Tour dreigt geloofwaardigheid te verliezen

De aanwezigheid van de sterke Astanaploeg heeft tot nog toe een verlammende werking op de Tour. Het wachten is op de zware Alpenetappes.

De drukkende hitte die gisteren het noorden van Frankrijk trof, werd door Fransen gezien als het voorspel op de onweersbuien van vandaag. Het zou de organisatoren van de Tour de France, en zeker degenen die de Tour op de voet volgen, goed uitkomen. Als de renners dan na een week nog steeds niet willen strijden, dan moeten ze maar worden gedwongen. De Tour is geen tocht voor trimmers.

Noodweer werd gisteren voor vandaag voorspeld, tussen startplaats Vittel en aankomstplaats Colmar, en onderweg op de flanken van de Col de la Schlucht, de Col du Platzerwasel en de Col du Firstplan. Veel ellende zou op het peloton moeten neerdalen. Je zag het veel Tourvolgers hopen in het hete Vittel, na weer zo’n tijdrovende etappe met de Deen Nicki Sörensen als vooruit gesnelde winnaar. Zoals er tot nu werd gekoerst, dat is allerminst wat de bedenkers er in een ver verleden van hadden verwacht. Die verlammende macht van Lance Armstrong, de Amerikaan die soeverein zeven keer de Franse ronde won en nu is teruggekeerd om de Tour alweer en nog strenger te dicteren met een ploeg van Kazachstaanse signatuur. Die terugkeer lijkt vooralsnog de doodsteek voor de Tour de France van 2009.

Iedereen, binnen en buiten het peloton, richt zijn aandacht op Armstrong. Het moet gezegd: een man met charisma waar geen andere renner bij in de schaduw kan staan. De concurrentie heeft zich gespaard, de broers Andy en Fränck Schleck en de winnaar van vorig jaar Carlos Sastre. Ze hebben de Tour meewarig van afstand gevolgd, zoals de Rus Denis Mensjov, de Australiër Cadel Evans. Ze hebben vooralsnog meegedaan omdat ze eenvoudigweg meededen, zoals die volstrekt afwezige Nederlandse Raboploeg. En dan die sprinters, die zich zonder slag of stoot neerlegden bij de suprematie van de Brit Marc Cavendish. Cavendish is eenvoudig te sterk. Dus waarom nog een list bedenken? En de ploeg van Astana, met Armstrong en Contador, is ook te sterk. Dus waarom nog strijd leveren?

Urenlang volgden televisiekijkers in Europa en daarbuiten elke dag rechtstreeks de Tour. Het moest en zou toch weer een spannende Tour worden. Met Armstrong nog wel als evenknie van zijn ploeggenoot Contador. Wie nog dacht dat Tourrenners niet zonder doping konden, zou bedrogen uitkomen. Hier zou puur natuur worden gestreden en geleden. Maar er gebeurde niets. Zoals de renners de Col du Tourmalet beklommen, in gezapig tempo, ver achter onbekende vluchters. Dat was een belediging voor de historie van de Tour, een belediging voor Coppi, Bahamontes, Merckx en Van Impe. Twee Pyreneeënetappes aan het begin van de Tour? Te ver van Parijs om wat te ondernemen.

Indrukwekkend waren de krachtsinspanningen van tijdrijder Fabian Cancellara en sprinter Marc Cavendish, fraai was de tactische sprintzege van Thor Hushovd op Mont Juich in Barcelona, aandoenlijk waren de Franse etappeoverwinningen, even aandoenlijk als het verweer van de kleine Nederlandse ploeg Skil-Shimano, die gretig van de gelegenheid gebruik maakte om reclame te maken voor de sponsor. Het is wat vijfvoudig Tourwinnaar Eddy Merckx gisteren in Vittel zei: „Waar zijn de winnaars? Iedereen is tegenwoordig bang om te verliezen. Dit is niet de Tour meer. Ik hoop op meer strijd, het wordt hoog tijd. Dit is niet goed voor de wielersport.”

Intussen reed Rino Nocentini sinds de Pyreneeën in de gele trui, een Italiaanse renner van een kleine Franse ploeg. Hij en zijn ploeg sloten een congsi met de machtige ploeg van Armstrong, én met de ploeg van sprinter Cavendish, waarvan Armstrongs vriend George Hincapie de wegkapitein is. De 31-jarige Toscaan, vroeger een talent, mocht naast Armstrong en zijn ploeggenoten rijden. Om beurten reden de ploeg van Nocentini en Armstrong op kop, als het moest. Nocentini zou niets overkomen. Het zijn de wetten van de Tour, die doen denken aan de tijden van Eddy Merckx en Bernard Hinault. Ook zij bepaalden als baas van het peloton wie er mocht ontsnappen en winnen. Wie op kop van het peloton ging rijden, werd door de baas zelf of een van diens trawanten tot de orde geroepen. De Tour heeft weer een baas, zoals vroeger. Cadeautjes worden alleen door hem verstrekt.

De Deen Nicki Sörensen is een van die renners die van de baas zijn gang mag gaan. Hij maakte gisteren lang deel uit van een groepje vluchters, maar besloot uiteindelijk een paar kilometer voor de eindstreep in Vittel voor een solo te gaan. Hij won en zorgde daarmee voor vreugde in het kamp van Saxo Bank, waarvan eerder Cancellara de tijdrit won en tot in de Pyreneeën de gele trui droeg. En waarvan Tourfavoriet Andy Schleck zich vooralsnog gedeisd moet houden. Manager Bjarne Riis schraapt alvast de cadeautjes bijeen: etappezeges, nevenklassementen, er moet verdiend worden.

Maar als de meteorologen de wijsheid hebben, dan heeft vandaag op de Col de la Schlucht en vooral de Col du Platzerwasel de god van de donder zich laten gelden. En was het niet voor vandaag, dan hopelijk voor de komende dagen. De laatste week in de Alpen en volgende week zaterdag de rit op de Mont Ventoux moet alles goed maken, wil de Tour niet zijn geloofwaardigheid verliezen. Merckx zuchtte gisteren nog eens met de de etappe van vandaag in het vooruitzicht: „Ach, de Vogezen zijn geen bergen.”

    • Guus van Holland