Vakantie met de gebroeders Lumière

Lyon? O ja, zeggen vrienden, kennissen en collega’s als ze horen waar ik een deel van mijn vakantie heb doorgebracht – daar rij je vaak langs op weg naar het Zuiden. Maar niemand blijkt er ooit een stop te hebben gemaakt. Terwijl het toch zo’n makkelijk bereikbare bestemming is: twee uur per tgv vanaf Parijs. Het zal wel komen omdat Lyon geen wereldberoemde bezienswaardigheden heeft. Hooguit een culinaire klank, maar geen toeristische attracties die iedereen gezien moet hebben.

Dat heeft natuurlijk een groot voordeel. Wie in Lyon is, voelt geen enkele druk om binnen zijn beperkte tijd alles af te werken wat in de reisgidsen als verplichte kost wordt vermeld. Volstrekt ontspannen gaat hij bekijken wat hem nieuwsgierig maakt.

Zoals, in mijn geval, het Musée Lumière. Een grote, negentiende-eeuwse villa, in een ietwat sjofel ogende arbeidersbuurt. Hier woonden de gebroeders Auguste en Louis Lumière met hun gezinnen, naast de intussen grotendeels verdwenen fabriekshallen waarin hun bedrijf voor fotografische apparatuur was gevestigd. De stijlkamers vertellen nu het verhaal over de oertijd van de film, eind negentiende eeuw, toen de firma Lumière wereldberoemd werd met het vastleggen en vertonen van bewegende beelden.

Of de gebroeders de uitvinders van de film waren, is discutabel. Ze waren destijds niet de enigen die aan de ontwikkeling van het nieuwe medium werkten. Maar dat hun pioniersrol belangrijk is geweest, staat vast. Ze maakten filmpjes die nog altijd als iconen uit die oertijd gelden (arbeiders verlaten fabriek, trein komt station binnen) en brachten een doorbraak teweeg in de projectie.

Dat alles is in het museum te zien aan de hand van tientallen prachtige apparaten en heel veel filmprojectie. Wat echter ontbreekt, is een antwoord op de vraag waarom het bedrijf van de Lumières niet meer bestaat. De firma Pathé, in dezelfde tijd begonnen, is tot op de dag van vandaag een machtig film- en bioscoopconcern. Lumière niet.

Geen betere tijd dan de vakantie om zelf te proberen een verklaring te verzinnen. Het kwam er eigenlijk op neer, bedacht ik, dat de gebroeders Lumière nooit op het idee zijn gekomen om de film te gebruiken voor het vertellen van een verhaal. Bijna al hun filmpjes, die nooit langer dan 50 seconden duurden, laten anonieme mensen zien die zich niet anders bewegen dan ze in hun dagelijks leven deden. Pathé verfilmde al in het prille begin van de twintigste eeuw hele toneelstukken, met acteurs van de Comédie Française. Lumière niet.

Thuis was een simpele zoekvraag op Google al genoeg om te ontdekken dat mijn theorietje allerminst origineel was. Auguste en Louis zagen, toen het nieuwtje van die bewegende beelden er na een paar jaar af was, geen verdere toekomst in de film. Daarna wierpen ze zich op de ontwikkeling van de kleurenfotografie, waarin ze het uiteindelijk moesten afleggen tegen concurrerende bedrijven.

Maar dit terzijde. Over een paar weken laten we ons weer – met graagte – leiden door de culturele agenda. En wat we willen weten, zoeken we dan weer meteen op. Maar nu nog even niet. Nu kuieren we zelf nog wat rond.