Een gevaar voor de blaar

Fotograaf Martin Waalboer bracht vorig jaar deelnemers aan de Nijmeegse Vierdaagse in beeld: hun hoofd, hun voeten, vóór en na het grootste wandelevenement ter wereld. Komende dinsdag , 21 juli, gaan opnieuw 45.000 wandelaars op pad.

Nadia van Hal (11), liep vorig jaar 4 × 30 km. 4 Daagse Nijmegen 2008. Nadia van Hal, 11 jaar, een van de jongste deelnemers, 4x30km Waalboer, Martin

Je staat er versteld van wat een mens allemaal kan oplopen tijdens zo’n Nijmeegse Wandelvierdaagse. Een ontstoken achillespees, een scheurtje in een spier, een scheenbeenvliesont- steking, gescheurde teennagels, een gebroken sleutelbeen. En dan laat ze de warmteletsels en de koudeletsels nog buiten beschouwing. Ze zou „bijna het hele EHBO-boekje kunnen oplezen”. Alie Vink (51) uit Vlaardingen. Al ruim 30 jaar lid van een wandelvereniging. Al ruim 25 jaar vrijwilliger bij het Rode Kruis, onder meer als instructeur Eerste Hulp bij Wandelletsel. Volgende week loopt ze haar 25ste Vierdaagse.

De meest voorkomende klacht is zonder twijfel de blaar. Hoeveel blaren heeft Alie Vink in haar leven al doorgeprikt? Het moeten er duizenden zijn.

Er wordt vaak wat lacherig gedaan over de blaar, zo’n onbenullige ophoping van vocht in een holte onder de opperhuid. Maar een blaar doet pijn bij elke stap. En loop je ermee door of wordt de blaar verkeerd behandeld, dan neemt de schade alleen maar toe. Je riskeert een open blaar, infectie, een bloedblaar van voren naar achteren over je hele voet. De finish haal je niet.

Alie Vink zou het de deelnemers aan de Vierdaagse wel in de oren willen toeteren: laat je alleen behandelen door Defensie of het Rode Kruis. Er lopen zoveel beunhazen, zoveel charlatans rond, zo veel goed willende amateurs die geen idee hebben hoe ze een blaar vakkundig moeten behandelen. Ze richten ravages aan. Ze zijn een gevaar voor de blaar.

Dan zit er zo’n clubje in het weiland dat zich aanbiedt als hulppost. Achter een bord met opschrift: ‘Blaren voor Afrika’. Alie Vink kan zich er rot aan ergeren. Dan moet je voor het doorprikken van je blaar ook nog betalen. En ze hebben alleen maar een tuinstoel waarop je kunt zitten. „Dat is niet professioneel.” Een wandelaar met een blaar op zijn hiel moet kunnen liggen op zijn buik.

Wat heb je voor de ideale behandeling verder nodig, behalve een bed of brancard? Alie somt op. Handschoenen natuurlijk. Kamferspiritus, om de voet schoon te maken, zodat de blaar beter zichtbaar is. Een steriele blarenprikker die eenmalig wordt gebruikt. Een naaldencontainer om gebruikte prikkers veilig op te bergen. Een gaasje, om de blaar mee leeg te drukken. Betadine, om de blaar te ontsmetten. En sterilon, voor de mensen die allergisch zijn voor jodium. Verder een wattenstokje, om mee te joderen. En verschillende diktes leukoplast. „Om de blaar op de juiste wijze af te plakken.” Dat luistert heel nauw. Alie kan er niet genoeg de nadruk op leggen. Weten hoe het moet, is niet voldoende. „Je moet de praktische vaardigheid hebben.” Je moet het heel veel doen en blijven doen. Dat geldt ook voor het aanbrengen van de ‘second skin’ bij open blaren. Als het goed gebeurt, heeft de wandelaar nergens last meer van.

Als het slecht gebeurt, wendt de wandelaar zich vaak alsnog tot het Rode Kruis. Dan mogen de vrijwilligers daar de onoordeelkundig aangebrachte pleisters van de voeten pulken en opnieuw beginnen. Soms is er geen redden meer aan.

Alie heeft al heel wat staaltjes van ondeskundige behandeling gezien. Gebruiken ze een gewone pleister: hansaplast. Dat gaat natuurlijk schuiven. Gebruiken ze een gaasje. Dat gaat ook schuiven. Heb je zo een nieuwe blaar.

En dan is het kennelijk mode om sporttape te gebruiken. Dat is zo stug. Daar leg je hele spiergroepen mee vast, waardoor de voet zich niet meer goed kan afwikkelen. De voet heeft ook geen ruimte meer om uit te zetten. Zeker als de tape ook nog eens is rond geplakt. Dat is trouwens een fout die veel voorkomt: er wordt te ver door geplakt.

Driftig met haar hoofd schuddend bekijkt Alie de foto’s die Martin Waalboer vorig jaar tijdens de Vierdaagse heeft gemaakt. Het zijn vierluiken. Eén foto toont het gezicht van een deelnemer voor de start, een andere na de finish. Eén foto laat de voeten vóór de eerste wandeldag zien, een andere aan het eind van de vierde.

Alie verbaast zich nog het meest over de foto’s van een politievrouw met rode, opgezwollen voeten. Met sporttape behandeld. De tape is in de rondte geplakt. „Alsof je elastiek om je vinger windt”, zegt ze. „Zo sluit je de bloedtoevoer af.”

Zou de organisatie van de Vierdaagse alleen blarenprikkers van het Rode Kruis en Defensie moeten laten prikken? Alie aarzelt. Aan de ene kant wel. Ter bescherming van de deelnemers. Aan de andere kant niet. Rode Kruis en Defensie hebben simpelweg niet genoeg vrijwilligers om alle blaren te behandelen. De wachttijden bij hulpposten lopen algauw op tot één à anderhalf uur. Veel groepen hebben hun eigen verzorgers bij zich. Veel mensen prikken liever zelf.

Alie wil niet de indruk wekken dat ze de wijsheid in pacht heeft. Een ondeskundige behandeling herkent ze op afstand. Daar heeft ze een zesde zintuig voor. Maar er zijn meerdere goede behandelingen mogelijk die allemaal hun eigen voordeel hebben. Zo zweren ze in Friesland bij vette watten tussen de tenen door gevlochten. En bij de Kennedymars in Brabant gebruiken ze alleen de smalle leukoplast. Dat vindt Alie Vink juist het mooie van blarenbehandeling. „Er leiden meer wegen naar Rome. De methodes blijven zich ontwikkelen.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Vierdaagse

Bij de foto van Hans van Dinter bij het artikel Een gevaar voor de blaar (NRC Weekblad, 18 juli) over de Vierdaagse van Nijmegen stond dat Van Dinter vorig jaar 4 x 30 km (zonder bepakking) liep. Dat was 4 x 40 km.

    • Dick Wittenberg