Zuivere plaatsing

Het Mariinski Ballet, afkomstig uit Sint-Petersburg, conserveert nog altijd het klassieke ballet in zijn zuiverste vorm. Toch voelen de dansers zich tegenwoordig een stuk vrijer. „Maar er moet wel discipline blijven.”

Grand jeté van Alina Somova in Don Quichotte door het Mariinski BalletFoto Natasja Razina Razina, Natasja

Onaantastbaar. Dat was de status van het Kirov Ballet tijdens de vorige eeuw. Op de hele wereld wist iedere balletliefhebber: in Leningrad, nota bene een van de belangrijkste steden van de communistische Sovjet-Unie, werd het klassieke ballet, erfenis van het verwerpelijke tsaristische regime, in zijn zuiverste vorm geconserveerd. Daar werd de ware academische techniek onderwezen, de lyrische balletstijl gekoesterd en het klassieke repertoire in zijn authentieke vorm bewaard. Voor balletgezelschappen over de hele wereld was het Kirov Ballet de maatstaf.

Vanaf woensdag is in Theater Carré te zien of het Mariinski Ballet – de groep treedt de laatste jaren weer op onder de uit het tsaristische tijdperk stammende naam – nog steeds kan bogen op die hoogverheven positie. Vanzelfsprekend en onbetwist is die niet meer, al oogsten dansers van het gezelschap uit Sint-Petersburg nog regelmatig successen.

Vorige maand nog behaalde rijzende ster Vladimir Sjkliarov de eerste plaats (gedeeld weliswaar) op de Internationale Ballet Competitie van Moskou. Dit jaar kon echter geen enkele mannelijke leerling van de Vaganova Academie aan de criteria van het Mariinski Ballet voldoen. De balletopleiding, vanouds leverancier van jong talent, moet voor het eerst sinds de oprichting in 1738 buiten de Petersburgse stadsgrenzen op zoek naar geschikte balletstudenten. De gezondheid van de jeugd uit de stad aan de Neva laat te wensen over, luidt de verklaring van artistiek leider Joeri Fatejev (44). Ook heeft het beroep van balletdanser sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie aan aanzien verloren. Desondanks durft Fatejev in zijn kantoor in het groene, in barokstijl opgetrokken theatergebouw wel een pittige stelling aan: „Wij zijn nog steeds nummer één.”

Fatejev is sinds vorig jaar

artistiek leider van het fameuze balletgezelschap, dat met vier avondvullende producties naar Amsterdam komt. Op het programma staan, behalve de balletkomedie Don Quichotte en Het Zwanenmeer, het ballet der balletten, twee producties die nooit eerder door het Mariinski Ballet in Nederland werden uitgevoerd: Romeo en Julia en The Sleeping Beauty.

Het klassieke repertoire is nog altijd het visitekaartje van het Mariinski Ballet. „Dat is waar men in het buitenland naar vraagt”, aldus Fatejev. Begrijpelijk, vindt hij, want Sint-Petersburg is de bakermat van het romantisch-klassieke ballet. De grote Russische dansers die in het Westen roem verwierven – Anna Pavlova, Vaslav Nijinski, Tamara Karsavina, Rudolf Noerejev, Natalja Makarova en Mikhail Baryshnikov – en ook choreografen als Michel Fokine en George Balanchine werden allen opgeleid aan de Keizerlijke Balletschool (de voorloper van de Vaganova Academie) van Sint-Petersburg. Op de lijsten die in het trappenhuis van de balletopleiding hangen, staan hun namen tussen die van honderden andere, vergeten dansers die de school gedurende bijna drie eeuwen bezochten.

Velen van hen traden op in balletten van danskunstenaars die in de negentiende eeuw uit het Westen naar de tsaristische theaters werden gehaald. De Fransman Marius Petipa introduceerde Franse verfijning en een ongekende choreografische inventiviteit in het Russische ballet. Zijn werken vormen tot op de dag van vandaag de ruggegraat van het Russische repertoire, met The Sleeping Beauty als het klassiekste der balletten.

