Het vergeetboek

Prunusjager Kees Piël aan het werk in de duinen van Nationaal Park Zuid-Kennemerland, nabij Bloemendaal
Dit onderdeel is belangrijk en daarom kan er wat over verteld worden. Dit onderdeel is b Dit onderdeel is belangrijk en daarom kan er wat over verteld worden. Dit onderdeel is belangrijk en daarom kan er wat over verteld worden Dit onderdeel is belangrijk en daarom kan er wat over verteld worden. Dit onderdeel is belangrijk en daarom kan er wat over verteld worden Dit onderdeel is belangrijk en daar

Waar: Quinson – Sainte-Maxime – Quinson

Route uit: Gorges, lacs et plateaux du Verdon (uitg. FFRandonnée, 2007).

Afstand: 10 km

Even is de rivier in zicht. Machtig, blauw, koud, kerft hij een slinger in de bergen – de staart van een dommelende draak. We volgen hem, maar dan is hij weg, op de kreten van de kanoërs en ander bootjesvolk na. De wandeling voert over de bodem van het afgedankte kanaal ernaast.

Het begin van het kanaal bestaat uit een reeks tunnels. Mocht het vergeetboek bestaan, zo zien de eerste bladzijden eruit. Voor de ene tunnel moet een kei in de toegang worden omzeild. In de ingang van een tweede ligt, ondanks de droogte, een modderplas. De opening van een andere tunnel is gesluierd met het rag van dode twijgen. In een volgende ligt een drempeltje stront want daar nestelen zwaluwen boven de poort. En aan het begin van een zoveelste tunnel vliegt een peloton bruine vlinders op.

In het kanaal bloeit een gedwarrel van prikkel- en zachtmoediger struiken. Smalle bomen dragen slierten angora-mos rond hun stammen en takken. Krekels organiseren een wall of sound. Ik kijk omhoog langs de brokkelmuur (met spinnenwebben als toegevoegde specie) en zie hoe de bergpieken feestmutsen zijn, afgetekend tegen dat speciale poederblauw van de Zuid-Franse zomerhemel.

Een puntig pad voert weg van het kanaal. Snel kruipt het omhoog, richting bergkam. De rivier is nu een zucht tussen de bomen, de bergwanden zijn richelverzamelingen. Hitte plus klimmen is hijgen. Ik sta stil om op adem te komen. Ik ruik tijm en zie iets enorms op wijde vleugels. Wat is dat? Ik moet het weten, ik bel Kester-van-de-vogels op. Mijn stem slaat over: „Bruin lijf. Lichte kop. Vleugels met vingers.” „Steenarend”, concludeert hij. „Mooi hè?”

Achter de bergtop wacht een versleten kapelletje. Een meisje van een jaar of acht bezemt de vloer, in zichzelf verzonken, haar gezichtje op vroom. Onder het Mariabeeld staat een vurenhouten doos vol briefjes waarin de Sainte Vierge om bijstand bij hartszaken wordt gevraagd. Buiten hebben eiken en olijfbomen de witte rotsen laten barsten om op ze te kunnen groeien.

Langs een rood bestoft pad wordt het zicht op de hoogvlakte uitgevouwen. Quinson ligt met zijn huisjes en kerktoren geknield tussen de uitgestrekte velden. Alles trilt in van het heftige licht verzadigde aardekleuren. Cézanne, denk ik ongearticuleerd.

„De telegraafdraden waren een welkome afwisseling” declameert man plotseling. Ik heb geen idee wat hij wil zeggen. Maar het klinkt prachtig, en raadsels zijn er om vanaf te blijven.

Informatie, routekaartje, gps-punten en foto's op www.nrc.nl/wandel