Hoe Afrika rijke landen moet gaan voeden

Rijke landen huren in Afrika miljoenen hectares grond om voedsel te verbouwen voor eigen markt. Zo’n plan stortte Madagascar in crisis.

Baobabs (apenbroodbomen) in de omgeving van de stad Morondova aan de westkust van Madagascar, een regio waar het Zuid-Koreaanse Daewoo landbouwgrond probeerde te huren. Foto Getty Images Cow cart going through Baobab trees Getty Images

Ze kwamen in helikopters. Urenlang cirkelden ze boven het land van Roland Rahasinirina in het westen van Madagascar en de 38-jarige boer wist niet waarom. Hij heeft een bescheiden lapje grond waarop hij ieder jaar wat maïs plant en waarop, als de oogst eenmaal binnen is, zijn koeien de plantstompjes weggrazen. Het levert hem precies genoeg op om zijn familie te onderhouden en om in het dorp nog wat overschotten te verkopen. Zo is het in het gehucht Ampanihy altijd geweest, en zo zou het altijd zijn. Totdat de helikopters kwamen.

Het bleken vertegenwoordigers van het Zuid-Koreaanse bedrijf Daewoo Logistics, op zoek naar landbouwgrond. Door de wereldwijd stijgende voedselprijzen zijn steeds meer dichtbevolkte Aziatische landen en onvruchtbare woestijnstaten in het Midden-Oosten op zoek naar goedkope grond in ontwikkelingslanden om voedsel te produceren. Volgens het International Food Policy Research Institute in Washington hebben ontwikkelingslanden sinds 2006 al 15 tot 20 miljoen hectare landbouwland aan rijkere landen verpacht. Deze ‘land grab’, zoals actievoerders het noemen, brengt de arme landen weliswaar hoognodige buitenlandse investeringen, maar kan leiden tot gedwongen onteigeningen, ecologische verstoringen en, ironisch genoeg, voedseltekorten.

De Koreanen lieten zich door de regering van de inmiddels gesneefde president Marc Ravalomanana rondvliegen boven de glooiende velden van Ampanihy en een paar weken later stond bij Roland Rahasinirina een man met een contract voor de deur. „Ze wilden mijn land hebben. En ook dat van de buren”, zegt Rahasinirina. „Ik begreep niet precies wat het plan was, maar als landarbeider zou ik voor het nieuwe bedrijf kunnen werken.” Dat zou 4.500 ariary per dag opleveren, iets minder dan 2 euro. „Niet slecht”, glimlacht hij.

De meeste mensen moeten hier van de helft rondkomen, verduidelijkt Jocelyn Andrianambinina van de boerenorganisatie Fitame. Op een gammele motorfiets van Chinese makelij raast hij dagelijks door het rulle zand van de Menabe-regio om boeren te bezoeken die hun land dreigen te verliezen. Juist hier, aan de kust bij het Kanaal van Mozambique, ligt de beste landbouwgrond van Madagascar en juist hier zoeken op het moment vooral Aziatische landen naar exploitatiemogelijkheden.

Al geruime tijd trouwens. Een uur verderop, nabij de stad Morondava, ligt een enorme suikerrietplantage die volledig gerund wordt door een Chinees bedrijf. Vanuit de lucht zijn de immense lichtgroene cirkels geïrrigeerde grond goed te zien: 6.000 hectare waar de baobabs ontbreken. Die houden niet van moderne irrigatiesystemen. Waar de plantage eindigt, groeien ook de kolossale bomen weer.

„Wat de boeren zich niet realiseren is dat ze van hun dagloon voortaan voedsel op de markt moeten kopen”, zegt Andrianambinina. „Ze kunnen niet meer een beetje rijst of maïs verbouwen en ze hebben geen land meer om hun vee te laten grazen. Dan is 4.500 ariary opeens best weinig.”

Uit zijn broekzak haalt Roland Rahasinirina een verfomfaaid A4’tje tevoorschijn. Het is een nogal summiere overeenkomst waarin de boeren van Ampanihy afstand doen van 1,87 hectare grond aan de firma Madagascar Future Enterprises, een lokaal dochterbedrijf van Daewoo. Voorlopig voor een jaar, maar met optie op verlenging. Het project zou in november 2008 beginnen en in april zou voor het eerst geoogst worden. Gemiddeld 12 ton per hectare, terwijl de boeren nu, volgens Rahasinirina, nooit meer dan 3 ton per hectare van hun land halen. „Onbegrijpelijk, die Aziaten”, verzucht hij.

Maar na de politieke crisis die begin dit jaar in Madagascar losbrak, hebben de landbouwers van Ampanihy niets meer van de Koreanen vernomen. Volgens Jocelyn Andrianambinina waren sommige boeren al vertrokken om elders een bestaan op te bouwen.

Daewoo Logistics was niet alleen geïnteresseerd in het land van Ampanihy. Met de regering van president Ravalomanana kwam het bedrijf vorig jaar overeen dat het voor een periode van 99 jaar totaal liefst 1,3 miljoen hectare land zou krijgen. Dat is een oppervlak half zo groot als België. En volgens de VN-landbouworganisatie FAO is dat ten minste de helft van het voor landbouw geschikte land in heel Madagascar. „Totaal onontwikkeld en ongebruikt land”, oordeelde Daewoo-manager Hong Jong-wan eind vorig jaar in een zeldzaam gesprek met de Financial Times. Ongeveer driekwart was bestemd voor maïs en de rest voor palmolie. Volgens niet-gouvernementele organisaties moest voor de palmolie in het noordoosten van het land een aantal vanilleplantages wijken. Vanille is nu nog een van de belangrijkste exportproducten van Madagascar.

