De stelling van Andries Korebrits: er bestaat geen ritalin tegen plegen geweld

Minister Rouvoet wil probleemjeugd weer opsluiten in jeugdgevangenissen. Kunnen ze niet beter therapeutisch geholpen worden, vraagt Laura Starink aan Andries Korebrits. Maar volgens Korebrits is er een grote groep jongeren niet meer te helpen met dagbehandeling.

Korebrits in justitiële jeugdinstelling Het Keerpunt, een voormalig klooster, in Cadier en Keer. Foto’s Chris Keulen Netherlands, Cadier en Keer, 15.07.2009 Handen van Professor Andries Korebrits, hoogleraar en verbonden aan de Justitiele Jeugdzorginstelling het Keerpunt in het Limburgse Cadier en Keer, nabij Maastricht, waar maximaal 88 jongeren tussen 12 en 18 jaar verblijven met een strafrechterlijke titel. De opvang werd in 1984 geopend en is in een voormalig klooster. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Er gaan steeds meer stemmen op om kinderen beneden de 12 jaar eerder te screenen op afwijkend gedrag. Onder het motto: voorkomen is beter dan genezen. Waarom bent u daar sceptisch over?

„Omdat we nog maar heel weinig weten over de oorzaken van en behandelmethoden voor jeugdcriminaliteit. Kinderen beneden de 12 jaar, 12-minners, zijn niet strafbaar en komen dus ook niet in de statistieken voor. Op grond waarvan ga je die kinderen dan selecteren?

„Ik vind het niet verkeerd om vroeg vragen te gaan stellen, maar de meetinstrumenten die we hebben, zijn nog erg grof. Een gedragsstoornis kun je slechts vaststellen op basis van de voorgeschiedenis van een kind en daar heb je vaak geen betrouwbare getuigen voor. Die diagnose is niet zo makkelijk te stellen. Maar zelfs van kinderen met een gedragsstoornis komt maar eenderde in aanraking met de politie. Je hebt kinderen die tussen hun zesde en tiende jaar extreem agressief zijn. Met tweederde van hen gaat het later prima. Waarom moet je die gaan stigmatiseren?”

Maar hulpverleners en beleidsmakers maken zich zorgen over de toename van agressief gedrag op jonge leeftijd. Dan moet je toch wel vroeger gaan ingrijpen?

„Klinkt logisch, maar je moet wel weten waar je het over hebt. Agressie zit in onze genen, want die heb je nodig om te overleven. Maar we hebben dat agressie-gen nog niet kunnen lokaliseren. Ons DNA is hopeloos ingewikkeld. Wat we weten is dat bepaalde genmutaties bij dieren en mensen agressie opwekken. Agressiviteit is een symptoom, geen ziekte. In Nederland worden veel pillen voorgeschreven om agressie te onderdrukken, maar er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat dat helpt.”

Nu de criminoloog Buikhuizen is gerehabiliteerd, mogen we weer zeggen dat agressie ook een biologische component heeft. Is die dan wel te definiëren?

„Wat we weten is dat de een bevattelijker is voor agressie dan de ander. Je kunt er extra erfelijk mee belast zijn. Ben je vatbaar voor agressie, dan heb je gewoon pech. Dan ga je sneller over de schreef. Ben je dat niet, dan blijf je overeind. Hoe dat komt, weten we niet precies. Er is zeker geen effectieve DNA-therapie. Het agressie-gen wordt geactiveerd door de omgeving. Omgevingsfactoren die daarbij een rol spelen zijn lage sociale klasse, traumatische ervaringen, gebruik van alcohol en drugs. Dat zie je terug bij alle jeugddelinquenten.”

90 procent van de jeugddelinquenten heeft een psychiatrische stoornis. Die moeten dan toch behandeld worden en niet opgesloten? En waarom wil minister Rouvoet van Jeugd en Gezin probleemjongeren blijven opsluiten in jeugdgevangenissen? Die hebben daar toch niks te zoeken?

„Minister Rouvoet wordt keihard ingehaald door de realiteit. Er is gewoon een grote groep probleemjongeren die door dagbehandeling niet meer te helpen is en dus opgesloten moet worden. Opsluiten alleen is geen oplossing, maar een gedwongen behandelsetting kan noodzakelijk zijn om greep te krijgen op kinderen.”

Er zijn therapeuten en psychiaters die veel meer verwachten van dagbehandeling of gezinstherapie dan van opsluiten.

„Ik ben die positieve verhalen een beetje beu. Het is gevaarlijk om net te doen of de oplossing in zicht is. Het effect van al die therapieën is moeilijk vast te stellen. Een gedragsstoornis is een heel slecht omschreven ziekte. Er zijn zelfs onderzoekers die de term willen afschaffen, omdat er geen goede definitie van te geven is. Officieel is het de benaming voor storend gedrag dat niet past bij een bepaalde leeftijd of ontwikkelingsniveau.

„30 procent van de gedragsstoornissen heeft een negatieve, agressieve connotatie. Dan spreken we over delicten met geweld, bedreiging of vernieling. Niemand weet eigenlijk hoe je een gedragsstoornis moet behandelen. Er bestaat geen ritalin tegen liegen, tegen stelen of tegen geweldpleging. Daarom deel ik dat optimisme bij sommige kinderpsychiaters en therapeuten over de effectiviteit van dagbehandeling ook niet.”

