensief met elkaar op. Daaruit ontstaan vriendschappen. Maar buiten de wiskunde heb ik ook aardig wat vrienden.”

Wat vindt die laatste groep vrienden van je wiskundepassie?

„Ze zeggen: erg leuk dat je weer naar die Olympiade gaat – als je ons verder maar niet lastig valt met verhalen over wiskunde.”

Hoe komt het dat jij een wiskundeknobbel hebt en ik niet?

„Lijkt me puur toeval. Zoiets is aangeboren, denk ik – en ik dóé iets om die aanleg te ontwikkelen. Ja, de combinatie van kunnen en doen, daar zal het ’m wel in zitten.”

Bestaan er wiskundemoppen?

„Even denken. Ja, het is oranje en het golft op en neer...”

Eh...., ik geef ’t op.

„Een sinusappel.”

    • Opgetekend Door Gijsbert van Es