Met het project wilde Daewoo na de voedselcrisis vorig jaar de voedselzekerheid van Zuid-Korea veiligstellen. Een deel van de productie zou ook gebruikt kunnen worden voor biobrandstof. „Voedsel kan in deze wereld een wapen zijn”, zei Hong in de Financial Times. Overigens ging hij ervan uit dat hij het land gratis kon krijgen, in ruil voor 6 miljard dollar aan investeringen. „Wij zullen voor banen zorgen door het land te bewerken en dat is goed voor Madagascar”, zei hij. „We kunnen de oogsten exporteren naar andere landen of in het geval van een voedselcrisis verschepen naar Korea.”

Precieze details van de deal zijn nooit openbaar gemaakt, maar volgens ingewijden zou niets van de productie in Madagascar achterblijven. 70 procent van de bevolking op ‘La grande Île’ leeft onder de armoedegrens en zo’n 600.000 mensen zijn permanent afhankelijk van voedselhulp, zegt het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN.

Deze armoede leidde tot woede onder de Malagassiërs, die in januari opgehitst door de jonge diskjockey Andry Rajoelina, de straten van hoofdstad Antananarivo opgingen. De kongsies tussen de president en buitenlandse investeerders werden door de beweging als een van de redenen van de opstand aangevoerd. Volgens Rajoelina leverde Ravalomanana Madagascar uit aan de Aziaten, die het land zouden willen ‘herkoloniseren’. Toen na de protestacties president Ravalomanana de wijk nam naar Zuid-Afrika en Rajoelina als president van de door het leger gesteunde ‘Haute Autorité de la Transition’ aan de macht kwam, ging de deal met Daewoo meteen van tafel. „Het Malagassische land is te koop noch te huur, en al helemaal niet aan buitenlanders”, sprak Rajoelina plechtig.

„Madagascar is een arm land en bijna 80 procent van onze bevolking woont op het platteland”, zegt de nieuwe minister van Landzaken, Hajo Andrianainarivelo, in een chic kantoor waar de airconditioner op vriezen staat. „Die mensen hebben niets anders dan hun lapje grond, vaak al generaties lang. Die grond is hun rijkdom en hun erfenis. Ze moeten daar van leven.” Volgens de minister „liegen” de Koreanen als ze zeggen dat de grond die ze wilden cultiveren niet in gebruik was. „Het gaat om rijstvelden, om akkers en om grond waarop vee graast. Hoe konden ze dat nou zien vanuit die helikopters?”

Na de machtsovername in Antananarivo trok Daewoo Logistics zich terug uit Madagascar. De landdeal was, zei het bedrijf, van de baan. Maar Tsirisoa Rakotonimaro van de belangengroepering Coalition Paysanne de Madagascar weet niet zo zeker of dat wel zo is. De website van het nu in financiële nood verkerende Daewoo maakt nog steeds melding van de deal. Sinds een paar maanden opereert Daewoo in Madagascar onder een andere naam, zegt Rakotonimaro in haar piepkleine kantoortje in een van de kasseienstraatjes van Antananarivo. De nieuwe onderneming, Madagascar Tsaka Sarlu, houdt kantoor in hetzelfde pand in een buitenwijk van de hoofdstad waar tot voor kort Daewoo gevestigd was. En volgens Rakotonimaro zijn er al ontmoetingen met de nieuwe regering geweest. Daewoo weigert met journalisten te praten, bleek bij verschillende bezoeken aan het kantoorpand.

Maar er zijn ook andere kapers op de kust. Het Indiase Varun – gevestigd in hetzelfde gebouw in Antananarivo – heeft in Madagascar een deal gesloten voor het cultiveren van 500.000 hectare grond voor rijst, graan en maïs. Maar het grootste deel van de productie is voor de lokale markt bestemd, waardoor het contract tot minder problemen heeft geleid. Ondanks de ontkenningen van de minister zit de nieuwe regering volgens buitenlandse diplomaten nog steeds met Varun rond de tafel.

„Het bizarre is”, zegt Rakotonimaro van de Coalition Paysanne, „dat het lokale boeren zo veel moeite kost een stukje grond te krijgen. En dan komt er zo’n groot bedrijf uit Azië en dat krijgt opeens alles.” Toch is ze in principe niet tegen modernisering van de landbouwsector van Madagascar. „We kunnen vast veel leren van de nieuwe technieken, maar het is belangrijk dat de boeren er vanaf het begin bij betrokken worden. Nu weten we niets. Wilden de Koreanen genetisch gemodificeerd maïs gaan planten? Dat zou desastreus zijn voor de natuur en de gewassen van andere boeren. Het was en is allemaal zo mysterieus, dan blijf je argwanend.”

Hoewel hij nog altijd achter de deal staat, erkent een vertegenwoordiger van de partij van de verdreven president Ravalomanana dat „de communicatie misschien beter had gekund”. Maar, zegt Andrianatoandro Raharinaivo, met het contract met Daewoo is niets mis. „Dit bedrijf kan eindelijk de plattelandsontwikkeling brengen die we altijd wilden. Ze bouwen wegen, leggen elektriciteit aan en zorgen voor 40.000 arbeidsplaatsen. Het is een locomotief die de trein van ontwikkeling verder zou trekken.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Madagascar

Op het kaartje van Madagascar bij het artikel Hoe Afrika rijke landen moet gaan voeden (18 juli, pagina 4) staat ten onrechte de stad Ampanihy ingetekend. Het gehucht met dezelfde naam dat in het artikel beschreven wordt, ligt ten oosten van de stad Morondava, in het westen van Madagascar.