Er zijn wel dieren die liften

Wat maakt de mens uniek? In de zomer van het Darwinjaar zoekt de redactie wetenschap- pen naar antwoorden. Deze week: openbaar vervoer.

Dam, Frank

Veel dieren zijn bijzonder reislustig. Trekvogels vliegen in voor- en najaar zomaar een deel van de aardbol over. Vissen en walvissen zwemmen die afstanden. Op kleinere schaal trekken apengroepen door het woud op zoek naar voedsel. Kauwen uit het hele dorp verzamelen zich ‘s avonds om naar een gezamenlijke slaapplaats te vliegen. Spreeuwen doen dat in de nazomer ook, in enorme vogelwolken. Mieren lopen dagelijks hun door feromonen bewegwijzerde routes op weg naar voedselbronnen. Bladsnijdermieren sjouwen zelfs dag in dag uit stukjes blad naar hun schimmelcultures om die in leven te houden.

Dat woon-werkverkeer, die hongertochten, de seizoensmigratie, alle dieren doen dat op eigen kracht. Alleen de mens heeft openbaar vervoer.

Natuurlijk. Er zijn wel dieren die liften. Er is het voorbeeld van een kleine waterslakjessoort die op de Solomons-eilanden vanuit zee zes kilometer een rivier op moet trekken om zijn voedselrijke voortplantingsgebied te bereiken. Op eigen kracht en in eigen tempo zou het diertje er anderhalf jaar over doen. Nu klampen ze zich – met hun huisje – vast op het slakkenhuis van een andere, grotere waterslaksoort die dezelfde reis onderneemt. Die legt hetzelfde traject af in drie maanden.

Maar is liften openbaar vervoer?

En natuurlijk, er zijn ook dieren die als verstekeling grote afstanden afleggen. Zo heeft de rat zich over de wereld verspreid. En in Hoek van Holland leeft een kleine groep huiskraaien. Dat is een kraaiensoort uit Zuid-Azië. Soms zat er een op een schip dat van wal stak, onderweg kreeg het dier te eten van de bemanning. Uiteindelijk vestigden deze zwarte verstekelingen zich in veel verre havensteden.

Zo vergaat het meer vogels. In Antwerpen arriveerde in 2006 een autoschip uit Zuid-Korea met een hop aan boord. De vrolijk gekuifde vogel, die op het Franse platteland nog wel broedt, was bij een tussenstop in Syrië aan boord gegaan. Rond Amsterdam – momenteel in Zaandam – leeft al ruim een jaar een groene reiger. Dat is een Amerikaanse reigersoort en ook dat dier is waarschijnlijk per schip gearriveerd.

Toch is het onwaarschijnlijk dat die dieren zich met opzet hebben ingescheept. Dat is wat menselijke verstekelingen doen. En verstekelingetje spelen is eerder verborgen vervoer dan openbaar vervoer.

Nee, alleen de mens kent het openbaar vervoer. En pas sinds kort. De uitvinding van het wiel, nu 5500 jaar geleden, heeft niet meteen tot openbaar vervoer geleid.

Misschien dat 3500 jaar later de Romeinen in sommige van hun gebieden echt openbaar vervoer (cursus publicus) hadden. Maar vermoedelijk was dat georganiseerd vervoer, uitsluitend voor de elite en door de gemeenschap bekostigd. Eerdere culturen kenden georganiseerd goederentransport, zoals van de graanoogst naar opslagplaatsen.

Het dichtbevolkte Nederland was een van de eerste plaatsen waar de mens openbaar vervoer organiseerde. Wielen waren daar niet voor nodig. Het waren beurtschepen en trekschuiten die vanaf 1600 op vaste tijden vertrokken. De ondernemers hadden een vergunning van de overheid, waardoor ze het alleenrecht op een traject hadden. De schippers moesten iedereen meenemen die betaalde en zich gedroeg.

Later werden wegen en spoorlijnen aangelegd. Tenslotte kwam de luchtvaart. Cruciaal aan al die diensten is de dienstregeling. Iedereen kan weten wanneer hij aan de gate, op de kade of op het perron moet staan.

Inmiddels vliegen mensen de halve aardbol over. Waarom zijn die miljoenen vogels die uit levensnoodzaak op de waddenkust van Mauretanië overwinteren en in Siberië hun jongen grootbrengen er nog niet in geslaagd om openbaar vervoer te organiseren? Nu moeten ze onderweg een paar weken fourageren in de Waddenzee om weer voldoende brandstof (lichaamsvet) te verzamelen voor het tweede traject. En als de mosselsvissers dan net langs zijn geweest, leidt dat onherroepelijk tot de dood.

Natuurlijk, niet iedere mens gebruikt het openbaar vervoer. Sommigen weigeren een voet aan boord van trein of vliegtuig te zetten. Sommige mensen verplaatsen zich per auto. En zuchten in de file.

Ook daarin zijn mensen uniek, want andere dieren hebben het fileprobleem al lang opgelost. Zij verplaatsen zich graag in files, maar uitsluitend in soepel bewegende files. In zwermen, scholen en kuddes.