Samenzweerder tegen stemmingmaker

Hoofdredacteur Paradijs van De Telegraaf procedeerde gisteren tegen de AIVD. Die vindt dat de krant de veiligheid van de staat in gevaar heeft gebracht.

Als ze bij De Telegraaf belden over de inlichtingendienst AIVD, dan deden ze dat niet met de diensttelefoon, maar met prepaid mobieltjes, speciaal daarvoor aangeschaft. In die gesprekken vermeden ze namen en refereerden aan ‘de plek waar we elkaar de vorige keer hebben ontmoet’. De ontmoetingen vonden plaats in het diepste geheim.

Gewoon bronbescherming, zei hoofdredacteur Sjuul Paradijs na afloop van zijn eerste rechtszitting die dag, waarin zijn krant eiste dat de AIVD stopt met afluisteren van zijn redacteuren. „Dat onze telefoons worden afgeluisterd in dit soort zaken, is standaard. Daar hebben we ervaring mee.”

Landsadvocaat Cécile Bitter, die gisteren in het kort geding optrad namens de AIVD, gebruikte een andere omschrijving: „Bewust conspiratief gedrag.” Ze schetste een duister beeld van de manier waarop eerder dit jaar een belangrijke primeur over de Nederlandse steun aan de oorlog in Irak tot stand was gekomen. Dit was geen vrije nieuwsgaring, maar een soort samenzwering tussen verslaggever Jolande van der Graaf, haar hoofdredactie, een medewerker van de AIVD en haar partner.

De AIVD-medewerker en haar vriend, een oud-employé van de dienst, werden op 18 juni gearresteerd op verdenking van het openbaren van staatsgeheimen. Bij Van der Graaf deed de Rijksrecherche huiszoeking. Zij is ook verdachte.

Tijdens een tweede juridische confrontatie, voor de raadkamer van de Haarlemse rechtbank, eiste De Telegraaf gisteren de documenten terug die de Rijksrecherche in beslag had genomen. Daar ging de officier van justitie nog wat verder dan de landsadvocaat. Van der Graaf had de AIVD-medewerker gerund als „informant”, met het doel „staatsgeheime informatie te verzamelen”, berichtte het ANP. Daarop staat maximaal zes jaar gevangenisstraf.

Dat de zegslieden van AIVD en justitie zulke zware termen gebruikten, was niet voor niets. Het overheidsoptreden tegen De Telegraaf is in media en parlement luid bekritiseerd.

Het dagblad berichtte op 28 maart dat de AIVD in de aanloop naar de Irak-oorlog, in 2003, informatie van buitenlandse geheime diensten over – niet bestaande – massavernietigingswapens van Saddam Hussein klakkeloos had overgepend. De informatie was helemaal niet kritisch beoordeeld, zoals premier Balkenende nog steeds claimt. De Telegraaf putte uit interne AIVD-rapportages.

Nog dezelfde dag startte de dienst onderzoek naar het lek. Daarbij werden zware middelen ingezet. Uit het ambtsbericht dat de AIVD op 11 juni naar het Openbaar Ministerie (OM) stuurde, zo zette Telegraaf-advocaat Bas le Poole uiteen, blijkt dat journalisten van die krant zijn afgeluisterd, gevolgd en geobserveerd.

Dat mag niet zomaar. Journalisten komt een beperkt verschoningsrecht toe, en de AIVD mag daar niet zonder meer inbreuk op maken. Om die reden hebben het Genootschap van Hoofdredacteuren en journalistenvakbond NVJ zich bij De Telegraaf aangesloten.

De staat had dus iets uit te leggen. De avond voor het kort geding meldde het NOS Journaal dat de twee verdachte AIVD’ers mogelijk ook staatsgeheimen aan anderen hadden doorgespeeld. Daarom zou de dienst „zo groot hebben uitgepakt”.

De resultaten van het AIVD-onderzoek waren „alarmerend”, zei landsadvocaat Bitter gisteren. Al snel kwam vast te staan dat uit meer onderzoeken en rapporten werd gelekt, naar verschillende „derden”, door een medewerker van de AIVD „die gezien haar positie over veel informatie kon beschikken”. De informatiestroom moest direct worden gestopt, zei Bitter: de integriteit van de AIVD was in het geding, en daarmee de veiligheid van de staat.

Toen intern onderzoek doodliep, bleef geen andere mogelijkheid over dan de journalisten af te luisteren. Minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst gaf daar meermalen toestemming voor.

De staatsveiligheid rechtvaardigde volgens Bitter ook dat de resultaten van de taps gedetailleerd werden uiteengezet in een ambtsbericht aan justitie. „Anders had het OM eerst zelf geruime tijd onderzoek moeten doen.”

De raadslieden van De Telegraaf, Le Poole en Victor Koppe, toonden zich niet onder de indruk. Hoezo was de veiligheid van de staat in gevaar, wilde Koppe weten. Volgens hem toont het ambtsbericht juist aan dat de verdachte AIVD’er heel snel in beeld was gekomen – wat afluisteren van de journalisten overbodig maakte.

Le Poole was verontwaardigd over de „stemmingmakerij” van landsadvocaat en OM. „Het enige wat De Telegraaf heeft gedaan, is aantonen dat de AIVD zes jaar geleden zijn werk niet goed heeft gedaan, terwijl de minister-president iets anders zei.”

Eerdere artikelen op nrc.nl/binnenland