Hoe belangrijk de traditie nog altijd is, zelfs in Sint-Petersburg heeft de tijd niet stilgestaan, zeker niet sinds het IJzeren Gordijn is opengegaan. Behalve het romantisch-klassieke repertoire danst het Mariinski Ballet werken van onder anderen George Balanchine, Jerome Robbins, William Forsythe en de jonge Rus Alexei Ratmansky. Ook Hans van Manen is geen onbekende bij het Mariinski.

„Wij hebben in twintig jaar een achterstand van negentig jaar moeten inhalen”, aldus Fatejev, die gepast trots is op het veelzijdige Mariinski-nieuwe-stijl. Hij signaleert nog een andere vernieuwing. Net als het politieke systeem is de mentaliteit in het moderne Rusland, en dus onder Russische dansers, veranderd. „Toen ik 27 jaar geleden bij het gezelschap kwam, was ik als de dood voor de balletmeester. Tegenwoordig voelen jongeren zich vrijer, zelfbewuster. Een goede zaak – dat maakt het werk alleen maar bevredigender. Maar er moet natuurlijk wel discipline blijven.”

De balans tussen een vrijere

benadering van het vak, meer mogelijkheden voor jonge dansers én de discipline die nodig is voor het behoud van de zuivere klassieke stijl is momenteel de grote uitdaging. Voorheen kwamen hoofdrollen in de grote avondvullende balletten pas binnen bereik na maanden van intensieve coaching, waarbij niet alleen de passen, maar ook de stand van hoofd, ogen, schouders, armen, pols en vingers tot in detail werden geperfectioneerd. Tegenwoordig worden jonge, talentvolle dansers veel sneller in het diepe gegooid. „We hebben in het algemeen minder repetitietijd dan vroeger”, verklaart Ljoebov Koenakova (57). Daarom maakt de ex-ballerina op haar vrije zondag tijd voor een van haar pupillen, de tweede soliste Jelena Jevsejeva. Ze blijkt een overweldigend sprankelende Kitri (uit Don Quichotte) te zijn. „Er zijn meer voorstellingen, meer tournees, meer concoursen, meer gala’s”, aldus Koenakova. „Dat trekt een enorme wissel op de dansers, die vaker geblesseerd raken. Maar je moet met de tijd mee – we reizen tenslotte ook niet meer per stoomboot. En er is natuurlijk concurrentie.”

Daarmee doelt ze niet alleen op de lokroep – financieel dan wel artistiek – van grote westerse gezelschappen, maar ook op de eeuwige wedijver met het Bolsjoi Ballet uit Moskou. Dat boekt de laatste jaren succes na succes met de smaakmakende balletten van Alexei Ratmansky en verbluffend virtuoze jonge dansers als Natalja Osipova en Ivan Vasiliev.

Vijf jaar geleden verruilde Svetlana Zakharova, de grote troef van het Mariinski, Sint-Petersburg voor Moskou, hongerend naar meer bewegingsvrijheid. „Bij het Mariinski wordt volgens de klassieke canon gewerkt, meer: het moet zo en niet anders”, licht Zakharova haar keuze toe in de documentaire Ballerina van Bertrand Norman (2008). Die manier van werken bevredigde haar niet langer: „Ik wéét dat ik sommige dingen beter kan, op een nieuwe manier.”

Net als de Franse Sylvie Guillem twintig jaar geleden danseressen wereldwijd voor een nieuwe uitdaging stelde, zo is Zakharova nu de te evenaren ballerina. Maar niet iedereen is in staat superieure technische beheersing te combineren met een eigenzinnige, maar stijlvolle rolinterpretatie. Dat blijkt tijdens een voorstelling van het romantische ballet Giselle. De jonge Alina Somova, met haar 23 lentes de jongste principal van het gezelschap, strekt in de tweede, ‘witte’ akte haar benen tot áchter haar oren – spectaculair, dat zeker, maar bepaald niet volgens de romantische canon en gewoon niet mooi. Op internetfora wordt zij door ballettomanen dan ook stevig gekapitteld om haar demonstratieve lenige trucs en ook sommige recensenten spreken hun afkeuring uit.

