Cijfers geven geen stabiel beeld

Mogen we aan enkele goede halfjaarcijfers aflezen dat er sprake is van herstel, of is het schijn? Veel bedrijven erkennen dat hun positieve cijfers te danken zijn aan forse kostenbesparingen.

Toch nog winst. Gisteren kon beddenspecialist Beter Bed zijn beleggers de best mogelijke mededeling doen, die een bedrijf zich in deze crisis kan wensen. Een verwacht verlies in het tweede kwartaal blijft uit.

En sterker nog, consumenten in Nederland en Duitsland hebben weer iets meer zin in een nieuw bed. Het dieptepunt aan bezoeken aan de winkels van het bedrijf uit Uden lag in april, volgens topman Frans Geelen kwamen in mei en juni meer mensen langs.

Het halfjaarcijferseizoen is deze week losgebarsten. Niet alleen in Nederland, maar ook op de andere grote financiële markten. Nadat de beurzen in de afgelopen drie maanden gestaag waren opgekropen uit hun diepe dalen, zochten beleggers in de rapportages van bedrijven naar rechtvaardigingen voor hun opgeflakkerde optimisme. Winst- en verliescijfers vielen ze mee, de diepste dalen zijn verleden tijd verklaard. De cijfers van Beter Bed lijken exemplarisch.

Is dat optimisme terecht? Zelfs de bedrijven met relatief goede cijfers, gaven aan dat deze vooral te maken hebben met forse kostenbesparingen. Bij zichzelf. Of bij klanten die bijvoorbeeld bij IBM meer diensten afnamen om zelf op hun automatisering te besparen door meer te outsourcen. Donderdag verraste IBM zijn beleggers. De verkopen van zijn hardware vielen tegen. De inkomsten uit de dienstverlening waren onverwacht hoog. Net als de winst, dankzij een fors besparingsprogramma.

De cijfers van chipfabrikant Intel deden eerder in de week al hoop opleven. Het aantal bestellingen van de halfgeleiders nam toe. Maar dat had volgens het bedrijf niet te maken met een toenemende verkoop van computers. De klanten van Intel hadden zo ingeteerd op hun voorraden dat ze nu wel weer chips moesten bestellen. Eerder hadden grote producenten van pc’s als Dell en HP al aangegeven dat ze nog lang geen herstel van de aankopen zien. De consument doet nog even langer met zijn pc.

En dat is het verhaal voor alle producenten van consumentenspullen die deze week cijfers uitbrachten. Philips zag de meest forse omzetdalingen in zijn divisie consumentenelektronica. Niet alleen de verkoop van televisies nam af, ook de al jaren succesvolle verkoop van huishoudelijke apparaten als koffiezetters en keukenmachines en van scheerapparaten liepen een flinke klap op. Door de malaise in de bouw en de automobielindustrie presteerde ook de lichtdivisie slecht.

En zelfs de in theorie conjunctuurongevoelige medische divisie presteerde door bezuinigingen bij ziekenhuizen ondermaats. Toch vielen de cijfers mee, ondanks dalende omzetten maakte Philips geen verlies, zoals analisten hadden verwacht, maar een winst van 132 miljoen euro. Philips heeft zeer effectief in zijn kosten gesneden en gaat daar nog even mee door.

Zo blinken de bedrijven met meevallende winstdalingen uit. Door vroegtijdig te zijn gaan snijden en te anticiperen op de zo onverwachts uitgebroken crisis. Want van de verkopen moeten ze het niet hebben. Mobieltjesproducenten lijden pijn. Nokia zag zijn omzet met 66 procent dalen, Sony Ericsson leed zijn vierde kwartaalverlies op rij. Ze hebben de slag in de mobiele markt even gemist, doordat ze te laat waren met smartphones. De verkoop van de gewone mobieltjes zijn ingestort.

Zijn er tekenen van hoop? Wel in de opkomende markten, China groeit weer als vanouds en de consument weet er de winkels weer te vinden. Een enkeling denkt dat ook de westerse consument zijn voorzichtigheid zal laten varen. Maar de werkloosheid moet in veel landen nog hard toeslaan, het aantal ontslagen heeft nog lang niet de prognoses gehaald van de economische voorspellers. Dat maant tot voorzichtigheid. Supermarkt- en groothandelsconcern Sligro vreest een verslechtering van de markt in de tweede helft van het jaar.

Zo levert de eerste week van halfjaarcijfers een weinig stabiel beeld. Dat maakte de cijfers van General Electric gisteren nog eens duidelijk. Het conglomeraat geldt met zijn waaier aan activiteiten als barometer van de Amerikaanse economie. GE zag zijn winst met de helft afnemen ten opzichte van het tweede kwartaal vorig jaar.

Zijn financiële dochter GE Capital, dat breed geld uitleent aan consumenten voor bijvoorbeeld creditcard maar ook aan projectontwikkelaars voor commercieel vastgoed, zag zijn winst met 80 procent kelderen. De industriële activiteiten, waar de productie van vliegtuigmotoren, treinstellen, verlichting, medische apparatuur en huishoudelijke apparaten onder vallen, zag de winst dalen met 20 procent. Media- en entertainmentdochter NBC Universal had last van dalende advertentie-inkomsten en zag de winst met 41 procent inzakken.

Alleen de dochter die infrastructurele voorzieningen, zoals windmolens en pijplijnen bouwt, maakte méér winst, maar dat is niet zo raar omdat overheden in de hele wereld de economie juist met investeringen in de infrastructuur probeert te stimuleren. GE zelf zei echter de winststijging te danken te hebben aan hogere prijzen en lagere kosten.

Daar scoor je nu mee. Dit is de zomer van de snijders.