Column

Afstand

Zit in een Frans badplaatsje en heb deze week pas één ander Nederlands nummerbord gezien. Daar word ik vrij en vrolijk van. Het nieuws volg ik via mijn laptop in het plaatselijke café waar ze wifi hebben. Onder het toeziend oog van drie notoire alcoholisten, die mij onophoudelijk gadeslaan, volg ik de nerveuze Balkenende op bezoek bij Obama („U bent in het echt nog veel zwarter dan op de foto!”), het aangenaaide oor van Albert Verlinde („Het maakt mij niet uit hoe ik aan nieuws kom, als ik het eenmaal heb zend ik het uit!”) en de onovertroffen palingzeperd van de familie Smit.

Begrijp dat Jan Peter aan de president allerlei zenuwtoezeggingen heeft gedaan en dat de foto van hem en Barack al in een lijstje op het dressoir staat. In Capelle dan. Niet in het Witte Huis.

De prijsjesgeile Albert is boos en dat getuigt niet van veel humor. Hij zou hard moeten lachen om de tien kilo koekjes van eigen deeg die BNN hem heeft thuisbezorgd. Ieder commentaar is in dit geval overbodig en Sophie Hilbrand krijgt van mij een hele grote beker. Zonder microfoon erin.

Maar nu naar Volendam. Ik begrijp dat iedereen met vakantie is en dat er nog 1,3 miljoen Nederlanders binnen onze grenzen ronddolen. En die hebben allemaal gekeken naar het interview dat de fijnzinnige journalist Evert Santegoeds de vroeg dementerende moeder van Jan Smit afnam. Van mijn thuisgebleven vrienden begrijp ik dat het vooral qua Hollandse zuinigheid smullen was. En je kreeg een aardig beeld van het interieur van de stenen woonwagen van Jantje en zijn aantrekkelijke ex. Konijnenbontjes, tafellopers en zijden bloemen. Die kinderen moeten nog 25 worden en hadden die Blokkerrotzooi al in huis. Volgens mij moet je op die leeftijd geen huis, maar een kamer hebben. Wat zeg ik? Een hol vol lege flessen, te vaak gekeken dvd’s, een kapot gespeelde spelcomputer en stukgelezen boeken en onzinbladen. En de stand van een stevig partijtje kaarten hou je bij op een van de lege pizzadozen. De studentikoze geur van feest moet tot minimaal je dertigste in je huis hangen. Ik las nu iets over gastendoekjes. Tot mijn veertigste heb ik mijn handen afgedroogd aan mijn broek of overhemd. Toen ik hier in het Franse café over de inrichting van onze volkszanger las vroegen de alcoholisten aan de bar wat er zo hard te lachen viel. Ik kon het niet uitleggen.

Maar het leukste is natuurlijk die moeder van Jantje die klaagt over de door Yolanthe meegenomen aanrechtdoekjes en schoenpoetsdoosjes. Hollandse showbizz huiskamerbreed. Jantje heeft jarenlang veehallen vol verstandelijk minderbedeelden toegezongen en daar zijn zakken mee gevuld, maar echt rijk is hij dus niet geworden. Zijn moeder klaagt over meegenomen onderzettertjes en cocktailprikkertjes. Hoe arm kan je zijn? Daar kan geen tien miljoen tegenop. Wat zal die Yolanthe blij zijn dat ze uit dit verstikkende milieu weg is. Gevlucht in de armen van een topvoetballer, die zijn vrouw bij hun scheiding zes miljoen meegaf. Zoals het hoort op dat niveau. Wat zal dat meisje gelukkig zijn en vooral heel bevrijdend lachen. Een avond stappen met Ronaldo, Kaka en Raoul. Allemaal jongens zonder moeder en zeker zonder schoonmoeder. Dat is weer eens wat anders dan een nachtje doorzakken met Nick en Simon.

Toch is het wel mooi om op afstand naar je vaderland te kijken. Holland op zijn smalst. Onze premier zwaar aan de diarree bij een echte president, roddelprinsje Albert furieus over zijn eigen werkwijze en de rijkste Nederlandse zanger die moet uitleggen dat zijn ex de stofzuigerzakken meenam. Althans volgens zijn moeder. Ik voeg me voorlopig bij de alcoholisten hier aan de bar en in mijn beste Frans ga ik aan de dronkenlappen het verschil tussen Jan Peter en Sarkozy uitleggen. Bang dat iemand me vindt? Nee. Ik zei al: ik zag maar één ander Nederlands nummerbord en omdat we hier met twee auto’s zijn is die andere auto overigens ook nog van mij. Nou ja, tot de scheiding.