Maar, meent de platinablonde Somova, „we kunnen die balletten niet dansen zoals vroeger. Met lage benen kun je echt niet meer aankomen. Dat zou het publiek niet accepteren. Dansers moeten zich technisch blijven ontwikkelen.” Het antwoord op de vraag hoe dat te rijmen valt met een stijlzuivere uitvoering, moet ze schuldig blijven. „Ik benader Giselle zo academisch mogelijk, veel meer dan bijvoorbeeld Het Zwanenmeer of Don Quichotte. Daarin kun je meer van jezelf kwijt.”

„Ach, als je iets kunt, wil je dat laten zien”, zegt Koenakova vergoelijkend. Zij heeft begrip voor Somova – „een circusmeisje, ze lijkt wel van rubber!” – maar zet wel vraagtekens bij haar smaak. „Zulke hoge extensies en arabesken in Giselle, dat kan eigenlijk niet. Dat is zoiets als je benen in de lucht gooien op een begrafenis!” Somova’s coach had haar moeten intomen, vindt Koenakova. Maar ja, gebrek aan tijd...

Solisten krijgen nu gemiddeld een maand of twee, drie om zich voor te bereiden op een nieuwe rol. Hoe intensief er wordt gerepeteerd, hangt af van ervaring en persoonlijke voorkeur. Viktoria Teresjkina wil bijvoorbeeld niet te lang aan een specifieke rol werken, zegt Koenakova, die de 26-jarige ballerina onder haar hoede heeft. In juni ging Teresjkina als Julia het toneel op, na twintig repetities. Het werd een ontroerend, dramatisch overtuigend debuut in Leonid Lavrovski’s ballet uit 1940.

Oeljana Lopatkina

en Diana Visjneva, grootheden van de ‘oude’ (30+) garde, en de 25-jarige Jevgenia Obraztsova (première-Julia in Amsterdam) zijn juist verknocht aan het millimeterwerk in de studio. De ouder-kindrelatie die vroeger niet ongebruikelijk was tussen coach en danser – Rudolf Noerejev en Mikhail Baryshnikov werden door hun leermeester Alexander Poesjkin en zijn vrouw in huis genomen – komt echter nauwelijks nog voor.

De tijden zijn dus veranderd. Zoals de prachtige barokgevels van de straten in Sint-Petersburg tegenwoordig zijn ‘versierd’ met lichtreclames, banieren en andere westerse nieuwigheden, zo is ook het Mariinski Ballet niet ongevoelig gebleken voor invloeden van buitenaf. Fatejev ontkent het niet, maar nuanceert wel: „Er is hier altijd een zekere vrijheid van interpretatie geweest. Kijk naar de jaren vijftig: Galina Oelanova en Natalja Doedinskaja waren totaal verschillende danseressen.”

Hij relativeert ook de huidige neiging tot epateren met virtuositeit en persoonlijke expressie. „Nu zijn hoge benen in, al geloof ik dat de trend in het Westen al weer over zijn hoogtepunt is. Maar wat de mode ook is, wij raken onze stijl nooit kwijt: zuivere plaatsing, vloeiende lijnen, optimale coördinatie en elegante armvoering. Een vrouwelijke stijl, zou je kunnen zeggen. De Bolsjoi-stijl is atletischer, explosiever en emotioneler. Ook leuk, maar wíj blijven in positie als we emoties uitdrukken.”

Mariinski Ballet: Romeo en Julia, Het Zwanenmeer, Sleeping Beauty, Don Quichotte. Carré, Amsterdam, 22 juli t/m 1 aug. Inl: 0900-2525255, www.theatercarre.nl, www.mariinsky.ru/en/