De muggen zijn een cadeau

Deze zomer bespreekt een panel van Dr. Zeepaard elke week een vraag. Vandaag: zou het erg zijn als muggen uitsterven?

Het is een benauwde dag. De ramen van het lokaal in de Maas en Waalschool in Amsterdam staan open. Buiten vallen nu en dan druppels. Binnen hebben Wisse, Lucie, Valerie en Julian het over een andere kwestie. Zou het erg zijn als de muggen uitsterven?

“Helemaal niet”, zegt Lucie. “Ik haat die beesten want ze prikken me steeds.” “Mij maakt het niet uit”, zegt Julian, “want ik word nooit gestoken. ”

Wisse aarzelt: “Het zou wel fijn zijn, want ik word veel gepakt, maar muggen horen bij de aarde. Ze zijn een algemene soort. Dus ik zou het wel erg vinden. Muggen bestonden al voordat er dinosauriërs waren.” “Dat is zo”, zegt Julian vrolijk. “Muggen zijn een cadeau van moeder aarde.”

Als de ijsberen uitsterven – zou dat erger zijn? “Ja”, zegt Julian, “Dat zijn zulke mooie dieren.” “En ik zou me schuldig voelen”, zegt Wisse, “want het komt door mensen dat de ijsberen uitsterven. Doordat het ijs op de pool smelt, door klimaatverandering en door de jacht.” “IJsberen zijn ook veel groter dan muggen. Ze zijn groots”, zegt Lucie. Maar dat telt niet, vinden Wisse en Valerie, want groot of klein, het zijn allebei soorten. “En als de muggen uitsterven komt dat ook door de mens”, zegt Valerie nog.

Mensen richten veel schade aan, vinden ze alle vier. “Weet je wat mij een goed plan lijkt”, zegt Julian. “Dat je wel belasting moet betalen, maar dat al dat geld naar natuurfondsen gaat. Want we hebben veel misdaan. We hebben veel goed te maken.”

“Nou”, vindt Valerie, “We hebben wel veel goed te maken, maar je kan niet zomaar mensen de schuld geven.” “Niet een mens”, zegt Julian. “maar de mens, de soort mens.” “Ja”, zegt Wisse, “Het is niet eerlijk: wij mensen zouden het ook niet fijn vinden als we zouden uitsterven.” Terwijl wij ook gewoon zoogdieren zijn, zegt Julian: “Alleen met meer intelligentie.”

Proberen ze er zelf iets aan te doen? Ze eten niet elke dag vlees, vertellen ze. “Maar ik kan niet helemaal zonder”, zegt Julian. En dat hoeft ook niet, vindt hij: “Dieren eten ook vlees. Waarom zouden wij dat dan niet mogen?” “Ja, maar dieren moeten dat doen om te overleven”, werpt Lucie tegen. “Wij kunnen ook een salade kopen.” Julian ziet een ander verschil. “Dieren vangen hun eten zelf. Wij hebben het in groten getale en als er te veel vlees is gooien we het weg. Dát is slecht.”

Zijn er andere dingen? Een boom terugplanten als je er eentje kapt, noemen ze. Maar Wisse zegt dat bomen zo langzaam groeien, dat je daarmee de dieren niet helpt die hun bos zijn kwijtgeraakt.

Het lijkt mij goed als er houtbakken komen naast de papierbakken, zegt Valerie. “Waar je oude tafels enzo in kan gooien, zodat anderen het hout weer kunnen gebruiken. En ik heb gehoord dat je papier kan maken van olifantenpoep. Als je dat doet, hoef je geen bomen te kappen voor papier.”

“Je moet zuinig zijn met papier”, zegt Julian. “En als ik later de staatsloterij win geef ik twee miljoen euro aan het Wereldnatuurfonds. Of één miljoen.” Valerie is het meest optimistisch: “Met spaarlampen en groene stroom kan het goed komen”.

Welk dier zouden ze echt nooit willen zien uitsterven? “Honden en katten”, zegt Julian. “Paarden”, zegt Lucie. “Wolven”, zegt Wisse. En Valerie? “De vogels in Amsterdam.”

    • Margriet van der Heijden