Oude kaas verkopen als nieuwe kaas

Een kaashandelaar uit Noord-Brabant voert al jaren een kat-en-muisspel met justitie en de inspectie. Hij zou zich onder meer bezighouden met het ‘omkatten’ van kaas.

Zijn advocaat noemt het „kazen die minder tot de verbeelding spreken”. De Voedsel en Warenautoriteit (VWA) noemt het „bedorven kaas”. In Breda begon deze week de rechtszaak tegen kaashandelaar Bert den D. (54) uit Wijk en Aalburg en twee van zijn zonen.

Den D. voert een ‘ambulante handel in zuivelproducten’. Hij staat met kaaswagens op markten en verkoopt kaas en zuivel. Daarnaast runt hij een vaste winkel in Delft. In beide gevallen gaat dat volgens justitie niet conform de regels.

Zo zou Den B. duizenden stickers van erkende merken als Milner, Bertolli, Uniekaas, Jamie Oliver Arrabiata saus en Amalthea Zuivere Geitenspread hebben nagemaakt. Om op zijn producten te plakken en zo zijn klanten te misleiden. Soms voorzag hij de etiketten van een ‘verlengde houdbaarheidsdatum’. Daarnaast wordt Den D. beschuldigd van opslag van bedorven kaas en deelname aan een criminele organisatie.

Het is niet de eerste keer dat Den D. met justitie in aanraking komt. Den D. en de Voedsel en Warenautoriteit zijn de afgelopen tien jaar elkaars kwelgeest geworden. De VWA en het Openbaar Ministerie zitten hem al jaren op de hielen. Een greep uit eerdere tenlasteleggingen: opslag in ongekoelde zeecontainers, heretikettering met nieuwe houdbaarheidsdata, kaas met ongedierte, vogeluitwerpselen, insecten, mijt, rot en schimmelgroei. Er volgden veroordelingen: geldboetes van tienduizenden euro’s, stillegging van zijn bedrijf, intrekking van marktvergunningen en een celstraf. Den D. gaat intussen door met zijn kaashandel.

Den D.: „De VWA en het OM willen mijn bedrijf om zeep helpen. Ze maken me moedwillig stuk. Ik weet niet waarom, ze hebben een hekel aan me. De rechter? Die weet van niets. Die gaat af op de processen-verbaal van de VWA en denkt dat het deskundige mensen zijn die niet liegen.”

Een Rotterdamse kaashandelaar met een kraam op de dinsdagmarkt legt uit hoe Den D. volgens hem te werk gaat. „Hij houdt zich bezig met het omkatten van kaas”. Met andere woorden: Den D. zou kaas opkopen die terugkomt uit de supermarkt, omdat de houdbaarheidsdatum bijna is verstreken. „Die kaas moet eigenlijk omgesmolten worden tot bijvoorbeeld kuipjes smeerkaas. Dat kost geld. Het is voor de tussenhandel lucratiever de kaas aan Den D. te verkopen. Herverpakken, nieuw etiket erop, en dan ligt die kaas gewoon in een van zijn kramen. Tegen hele lage prijzen.”

Den D. ontkent dit en zegt dat hij zijn kaas bij erkende groothandels koopt, en dat de kaas „rechtstreeks uit de fabriek” komt. „Ze schuiven me dit nou in de schoenen, maar dat klopt niet. Ik verkoop gewoon goede kaas en ben ook niet goedkoper dan anderen.”

Astrid Bergman, woordvoerder van de Voedsel en Warenautoriteit (VWA): „Wij inspecteren wat we bij hem aantreffen. Niet waar hij zijn kaas vandaan haalt. De tussenhandel – en ook Den D. – mag overigens kaas verkopen met een verlopen houdbaarheidsdatum. Mits er risicoanalyses zijn gedaan waarin de microbiologische voedselveiligheidsaspecten zijn getoetst. Bij ‘gebrekskaas’ ligt dat anders. Dat is kaas die niet goed is, ongeacht de houdbaarheidsdatum. Die moet vernietigd worden”. Een van de dingen die Den D. gisteren ten laste werd gelegd, is het onttrekken van bedorven kaas aan vernietiging.

Den D. is geen kleine ondernemer. Volgens een artikel in de regionale krant De Stentor uit februari 2008 zou zijn bedrijf op zeker moment op honderd markten in Nederland actief zijn geweest. Den D. zegt een paar jaar geleden „zo’n honderd man” in dienst te hebben gehad. In 2003 werd door justitie beslag gelegd op in totaal 31.740 kilo kaas.

Hoe vindt Den D. telkens een uitweg om ondanks alle sancties door te kunnen gaan met zijn ambulante kaas- en zuivelhandel? Hij heeft zijn handel ondergebracht in een complex netwerk van vennootschappen. In het register van de Kamer van Koophandel staan in elk geval zes actieve bedrijven op zijn naam of op naam van een van zijn kinderen. Een Rotterdamse kaashandelaar: „Hij heeft twaalf kinderen en begint gewoon telkens een nieuwe bv op naam van een van zijn kinderen. Die kunnen dan gewoon verder met de handel.”

Den D.: „Het wordt allemaal opgeblazen. Als ze bij mij tien keer komen controleren en bij anderen één keer, dan vinden ze allicht vaker iets. Ze zijn uit op mijn ondergang. Uiteindelijk loopt zo’n zaak met een sisser af, maar dan is het al te laat, dan heeft al in alle kranten gestaan dat ik vergiftigde kaas verkoop.”

Intussen wordt het kat-en-muisspel tussen justitie en Den D. grimmiger. Ging het bij eerdere veroordelingen vooral om een grote hoeveelheid relatief kleine overtredingen, nu wordt Den D. beschuldigd van misdrijven. Zoals deelname aan een criminele organisatie en valsheid in geschrifte. Als deze aantijgingen bewezen worden, dreigen forse straffen voor de kaasondernemer.

Den D. was gisteren zelf niet aanwezig op de zitting. „Dat doe ik nooit, dat moet [advocaat] Moszkowicz doen”. De laatste was er ook niet. Zijn kantoorgenoot Tom Nieuwburg wel. Die vroeg de rechtbank toestemming om twaalf getuigen te horen. De rechtbank vond dat te veel. Den D. mag er zes oproepen, onder wie twee ambtenaren van de VWA. De zaak wordt in november vervolgd. Mocht Den D. de zaak verliezen, dan volgt waarschijnlijk hoger beroep, want: „Dat doe ik altijd”.

    • Judith Spiegel