TREINTUNNEL

Illustratie Sieb Posthuma Tekening van een hond als brug met trein op rails. Posthuma, Sieb

‘Bij mijn oma op zolder staat iets heel bijzonders!” zegt Rintje.

„Komen jullie kijken?”

„Zeker stoffige oude rommel”, zegt Henriette. „Zoals op alle zolders.”

„Niet zo onaardig”, zegt Tobias. „Ik ben wel benieuwd wat er te zien is!”

Met z’n drieën gaan ze op weg naar de oma van Rintje.

Van haar krijgen ze eerst allerlei lekkers. „Wat gezellig dat jullie zomaar langskomen!” zegt oma.

„Nou”, zegt Henriette. „We komen niet zomaar. Rintje gaat ons iets laten zien wat hier op zolder staat.”

„O”, zegt oma. „je gaat zeker...” Maar voordat ze haar zin kan afmaken legt Rintje zijn pootje op haar mond.

„Het moet een verrassing zijn”, zegt hij. „Ze mogen het nu nog niet weten!”

Nadat ze bijna alle koekjes hebben opgegeten gaan ze naar boven.

Een paar trappen moeten ze op, en de laatste trap is heel steil. Als Rintje bovenaan staat moet hij een luik openduwen.

Op zolder is het heel erg donker. Het duurt een tijdje voor hun ogen eraan gewend zijn en ze weer wat kunnen zien.

„Ik zei het al”, zegt Henriette, „allemaal stoffige oude rommel!”

Maar dan schuift Rintje een gordijn opzij en komt er een raam tevoorschijn. Opeens is de zolder helemaal licht.

„Kom maar eens mee”, zegt Rintje. In de hoek ligt een groot fluwelen kleed, dat hij met één ruk wegtrekt.

„OOOOOOO!” roepen Tobias en Henriette. „Een spoorbaan! Met een echte trein! Wat mooi! Kan hij ook rijden?”

Rintje loopt naar een doosje met allerlei knoppen. Hij drukt erop en er gaat een trein rijden.

De trein rijdt een rondje en als Rintje op een ander knopje drukt, kan de trein ook nog een andere route rijden.

„Heel mooi”, zegt Henriette, „maar ik mis wel wat. Spoorbanen hebben vaak ook huisjes en bomen en bergen!”

„Die komen nog wel een keer”, zegt Rintje.

„We kunnen beginnen met een spoorbrug”, zegt Tobias. Hij loopt naar de rails van de spoorbaan en gaat er over heen staan. „Zo”, zegt hij. „Nu ben ik de spoorbrug! Laat de trein maar komen!”

Rintje drukt op de knop en de trein rijdt onder Tobias’ buik door.

„TOEEEEEET!” gilt Henriette heel hard iedere keer als hij onder Tobias’ buik door rijdt.

Tobias heeft er plezier in, maar na een tijdje wordt hij moe en gaat hij liggen.

„Het treinverkeer ligt stil”, lachen Rintje en Henriette. „De brug ingestort!”

    • Sieb Posthuma