Veel jeugddelinquenten hebben daarnaast ADHD of vormen van autisme. Die zijn toch wel behandelbaar?

„ADHD en autisme zijn geen gedragsstoornissen, maar goed herkenbare ziektebeelden. Of iemand ADHD heeft of autisme kun je snel vaststellen. Maar 70 procent van de mensen met ADHD heeft ook gedragsproblemen. En ADHD’ers lopen een verhoogd risico op crimineel gedrag en verslaving, net zoals ze vaak hun opleiding niet afmaken en geen baan hebben. ADHD’ers die niet behandeld zijn, komen als volwassenen vaker met politie en justitie in aanraking dan anderen. ADHD is goed behandelbaar, een gedragsstoornis nog niet. En met de combinatie van ADHD en gedragsstoornis weten we nog helemaal geen raad.”

Volgens de Gezondheidsraad heeft maar liefst 1 procent van alle kinderen een stoornis in het ‘autistisch spectrum’. Zijn ADHD en autisme geen modeziektes?

„Nee. Het aantal kinderen dat eraan lijdt wordt eerder onderschat. Het duurt nog steeds minstens twee à drie jaar voor de diagnose wordt gesteld en de behandeling kan beginnen. Sterker nog: door onze manier van leven worden de symptomen alleen maar ernstiger. Er zijn te veel prikkels en verleidingen, te veel consumptie en de invloed van de media is groot. De eisen aan jongeren worden steeds hoger. Daar kunnen ze niet aan voldoen en daardoor verliezen ze het overzicht. In de grote steden derailleren die kinderen.”

Maar kinderen onder de 12 kun je toch geen criminelen noemen?

„Crimineel is geen psychiatrisch begrip, het is een maatschappelijk oordeel. Maar een kind onder de 12 dat delicten pleegt, heeft zo goed als zeker een gedragsstoornis. En dan doel ik niet op fikkie stoken of graffiti spuiten, maar op diefstal met bedreiging of seksuele delicten.”

Dus je kunt bij kinderen al op jonge leeftijd zien dat ze gewetenloos zijn?

„Ook geweten is geen psychiatrische term. Maar je kunt wel stellen dat bij deze kinderen de gewetensontwikkeling lacunes vertoont. Ze kunnen bijvoorbeeld rücksichtslos een ander kind kwaad berokkenen. Dit zijn psychopate kinderen die biologisch anders in elkaar zitten. Ze reageren anders op stress. Ze hebben een andere hartfrequentie, een andere cortisolhuishouding. Dat kun je vaststellen. Maar dat is maar maximaal 5 à 10 procent van de jeugddelinquenten. Dus moet er ook nog iets anders zijn. Van die overige 90 procent weten we alleen dat ze een gedragsstoornis hebben, maar die kunnen we niet meten.

„We zijn pas een half jaar geleden begonnen ze uitgebreid, ook biologisch, te testen. Voor ons onderzoek is structureel te weinig geld. Let wel: er gaat 3 tot 4 miljard euro per jaar naar therapeutische behandelingen, waarvan minder dan 10 procent bewezen effectief is. Ik zeg: besteed daarvan nu eens 3 procent aan wetenschappelijk onderzoek, maar dat gebeurt niet. Justitie heeft veel te weinig ambitie. Zij richt zich maar op één ding: de recidivecijfers moeten omlaag.”

Neemt het aantal psychiatrische stoornissen toe?

„Er zijn geen cijfers die dat aantonen. De Justitiële Jeugdinrichtingen zijn natuurlijk wel het afvoerputje van de maatschappij. Daar zitten de zware gevallen, die de maatschappij niet meer wil hebben. Dat ze daar zitten is niet goed. Maar ik word obstinaat van mensen die denken dat dagbehandeling de oplossing is. De jongens die bij mij in de inrichting zitten kun je niet ’s avonds naar huis sturen. Die komen de volgende dag echt niet terug. Er zal altijd een groep zijn die niet op eigen benen kan staan, die meteen weer de verkeerde vrienden heeft.”

Kan wezen, maar 60 procent van de jeugddelinquenten vervalt in herhaling. De gevangenis is ook geen succesverhaal.

„Het is niet de inrichting die die jongens zo gemaakt heeft. Een justitiële inrichting biedt een veilig klimaat met veel regels, structuur en opvoeding. Vanaf 1 januari 2010 wordt in alle 16 Nederlandse jeugdinrichtingen het opvoedingsprogramma Youturn ingevoerd. De kwaliteit van de behandeling wordt beter. Maar dat gaat wel tijd kosten.”

Politici en beleidsmakers moeten de veiligheid in de samenleving garanderen. Die kunnen toch niet wachten op wetenschappelijke doorbraken?

„Dat mag zo zijn, maar ze roepen wel heel gauw hosanna. Psychiatrie is een subjectief vak. Je kunt geen foto van de geest maken. Een psychiatrische diagnose is een construct.

„ Daar komt nog bij dat je te maken hebt met enorme culturele verschillen en verschillen in opvoeding. Daar moet je allemaal rekening mee houden. Voor Drentse boerenjongens heb je misschien wel een heel andere aanpak nodig dan voor randstedelijke Marokkaanse probleemjongeren. Met andere woorden: bestaat er een effectieve behandelmethode voor jeugddelinquentie? Het antwoord is nee.”

    • Laura Starink